San Nicolas

Een halfuur rijden van Oranjestad ligt de tweede stad van Aruba (17.000 inwoners), ook de bakermat van het Arubaanse carnaval en geassocieerd met Aruba’s gouden tijden van de olie-industrie.

Arubanen noemen San Nicolas ‘The Village’ en ook wel ‘Chocolate City’ vanwege de kleur van de inwoners. Dat veel inwoners wat donkerder zijn dan hun eilandgenoten heeft te maken met de grote stroom immigranten/arbeiders die San Nicolas huisvestte vanwege de olieraffinaderij.

Nu de hoogtijdagen van San Nicolas voorbij zijn, verviel de stad tot centrum van drugshandel, louche bars en (gedoogde) prostitutie. Sommigen vinden het een deprimerend oord, anderen waarderen juist het eigen, West-Indische karakter van de stad.

Overdag lijkt San Nicolas in een permanente siësta gedompeld – het leven komt er heel laat op gang. Wellicht kom je hier beter tegen de avond wanneer de bars en clubs opengaan, zoals de befaamde Chesterfield Bar. Dit stadje is de enige plek op het eiland waar prostitutie legaal is. Het werd ooit toegestaan om de arbeiders van de raffinaderij die lang van huis waren tevreden te houden.

Toeristen passeren San Nicolas op weg naar het populaire Baby Beach en bezienswaardigheden aan de oostkust en stoppen dan voor een hapje en drankje bij Charlie’s Bar, een oud vertrouwd adres op Aruba.

De naam San Nicolas komt van grondeigenaar Nicolaas van der Biest (1808-1873). Het voorvoegsel San is een verbastering van shon, dat ‘meneer’ betekent. Het heeft dus niets met Sint-Nicolaas te maken.