Een kwetsbare economie

Klimaat en bodemgesteldheid stellen paal en perk aan de economische mogelijkheden van Aruba. Grootschalige landbouw of veeteelt is niet mogelijk, de visserij is beperkt. De omstandigheden voor akkerbouw zijn dermate ongunstig dat van de geringe land- en tuinbouw die er ooit was weinig overbleef – de overheid investeert niet langer in deze sector. Enkele Arubanen blijven echter optimistisch en kweken met wisselend succes tomaten, komkommers, paprika’s, boontjes, pinda’s, pompoenen en fruitbomen in kleinschalige tuinen. Lichte industrie is er wel (tabak, drank, optische instrumenten, machineonderdelen), maar eigenlijk is de lokale afzetmarkt eenvoudigweg te klein voor welk product dan ook.

Wat Aruba wel in overvloed heeft zijn witte stranden, zonlicht en goede hotels; toerisme is de kurk die de economie drijvende houdt. De hotelzone en aan het toerisme gerelateerde activiteiten leveren 45 % van de nationale inkomsten. Een groot deel van de bevolking heeft direct of indirect werk in de toeristische sector.

Dit maakt de economische afhankelijkheid groter dan gewenst. Vooral van de Verenigde Staten, waar tweederde van de toeristen vandaan komt. Dit werd pijnlijk gevoeld na 11 september 2001 toen Amerikaanse toeristen massaal hun vliegtickets annuleerden en daarna nog eens in 2005 na de verdwijning van Nathalie Holloway. Aruba wil daarom niet langer uitsluitend afhankelijk zijn van het toerisme en heeft meer ruimte geschapen voor andersoortige bedrijven op het gebied van financiën, communicatie en havenfaciliteiten.

Uiteraard spelen de raffinage en opslag van olie ook nog een rol (275.000 vaten per dag in 2005) en is de export van chemische producten, kunst en parels groeiende. Door het instellen van een ‘free zone’ (geen of lage belasting op im- en exportgoederen) is het voor buitenlandse ondernemingen aantrekkelijk te investeren in bedrijven op Arubaans grondgebied.