Eerste bewoners

Lang voor de komst van Europese ontdekkingsreizigers werden de Antillen bewoond door indianen, die zich een paar duizend jaar voor onze jaartelling al vanuit Zuid-Amerika over het Caribische gebied verspreid hadden. Uitgeholde boomstammen deden daarbij dienst als kano. Op Aruba leefden zij als semi-nomaden en voedden zich met vis, schildpadden en schelpdieren. Het betrof hier de periode die archeologen de preceramische tijd noemen.

Een recentere groep immigranten, waarschijnlijk leden van de Arawak-taalgroep uit het Amazonegebied die de Spanjaarden Caquetio’s noemden, hadden een vaste verblijfplaats en bedreven landbouw langs de rooien (droge rivierbeddingen). Ze verbouwden maniok (cassave) en sorghum (maïs). Zij vestigden zich definitief op Aruba in de ceramische periode. Waarschijnlijk hadden ze een georganiseerde klassenmaatschappij met erfelijk leiderschap. Uit gevonden schedels (in het Archeologisch Museum in Oranjestad zijn er een paar te zien) maken archeologen op dat het om vrij lange mensen ging met een breed voorhoofd. Behalve archeologische vondsten (werktuigen, grafurnen, resten van woningen, schelpsieraden) vormen ook rotstekeningen, namen van planten, dieren en geografische namen (waarvan de betekenis verloren ging) herinneringen aan het indiaanse verleden.

Resten van grote nederzettingen van indianen zijn gevonden bij Savaneta, Santa Cruz en Tanki Leendert. Bij Tanki Flip werd zelfs een heel dorp blootgelegd. Vooral de grafkuilen bleken nog in goede staat. De resultaten van deze opgravingen zijn te zien in het Archeologisch Museum in Oranjestad en in het Rijksmuseum voor Volkenkunde in Leiden. Het indianenverleden leeft meer dan ooit onder de bevolking en de archeologen zijn nog lang niet uitgewerkt. Nog in 2001 werd een religieuze begraafplaats ontdekt, bovenop een haast onbereikbaar kalksteenplateau. Opmerkelijk was dat men behalve resten van indianen ook een skelet van een aap aantrof. Het is vrijwel zeker dat er nog talloze andere onontdekte locaties zijn.