Geschiedenis van Los Angeles

Duizenden jaren lang bewoonden verschillende Indiaanse stammen het gebied in en rond Los Angeles. In 1769 kwam er een Spaanse expeditie onder begeleiding van Gaspar de Portolá aan land bij het tegenwoordige Los Angeles. In de twee daarop volgende jaren richten Franciscaanse monniken een missionaris post op vlakbij San Gabriel. De stad Los Angeles werd in 1781 gesticht als plek voor veehouders door Felipe de Neve, een Spaanse gouverneur en tot in de 19e eeuw woonden er slechts 70 families. Het plaatsje kreeg de naam Santa Maria degli Angeli of ook wel Our Lady of the Angels. Dit werd later afgekort tot Los Angeles.

In 1805 kwam het eerste schip van de Verenigde Staten de haven van Los Angeles binnen varen. De kapitein, William Shaler, vertelde na zijn terugkeer enthousiaste verhalen over de streek, dat er al snel meer schepen naar het gebied vertrokken. Jospeph Chapman was de eerste Engelssprekende kolonist die zich er vestigde in 1818.

De streek werd in 1847 door de United States uiteindelijk definitief veroverd op de Mexicanen en erkend als deelstaat in 1850. De stad stond in eerste instantie bekend vanwege de criminele activiteiten en het geweld dat dagelijks aan de orde was. Pas in 1871 werd daar enigszins tegen opgetreden door de staat.

Toen rond het eind van de 19e eeuw de Southern Pacific Railroad en de Santa Fe Los Angeles bereikten, groeide het aantal bewoners enorm. En na de vondst van een enorme hoeveelheid olie in 1892 en 1921 vestigden nog meer mensen zich in Los Angeles. De stad bloeide vervolgens in de jaren 1910 tot 1920 ook nog eens op door de succesvolle plantages met citrusvruchten, de opening van het Panama Kanaal en de filmindustrie.

In de periode daarna werden een aantal indrukwekkende bouwwerken opgericht, zoals de Hoover Dam in 1936, die de stad van elektriciteit voorzag. Daarnaast zorgde het Colorado Aquaduct ervoor dat de stad gemakkelijker water kreeg. Hierdoor werd Los Angeles ineens nog veel aantrekkelijker om te wonen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog nam de vliegtuigbouw in Los Angeles een hoge vlucht, die bijdroeg aan de economische groei. In de jaren ’50 en ’60 werden veel snelwegen gebouwd, die de infrastructuur enorm verbeterden en het gebied toegankelijk maakten.

In de 20ste eeuw vestigden veel immigranten uit Azië en Centraal Amerika zich in Los Angeles en kreeg langzamerhand een multiculturele bevolking. Inmiddels heeft de stad ruim 4 miljoen inwoners en staat het bekend als de film stad van Amerika.