Truien en sokken

Ging de Eerste Wereldoorlog nog tamelijk geruisloos aan de Antillen voorbij, tijdens de Tweede Wereldoorlog speelde Aruba, samen met Curaçao, een belangrijke rol in de strijd. Duitsers, Oostenrijkers en NSB’ers die op de eilanden verbleven, werden bij het uitbreken van de oorlog gearresteerd en overgebracht naar een inderhaast opgezet interneringskamp op Bonaire.

De olieraffinaderijen draaiden op volle toeren om voldoende brandstof en olie te leveren voor vliegtuigen en schepen van de geallieerden. In 1941 kwam 85% van de vliegtuigbrandstof van Aruba en Curaçao. De vraag was zo groot dat de lokale benzine op de bon ging. Pogingen van de Duitsers om de Lago-raffinaderij te torpederen mislukten, mede dankzij de steun van Amerikaanse en Britse troepen op het eiland. Zes tankers werden wel geraakt. Tijdens de oorlog kwamen totaal 63 Antillianen en Arubanen om het leven.

De solidariteit met Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog was groot. Er werd hartstochtelijk meegeleefd met de gebeurtenissen in Europa. De Antilliaanse regering spendeerde zonder morren zeven miljoen gulden aan de verdediging van de eilanden, terwijl de bevolking fondsen in het leven riep en fancy fairs organiseerde om geld en goederen in te zamelen voor noodlijdende Nederlanders. Curaçaose dames breiden sokken en truien voor Hollanders in de kou, medewerkers van Shell op Curaçao stuurden spontaan geld naar koningin Wilhelmina in Londen. Ze droegen bovendien een percentage van hun salaris af voor de oprichting van een Spitfire-squadron, een project van prins Bernhard. En dat terwijl hun eigen voedselvoorziening gehinderd werd door Duitse schepen.

 De weinige Antillianen en Arubanen in Nederland hadden een relatief groot aandeel in het verzet. Eeen van de bekendste oorlogshelden van de ABC was de Curaçaöenaar George Maduro die als officier in het Nederlands leger vocht en in Dachau in 1945 overleed. De miniatuurstad Madurodam is naar hem genoemd, net als het Maduroplein in Scheveningen.