Roerige 19e eeuw

In de 19e eeuw was Aruba een politieke speelbal. Revoluties in Venezuela dreven duizenden vluchtelingen naar Aruba. De Venezolaanse revolutionair Francisco de Miranda hield het eiland maandenlang bezet en plunderde de veestapel.

Tijdens de napoleontische oorlogen waren Frankrijk en Engeland, zowel in Europa als in de koloniale gebieden, met elkaar in strijd. De Britten wisten tot twee keer toe Curaçao te bezetten, waarmee zij automatisch het beheer over Aruba verkregen. Nadat Napoleon was verslagen kreeg Nederland de eilanden terug onder het Verdrag van Parijs (1816). Toen Nederland een koninkrijk werd (1815) viel het koloniaal beleid direct onder koning Willem I.

Vanaf 1848 werden de Antillen niet langer bestuurd door een commandeur maar door een door de Nederlandse Kroon benoemde gezaghebber. De eilanden werden samengevoegd tot één kolonie: ‘Curaçao en onderhorigen’, een benaming die tot 1948 standhield.