Feesten in Basilicata

oude carnavalsmaskers
oude carnavalsmaskers

In Basilicata worden, net als in de rest van Zuid-Italië de religieuze feestdagen en de feesten ter ere van de beschermheiligen van de stad nog steeds gevierd. Er zijn veel feesten die teruggaan naar oude christelijke of heidense rituelen als de Maggio di Accettura, La Madonna della Bruna in Matera en La Sfilata dei Turchi in Potenza.

De Maggio di Accettura is het feest van de ‘bomen’. Tijdens dit feest vindt het ‘huwelijk’ plaats tussen twee bomen, deze worden aan elkaar vastgebonden om zo de vruchtbaarheid van de aarde te eren en te hopen op een goede oogst. Op Hemelvaartsdag gaan de mannen het bos in en kappen twee bomen, tijdens Pinksteren wordt een boom door koeien naar beneden gedragen naar het dorp en de andere boom door mannen. De dinsdag na Pinksteren worden de bomen aan elkaar vastgebonden en omhoog gehesen. Het beeld van de beschermheilige van Accettura, San Giuliano wordt dan in processie naar de bomen gebracht. Daarna zijn er allerlei festiviteiten waaronder ook het beklimmen van de bomen.

Behalve in Accettura wordt een soortgelijk feest ook gevierd in Oliveto Lucano, Castelmezzano, Pietrapertosa, Castelsaraceno, Viggianello, Rotonda en Terranova di Pollino.

De Madonna della Bruna

De Madonna della Bruna is de beschermheilige van Matera. Elk jaar wordt er op 2 juli ter ere van haar feest gevierd, dit feest bestaat al meer dan 600 jaar.

De oorsprong van de Madonna della Bruna is onduidelijk. Het verhaal gaat dat een jonge onbekende vrouw aan een boer vroeg of ze mocht meerijden op z’n kar naar Matera. Toen ze de rand van de stad bereikten vroeg de vrouw aan de boer of hij een bericht wilde doorgeven aan de bisschop, namelijk dat zij de moeder van Christus was. Nadat de bisschop het bericht had gehoord, snelde hij naar de vrouw toe maar daar waar de boer de vrouw had achtergelaten, stond nu een standbeeld. Het standbeeld werd op de kar gehesen en in een feestelijke optocht de stad binnengehaald.

Ook nu wordt de Madonna in een feestelijke processie op een praalwagen door de stad gereden. Het feest begint bij zonsopgang met de ‘processie van de herders’. Later in de ochtend is er een kostuumrit en ’s middags wordt het Madonnabeeld op een wagen van papier-maché, gemaakt door plaatselijke kunstenaars, door de stad gereden. Het hoogtepunt van het feest is echter wanneer een vrolijke menigte, de wagen in enkele minuten vernielt. Een groots vuurwerk verlicht vervolgens de stad en daarmee eindigt het feest.

Over de traditie van het vernielen van de praalwagen gaan verschillende verhalen. Een van de verhalen is dat graaf Ciao Carlo Tramontano, een graaf uit de 16e eeuw, de inwoners van Matera had beloofd om elk jaar een nieuwe praalwagen te maken. De inwoners van Matera besloten de graaf op de proef te stellen en vernielden elk jaar de praalwagen zodat de graaf zijn belofte wel moest nakomen.

Waar de naam ‘Bruno’ vandaan komt is ook niet duidelijk. Er zijn verschillende hypotheses. De eerste is dat de naam is afgeleid van de vroegmiddeleeuwse term ‘Brunja’ dat pantser betekent. De Madonna zou symbool staan voor de verdediging van de stad. Anderen beweren dat ze de naam heeft gekregen omdat haar gezicht bruin is.

Op 29 mei wordt in Potenza het feest gevierd van de Heilige San Gerardo, dit feest wordt gevierd door een optocht, de Sfilata dei Turchi (de optocht van de Turken) waaraan herauten, kinderen verkleed als engelen, boogschutters en vlaggenzwaaiers meedoen. Ooit leek het er op dat Potenza zou worden ingenomen door de Turken die de rivier Basento waren opgevaren, de bewoners stonden machteloos tegenover het leger van de Turken en wendden zich tot de bisschop van de stad, San Gerardo. Deze wist met behulp van een leger van engelen de stad te bevrijden van de Turken. Historisch gezien klopt dit verhaal niet. In die tijd was de rivier Basento niet bevaarbaar en ook de Turkse invasie heeft nooit plaatsgevonden.

Een geliefd feest in Basilicata is het carnaval, dit feest wordt in de maand januari gevierd en niet in februari of maart zoals bij ons. Het feest begint met het luiden van koeienbellen gedragen door meestal in wit geklede mensen. Het carnaval wordt gevierd in de dorpen Tricarico, Aliano, Cirigliano, San Mauro Forte en Satriano di Lucania.

In Tricario is het hoogtepunt de processie van de koe en de stier; de ‘koeien’ dragen witte maskers en de ‘stieren’ dragen rode maskers.

Carlo Levi, de Italiaanse schrijver die een poos in Aliano heeft gewoond (1935-1936) beschrijft het carnaval in Aliano in zijn boek Christus kwam niet verder dan Eboli als volgt: ‘Ik werd er aan herinnerd, toen ik op een dag, terwijl ik door de hoofdstraat voorbij het pleintje wandelde, opeens drie in het wit geklede spoken vanuit het lagergelegen deel zag komen aanrennen. Ze maakten grote sprongen, schreeuwden als gewonde dieren en leken door hun eigen kreten nog meer opgehitst te worden. Dit was de maskerade van de boeren. Ze waren helemaal in het wit: over hun hoofd droegen ze witte pluimen en zij hadden een witte gebreide muts over hun hoofd getrokken, of witte sokken die aan beide zijden neerhingen. Hun gezicht was met meel wit gepoederd; zij droegen witte hemden en ook hun schoenen waren wit gemaakt. In hun had hadden zij een gedroogde schapenhuid die tot een stok was opgerold en daarmee zwaaiden ze dreigend in het rond en sloegen iedereen die zich niet snel genoeg uit de voeten maakte op de rug en op het hoofd. Het leken wel losgebroken demonen, en dit ene moment van ongestrafte razernij was in dit oord van geduldige gelatenheid des te driester en onverwachter.’

Nog steeds wordt in Aliano carnaval gevierd maar nu is het wel een vrolijk feest.