Olie, het zwarte goud

De economische ontwikkeling van Aruba nam een hoge vlucht dankzij olievondsten, niet op eigen terrein, maar in het meer van Maracaibo in Venezuela. Vanwege de instabiele politieke situatie daar zochten de oliemaatschappijen elders een plek voor een overslaghaven en een raffinaderij.

De keuze van Lago (later Esso/Exxon) voor Aruba en Shell voor Curaçao lag voor de hand: de Nederlandse Antillen golden als een stabiel en veilig gebied en de eilanden lagen gunstig op de wereldhandelsroutes. San Nicolas aan de diepe zeehaven van Aruba’s zuidoostkust werd het centrum van een snelgroeiende olie-industrie waar ruwe olie uit kleine schepen werd overgetankt naar grote oceaantankers.

In 1929 kwam er een raffinaderij bij. Vooral de komst van de raffinaderij was een ingrijpende gebeurtenis en bracht grote veranderingen voor de Arubanen met zich mee. De werkgelegenheid groeide en in een paar decennia steeg de levensstandaard van de bevolking tot ver boven het Caribische gemiddelde. In deze periode leverden Aruba en de Antillen een niet geringe bijdrage aan de Nederlandse staatskas.

Er waren lang niet genoeg arbeidskrachten. Een massale immigratie van werknemers uit het Caribische gebied kwam op gang, terwijl het hogere personeel werd geworven in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië. San Nicolas groeide uit van klein handelscentrum tot een ‘boom town’ waar het Engels de eerste taal was. Complete woonwijken werden uit de grond gestampt, de infrastructuur verbeterde en de olie-industrie trok allerlei andere bedrijfjes en dienstverlenende instellingen aan. De Lago-raffinaderij groeide uit tot een van de grootste in de wereld en was de belangrijkste werkgever van Aruba. Het aantal inwoners steeg in één generatie van 9000 tot 48.000.

Dat economische afhankelijkheid van één bedrijf ook nadelen heeft bleek toen Lago in 1950 met automatiseringen begon en veel arbeiders hun baan verloren. Van de 8300 mensen die er in 1949 werkten waren er in 1982 nog maar 1350 over. Toen later door ontwikkelingen op de wereldoliemarkt en het verouderde systeem van de Arubaanse fabrieken Lago verlies begon te lijden, zag de oliemaatschappij zich genoodzaakt haar poorten te sluiten. Dit was voor de Arubaanse overheid het teken om meer vaart te zetten achter de ontwikkeling van de toeristensector.

Het toerisme is sindsdien de belangrijkste sector, ook al ging de raffinaderij in 1991 gedeeltelijk weer open. Olieverhalen Op www.lago-colony.com halen ex-werknemers van Lago en hun familieleden herinneringen op aan de goede oude tijd. De website bevat documenten en filmpjes uit de eerste helft van de twintigste eeuw.

Zoals het relaas van Paul en Kamma Jensen die vanuit Scandinavië op het ontontwikkelde Aruba terecht kwamen: “In 1929 kwam zijn vrouw Kamma, zij kwam ook uit uit Svengborg, Denemarken, naar Aruba en ze verhuisden naar Bungalow 252 waar ze leefden tot hun pensioen in 1957. Toen Kamma op Aruba aankwam was er geen waterleiding naar het huis, alleen brak water. Ze moest met een tank naar de standpijp aan het einde van de rij lopen om het met vers water te vullen om te koken, drinken en, zoals ze vertelde, haar tanden te poetsen”.

Ook veel foto’s op de website, onder andere van olijke ‘Lago beach babes’, poserend in badpakken met pijpjes. Een unieke kennismaking met de tijd van toen.