Jungletour vanuit Rurrenabque

Onderweg naar Madidi
Onderweg naar Madidi

De Jungletour begint met een gemotoriseerde kanotocht naar een basiskamp in de nationale parken Madidi, Pilón Lajas of een camping aan de oevers van de Río Beni. Van hieruit worden wandelingen gemaakt door de regenwouden met uitleg over medicinale, giftige en eetbare planten. Er zijn diverse apensoorten te zien, grote knaagdieren, tarantula’s en zelfs soms de tapir of jaguar. Vaak wordt een inheemse nederzetting bezocht en bovendien worden er cursussen ‘overleven in de jungle’ gegeven; bijvoorbeeld: hoe vind ik drinkwater, eetbare vruchten of hoe bouw ik een hut of vlot. Afhankelijk van hoe ver men het regenwoud ingaat, duren deze trips drie tot in extreme gevallen 20 dagen. Enkele tours zakken aan het einde van de tour met een vlot de rivier af, terug naar Rurrenabaque. Tegenwoordig zijn er enige interessante toeristische ecologische regenwoudprojecten ontwikkeld waarbij de comunidad (inheemse nederzetting) de tours organiseren en waarbij de werknemers lokalen zijn en de inkomsten naar de lokale bevolking gaat.

Nationaal Park Madidi

Dit internationaal gerenommeerde natuurgebied, opgericht in 1995, ligt in het noorden van het departement La Paz en grenst aan Peru. Het park heeft een oppervlakte van 19000 km2 waarvan 13.000 km2 oorspronkelijk ongerept gebied is en 6000 km2 een geïntegreerde zone is; dat wil zeggen dat de oorspronkelijke bewoners gebruik mogen maken van de natuurlijke hulpbronnen zoals gebruik van het land voor het cultiveren van gewassen en visvangst. Het park ligt tussen de 180 en 5760 m boven de zeespiegel; hier bevinden zich de Andes sneeuwtoppen, puna (hoogvlakte van de Andes met vooral graslanden), nevelwouden, droge en tropische regenwouden van het Amazonegebied en pampa’s (savannes). Het park heeft hierdoor een van de grootste biodiversiteiten in de wereld. Dit werd beaamd in het beroemde artikel in het jaar 2000 over het Madidipark in het bekende Amerikaanse tijdschrift National Geographic. De cijfers van het park zijn indrukwekkend; tot nu toe heeft men 4738 plantensoorten, 156 diersoorten en 867 vogelsoorten (11% van de hele wereld) geregistreerd. In de lagere, dichtbeboste bergen bevinden zich bomen zoals de mahonie, ceder, zandkokerboom en een grote verscheidenheid aan palmbomen. Speciale vogels zijn onder andere águila crestuda (Oroaetus isidori, Andeskuifarend), tunqui (Rupicola peruviana, rode rotshaan), harpia (Harpia harpija, harpij) en enige endemische kolibries. Daarnaast is dit de habitat van de jaguar, brilbeer, tapir en acht apensoorten. Madidi grenst aan diverse andere nationale parken en is een onderdeel van de beschermde bufferzone Vilcabamba (Peru)-Amboró (Santa Cruz) die in de tropische (oostelijke) Andes negen Peruaanse en zeven Boliviaanse parken en reservaten onderling verbindt. Het park wordt doorkruist door diverse, in de Andes ontspringende rivieren die hoofdzakelijk in noordoost-zuidwest richting stromen, waarvan de Río Madidi en Río Tuichi de belangrijkste zijn. In het park leven diverse etnische groeperingen zoals Tacanas, Quechua Tacanas, Moseten, Lecos en oorspronkelijk Quechuasprekende groeperingen. Aan de weg naar Ixiamas wonen vooral kolonisten uit de Altiplano. Alles bij elkaar zo’n 1700 mensen. Bovendien bevinden zich in het park enkele ruïnes van de Inca- en Mollocultuur, met onder andere precolumbiaanse paden in het Andesgedeelte van het park. Het unieke van Madidi is dat de lokale bevolking deelneemt aan het behoud en bescherming van het park in samenwerking met (buitenlandse) hulporganisaties door middel van verantwoord ecotoerisme. Opbrengsten komen bij de lokale bevolking terecht.

Info

Je kan het best het park bezoeken in het droge seizoen tussen mei en oktober. De belangrijkste toegangsplaats is Rurrenabaque. In San Buenaventura aan de overkant van de Río Beni, bevindt zich het kantoor van Parque Nacional Madidi, 98922540, waar men zich verplicht moet laten registreren en waar entree betaald moet worden (150 Bs). In het park liggen twee gerenommeerde ecologische herbergen, Chalalan en Albergue Tacuaral (deze wordt gerund door Balatours). Net buiten het park ligt de San Miguel del Bala lodge. Er zijn ook minder toegankelijke entrees tot het park zoals in het westen, in het Andesgedeelte, Pelechuco en Apolo, in het zuiden Guanay en in het noorden Ixiamas.

Albergue Ecológico Chalalan

Dit is een pioniersproject in het Madidi Park, en wordt gedefinieerd als Ecoturismo Comunitario, oftewel ’ecotoerisme gerund door de lokale gemeenschap’, in dit geval de comunidad San José de Uchupiamonas. Het betreft een ecologische lodge, idealistisch gelegen aan een schitterend meandermeer te midden van een overdaad aan primair regenwoud. Je vaart in 5 uur, met een gemotoriseerde kano met dak, via de Río Beni en Río Tuichi naar de entree van de lodge.

Het stuk over de Río Beni is mooi, de rivier gaat dwars door de bergketen Cerros de Bala en slaat na twee uur, stroomopwaarts de snelstromende Río Tuichi in. Hier bevindt zich de parklimiet en entreepost van het Parque Madidi. De boottocht gaat verder over de onstuimige Río Tuichi, die in het droge seizoen soms zo laag is dat de boot vast komt te zitten en een enkele keer moet dan ook een stukje gelopen worden. Soms is aan de oevers van de rivier op de (zand)stranden de capibara (groot knaagdier) te zien, evenals schildpadden, de rivierotter, kaaiman en met heel veel geluk de tapir of de jaguar.

Na 5 uur varen vanaf Rurrenabaque is de entree van Chalalan en nu volgt een 2 kilometer lange wandeling door mooi primair regenwoud tot de ecolodge Chalalan. Deze beschikt over simpele maar schone tweepersoonskamers, totaal voor 30 mensen, alle in de lokale Tacana-stijl (etnische stijl) gebouwd met gebruik van regenwoudmateriaal. De schuine daken zijn bedekt met het jatata-blad, de wanden van de kamers met het schors van een palmboom en de vloer en buitenwanden van mahoniehout. Er wordt gebruikgemaakt van zonne-energie en er is 24 uur elektriciteit. De simpele maar schone kamers hebben allemaal een muskietennet en sommige kamers hebben een eigen douche.

Er is een groot restaurant met goed, gevarieerd eten, een bar en zelfs een bibliotheek. De verrassing komt als je een klein stukje naar beneden loopt, hier bevindt zich omringd door ongerept regenwoud met vele palmbomen, het paradijselijke Laguna Chalalan. Overdag werkt een duik in het meer zeer verfrissend maar ’s avonds is het beter de lagune in de kano te bezoeken want hier leven talrijke witte en tot 6 meter grote zwarte kaaimannen. De lodge beschikt over zeer goede lokale gidsen die het je naar de zin maken. Zo kan je begeleide wandelingen maken over een van de diverse routes die lopen over gezamenlijk 32 km aan aangelegde paden. Een interessante wandeling is bijvoorbeeld naar de lokale kollpa (plaats met modder), een verzamelpunt voor diverse dieren zoals de tapir, het hert en diverse apen, die hier modder eten om schadelijke stoffen uit hun andere voedsel te neutraliseren. Soms wacht hier de jaguar op zijn prooi.

Alle wandelingen lopen door primair regenwoud en er zijn hier 325 verschillende vogelsoorten geregistreerd en vijf apensoorten. De wandeling naar de mirador (uitzichtspunt) boven het meer is aan te bevelen. De ochtend of namiddag is perfect voor kanoën op het meer en vogels en diverse apen spotten. De avondspeurtocht naar de rode reflecterende ogen van de kaaiman en de slang is buitengewoon opwindend. Op verzoek is vissen in de Río Tuichi mogelijk. De lodge biedt ook de mogelijkheid om de nederzetting San Jose de Uchupiamonas te bezoeken, een boottocht van 3 uur stroomopwaarts. De tocht kost weliswaar US$120 extra maar loont zeker de moeite. De comunidad profiteert van de opbrengsten van de lodge, zij ontvangen 50% van de inkomsten en dat is duidelijk te zien.

Twaalf jaar geleden was dit een geïsoleerde, arme nederzetting van Tacana Quechua Indígenas maar nu gaat het de bewoners veel beter. Er zijn goede opleidingsmogelijkheden, medische faciliteiten en de mensen hebben kans om in de lodge te werken, wat een betere toekomst betekent. In het dorp wordt de gemeentelijke zaal bezocht, waar een royale ontvangst is met een lokale frisdrank en een dansoptreden van lokale kinderen. Daarnaast bezoek je diverse instituten, ambachtslieden en een chacra (akker) waar de lokale bevolking yuca, bonen, fruit en cocaplanten cultiveert.

De laatste dag, op de terugweg naar Rurrenabaque bestaat de mogelijkheid om de werkelijk spectaculaire Kollpa Caquiahuara te bezoeken. Dit houdt een wandeling van 20 minuten in naar een observatieplatform. Vanaf het regenwoud rijst een 100 meter hoge wand van modderklei op. ’s Ochtends en in de namiddag is het hier een enorm gekakel wanneer tientallen, felgekleurde ara’s hun nesten in de muur bezoeken. De holen worden altijd bewoond door een paartje, nooit een ara alleen. De vogels eten de modder van de wand, die substanties bevat die gevaarlijke stoffen uit hun voedsel zoals noten en vruchten, neutraliseren.

Het Chalalanproject is een uiterst succesvolle onderneming, die de lokalen zelf hebben weten te realiseren met hulp van Conservation International, door bemiddeling van de bekende Israëliër Yossi Ghinsberg en met financiële hulp van de Inter-Amerikaanse Bank voor ontwikkeling. De nadruk wordt gelegd op bescherming en conservatie van de natuur en behoud van lokale tradities. Andere comunidades volgen tegenwoordig het voorbeeld van het uiterst succesvolle Chalalanproject.

San Miguel del Bala is een ander soortgelijk project. Deze door de etnische groep Tacana gerunde ecolodge bevindt zich aan de Río Beni op 45 minuten varen vanaf Rurrenabaque. De ideologie is min of meer hetzelfde als in Chalalan en de opbrengsten zijn voor de comunidad. De lodge heeft zeven bungalows met eigen badkamer, een groot, goed restaurant en een groot gemeenschappelijk huis met een bibliotheek, een informatiecentrum over de Tacanacultuur en verkoop van handwerk. Men biedt de typische regenwoudfauna en -floraverkenningen aan plus een bezoek aan een lagune met een waterval. Daarnaast is er in de omgeving een indrukwekkende kloof, die gevormd is door twee natuurlijke muren van honderd meter hoog, met voetsporen van wilde beesten. De laatste dag wordt de Kollpa Caquiahuara bezocht, waar talrijke ara’s hun nesten hebben (zie Chalalan). Daarnaast functioneert de ecolodge als een educatief centrum en leert de bezoeker over ‘slash and burn’ activiteiten, tropische vruchten en de etnische culturen. Bovendien is er uitleg over de mondelinge tradities en demonstreert men diverse jaagtechnieken van de voorouders.

Reserva de la Biosfera y Territorio Indigena Pilon Lajas

Dit in 1992 gestichte park ligt ten oosten van Rurrenabaque, in het Benidepartement en heeft een oppervlakte van 4000 km2. Het park ligt tussen de 250 en 2500 m hoog en bestaat uit evenwijdig liggende bergketens doorsneden door oost-west georiënteerde valleien met vochtige bergwouden en subandine bossen. Tevens bevat het park vlakke, laaggelegen pampa’s die in het regenseizoen deels onder water lopen. Er zijn hier 2500 plantensoorten geregistreerd naast 162 economisch bruikbare bomen, 890 diersoorten en 499 vogelsoorten. In het park zijn bufferzones ingericht waar diverse etnische groeperingen leven, verdeeld in 25 comunidades zoals de Chimane, Moseten en Tacanas. Het grootste gedeelte van de bevolking bestaat evenwel uit colonizadores (kolonisten) uit de Altiplano. De nederzettingen binnen het park hebben het recht om de natuurlijke bronnen te gebruiken en twaalf nederzettingen leven van jacht, visvangst, en producten uit het bos zoals bijvoorbeeld het jatatablad (van een palmboom) dat gebruikt wordt als dakbedekking van de huizen. Enkele nederzettingen zijn voldoende georganiseerd om toeristen te ontvangen. Het park heeft mooie landschappen zoals de Valle del Río Quiquibey en het mysterieuze Laguna Azul. Er bevinden zich ook ruïnes in het park.

De toegangspoort tot Pilón Lajas is Rurrenabaque waar het kantoor van het park gevestigd is op Campero en Busch. In het park bevindt zich een ecologische lodge, Ecoturismo Indígena Mapajo waarvan de opbrengsten ten goede komen aan de gemeenschap.

Mapajo, een ecologische lodge in Pilón Lajas

Dit is een ander succesvol ecologisch project, in de comunidad Asunción in de Pilón Lajas Biosfera, 3 uur varen vanaf Rurrenabaque, dat gerund wordt door de indígenas comunidades (inheemse nederzettingen) van de Río Quiquibey. In twee jaar tijd heeft de lokale bevolking bungalows, restaurant, toiletten en douches en een interpretatie- en cultureel centrum opgezet. Er is 20 km aan wandelingen uitgezet die begeleid worden door lokale gidsen over paden die in het midden van de bossen zijn aangelegd. Zo is er een wandeling naar de salitrales, een plaats met zout waar de ara’s hun nesten bouwen of een wandeling langs reuzenbomen en palmbomen waarbij je uitleg krijgt over medicinale planten. Andere excursies gaan naar de lange stranden langs de Río Quiquibey of je maakt een kanotocht door het regenwoud. De gasten kunnen helpen in de chacos (tuinen), waar de ingrediënten voor de traditionele gerechten vandaan komen die de lokale vrouwen bereiden voor de toeristen. Verder leer je lokale dranken te bereiden zoals guarape (van suikerriet) en chicha en er is uitleg over de functies van medicinale planten. Bovendien wordt uitgelegd hoe ze een speer en boog maken. De mapajo is een grote boom in de jungle die de kleinere planten beschermt. Voor de Moseten symboliseert de boom harmonie binnen de samenleving.