Departement Cantal

Op het grondgebied van het departement Cantal stond ooit een stratovulkaan die zo hoog werd - meer dan 3000 m - dat er niet meer genoeg druk voorhanden was om regelmatig uitbarstingen te doen plaatsvinden. De druk onder het gestolde magma in de kraterpijp werd uiteindelijk zo groot dat er een enorme explosie volgde. Bij deze explosie werden tientallen kubieke kilometers materiaal weggeblazen. Alleen de caldera van Cantal herinnert nog aan deze catastrofale gebeurtenis. In de ingestorte krater ontstonden nieuwe stratovulkanen, zoals de Puy Violent (1592 m), Puy Griou (1694 m) en de Plomb du Cantal (1855 m). Het feit dat hier ooit één grote vulkaan stond, is nog goed op kaarten van Cantal te zien; alle beekjes en rivieren stromen vanuit het bergachtige centrum van het departement radiaalvormig naar de grenzen van Cantal, als de spaken van een fietswiel.

In de Cantal zijn nog meer sporen van vulkanische activiteit terug te vinden, zoals gestolde lavastromen, kratermeren en lavagrotten. De vulkanen in de Cantal behoren samen met die van de Puy-de-Dôme tot het zogeheten Pare naturel régional des Volcans d'Auvergne (regionaal natuurpark van de vulkanen van de Auvergne). Landschappelijk gezien is de Cantal een van de fraaiste gebieden in het Centraal Massief en de Auvergne. Vulkanen, uitgestrekte velden, talloze dorpen en gehuchten, rivieren, watervallen en kastelen sieren het landschap. Hoog in de bergen staan de burons, eenvoudige huisjes waar de herders 's zomers hun kazen maken. Op de weiden grazen de roodbruine Salers-runderen.

Indeling van dit deel van de Website

Het departement Cantal kent drie regionale centra: Mauriac in het noordwesten, Aurillac in het zuidwesten en Saint-Flour in het oosten. Dit hoofdstuk is daarom in drieën gesplitst: achtereenvolgens komen het noordwestelijk, het zuidwestelijk en het oostelijk deel aan bod. We beginnen met een beschrijving van Mauriac. Daarna volgen de bezienswaardigheden in het noordwesten, onder meer Salers, een van de mooiste stadjes in de Auvergne, het kasteel van Anjony, Polminhac, het kasteel van Pesteils en Vic-sur-Cère met zijn minerale bron. Ook wordt aandacht besteed aan Thiézac, Cheylade, Apchon, Riomès-Montagnes, Condat en de abdijruïne van Féniers, Champs-sur-Tarentaine en de basaltzuilen van Bort-les-Orgues. Bij de beschrijving van het zuidwestelijk deel komen Aurillac, Saint-Étienne-Cantalès, Maurs en Montsalvy aan bod. Daarna beschrijven we de stad Saint-Flour in het oostelijk deel van de Cantal, de Garabitbrug, gebouwd door ingenieur Eiffel, de roofridderburcht van Alleuze, de stuwdam van Grandval, het kuuroord Chaudes-Aigues en het wintersportcentrum Super-Lioran met de vulkanen Plomb du Cantal en Puy Griou. Dit deel van de website over de Cantal besluit met een beschrijving van Murat, Allanche, Massiac en Roffiac met de waterval van Sailhant.