Magere jaren

Begin 20e eeuw was het niet zo best gesteld met Aruba’s economie. De goud- en fosfaatmijnen waren gesloten en de werkgelegenheid was gering. Veel jonge mannen emigreerden naar Venezuela, Colombia of Cuba om daar te gaan werken op plantages. De achterblijvers leden een armoedig en ongezond bestaan in een land zonder werk, wegen, elektriciteit, stromend water of riolering.

Aanhoudende droogte deed de toch al schaarse oogsten mislukken en het was steeds moeilijker schoon drinkwater te vinden. In de jaren twintig van de 20e eeuw gingen er nog letterlijk mensen dood van honger en dorst. Het zag er somber uit voor Aruba. Maar, in tijden van nood is de redding nabij, zo zou al snel blijken. De komst van de olieraffinaderij bracht welvaart en waterleiding en maakte voorgoed een einde aan het landelijke en rustieke Aruba.