Geschiedenis

Tot ver in de 18e eeuw was het de Hollanders verboden zich permanent op Aruba te vestigen maar na de opheffing van de WIC in 1791 kwam de grond vrij. Nieuwe kolonisten, handelaren en boeren van Curaçao arriveerden en stichtten kleine schapen- en geitenfarms ten behoeve van de vleesvoorziening van Curaçao en de uitvoer van huiden.

Behalve de veeteelt kwam er ook wat kleinschalige landbouw op gang: bonen, pinda’s, aloë vera en sorghum, een kleine maïssoort die goed gedijt op droge grond.

Geleidelijk vestigden zich meer mensen op het eiland, onder wie Oost-Europese joden en Libanezen. Zij waren de eerste particuliere ondernemers op Aruba.

Oranjestad ontstond rond het in 1796 gereedgekomen Fort Zoutman aan de Paardenbaai. De baai, met een goed toegankelijke aan- en afvoer-haven, trok veel volk en had bescherming nodig tegen zeerovers en andere niet-gewenste bezoekers. Aruba werd in die tijd meer dan eens bezocht door piraten, op zoek naar water, vee en andere zaken.

Rond het fort en de bijbehorende vier kanonnen stonden aanvankelijk her en der wat lukraak geplaatste cas di torto, eenvoudige huisjes van stro en leem. Sommige van die woninkjes stonden zelfs in de vuurbaan van de kanonnen.

De commandeur, woonachtig aan de Commandeursbaai in het enige stenen huis van het eiland, verhuisde ook naar het gehucht bij de Paardenbaai, dat snel uitgroeide tot het dorp Playa. Vijfentwintig jaar later woonde de helft van de eilandbewoners rond het fort.