Indianenbloed

De Europese expansiezucht werd veel indianen op de Caribische eilanden fataal. Wie geen kans zag te vluchten naar veiliger oorden, werd ziek door gebrek aan weerstand tegen Europese ziektes of werd door de Spanjaarden weggevoerd naar het eiland Hispaniola (het huidige Haïti en de Dominicaanse Republiek). Indianen werden daar als slaaf tewerkgesteld in kopermijnen en op suikerplantages.

De Spanjaarden lieten Aruba verder relatief ongemoeid waardoor nieuwe groepen indianen van het vasteland zich er konden vestigen. Bovendien haalden de Spanjaarden zelf weer Caquetio’s terug, omdat ze personeel nodig hadden. Later maakten ook de Nederlanders graag gebruik van de indianen die handig bleken met paarden. De indianencultuur kon zich zo relatief lang handhaven.

Al is de laatste ‘volbloed’ indiaan ergens in de negentiende eeuw overleden, er stroomt bij driekwart van de Arubaanse bevolking indianenbloed door de aderen. Columbus, in de veronderstelling via het westen Azië (Indië) bereikt te hebben, noemde de inwoners van de Nieuwe Wereld ‘los indos’, indianen. Het was een verzamelnaam voor allerlei verschillende volken die over het hele continent verspreid leefden en niets of weinig met elkaar te maken hadden. Een misverstand dus.