Graven en kloppen

Bij Rooi Fluit is nog steeds een stuk grond zichtbaar waar honderden Arubaanse mannen, vrouwen en kinderen hebben ‘gegraven en geklopt’. De plek is glooiend, lichtgekleurd en onbegroeid. Dominee G.B. Bosch noteerde in 1824: ‘Van alle kanten gaan de menschen, zonder onderscheid van kleur, geslacht of jaren, naar de Rooifluit.

Het dorp aan de baai schijnt uitgestorven. Komt er een vaartuig binnen, men laat het anker vallen en spoedt zich naar de goudmijn. De school staat ledig, want de kinderen onderzoeken de aardkluiten, of er ook goudkorrels in gebleven zijn. Men berekent dat er 600 menschen aan het goud graven zijn, van de eerste schemering des daags tot dat de duisternis invalt.’