La Paz

Inwoners (inclusief El Alto) 2.300.000, hoogte 3660 m, kengetal 02

 La Paz is de politieke en culturele hoofdstad van het land (Sucre is de wettelijke hoofdstad) en heeft de toerist veel te bieden. Het is een nog grotendeels authentieke stad met een grote verscheidenheid aan bevolkingsgroepen die zorgt voor een levendig straatbeeld. Zo zijn er kleurrijke indianenmarkten, waaronder de bekende heksenmarkt en is er een enorm aanbod aan artesanía (handwerk), zoals kleurrijke weefsels, bontgekleurde truien en mutsen en vele andere soorten souvenirs. Het koloniale centrum rond het aangename Plaza Murillo is interessant om rond te wandelen, met imponerende regeringsgebouwen, kerken en het schilderachtige straatje Calle Jaen, met diverse interessante museums. La Paz heeft een rijk cultureel leven en gedurende het hele jaar vinden er spectaculaire religieuze feesten plaats. Bovendien heeft de stad een gevarieerd aanbod aan folkloristische muziek en dansoptredens. De stad ligt in een grillig gevormde bergvallei omgeven door majestueuze sneeuwbergen die vanaf diverse uitzichtpunten te bewonderen zijn.

Oriëntatie

De stedelijke agglomeratie van La Paz strekt zich van west naar oost uit over een afstand van ongeveer 40 km en ligt op hoogtes tussen de 4300 en 3100 meter. Vandaar dat het een stad is met enorme contrasten waarbij de arme bevolking in de hogergelegen, koude en gure El Alto woont, en de meer welgestelden, in het lagergelegen, warmere Zona Sur hun woning hebben. De Altiplanogemeente El Alto ligt in het westen van de agglomeratie en is bekend om zijn op 4000 m gelegen Aeropuerto Internacional, het hoogstgelegen vliegveld in de wereld. Hier begint een 12 km lange snelweg die afdaalt naar La Paz en algauw is er een fenomenaal uitzicht over het 400 meter lagergelegen La Paz, dat in een enorme bergvallei ligt. De steile berghellingen zijn bezaaid met huizen en hierboven steken de witte bergtoppen van Illimani (6488 m) en Huayna Potosí (6088 m) uit. In het centrum aangekomen verandert de snelweg in een brede, dalende verkeersboulevard die in de volksmond El Prado genoemd wordt, maar eigenlijk een opeenvolging van boulevards is, ieder met een eigen naam. Av Montes loopt tot Plaza San Francisco met de gelijknamige kerk, een belangrijk verkeersknooppunt en een ontmoetingspunt voor de Bolivianen. Ten noorden van het plein is het koloniale centrum van de stad dat geconcentreerd is rond de vreedzame Plaza de Murillo. Hier bevinden zich de belangrijkste regerings- en openbare gebouwen van de stad. Vanaf het plein kan je een stadswandeling maken (in het boek beschreven) naar Calle Jaen, het meest oorspronkelijke koloniale straatje van La Paz, met vier interessante museums. Ten zuiden van San Francisco liggen de uitgestrekte kleurrijke indianenmarkten, die de moeite waard zijn om te bezoeken, met onder andere de beroemde Mercado de las Brujas (heksenmarkt) en de buurt rond Sagárnaga, een waar paradijs voor de liefhebber van souvenirs. Vervolgens doorkruist El Prado, nu Av Mariscal Santa Cruz geheten, het commerciële centrum van de stad met hoge kantoorgebouwen, diverse restaurants en bioscopen en vanaf Av 16 de Julio ligt in het midden van de boulevard een wandelpromenade met veel groen. Vooral ’s avonds is het leuk om hier rond te slenteren, zoals de Bolivianen doen. De promenade eindigt bij de verkeersrotonde Plaza Estudiantes, (plein van de studenten) en hierachter ligt de grote openbare universiteit van de stad. De verkeersboulevard splitst zich in Av 20 de Octubre en Av 6 de Agosto en beide straten lopen door de kosmopolitische wijk Sopocachi waar zich de betere restaurants en uitgaansgelegenheden van de stad bevinden. Na Sopocachi daalt de weg sterk af naar de welvarende wijken in Zona Sur. Dit stadsdeel ligt op 3100 m en heeft een aanmerkelijk aangenamer klimaat dan de rest van de stad. Hier bevinden zich enkele toeristische attracties zoals Valle de la Luna, Muela del Diablo en de dierentuin.

Geschiedenis

‘La Ciudad de Nuestra Señora de La Paz’ (de stad van Onze-Lieve-Vrouwe van de vrede) werd gesticht op 20 oktober 1548 door kapitein Alonso de Mendoza in het stadje Laja, dat op de Altiplano 40 km ten westen van La Paz ligt. Een paar dagen na zijn stichting werd de nederzetting verplaatst naar het huidige Plaza Murillo in de vallei Chuquiago Marka, nu Río Choqueyapu genoemd. Deze plaats bood beschutting tegen de koude, felle winden van de Altiplano en bovendien had men hier in de buurt goud gevonden. Door zijn gunstige geografische ligging transformeerde La Paz algauw tot een belangrijk commercieel en transportcentrum op de belangrijke ‘zilverroute’ Potosí-La Paz-Cusco-Lima en naar de zeehaven van Arica in Chili. Bovendien had het een grote landbouwmarkt waar de producten uit de Altiplano en de subtropische valleien van de Yungas verhandeld werden, zoals het hoog geprezen cocablad, dat gebruikt werd door de slaven in de mijnen om harder te kunnen werken. De stad stond altijd stevig onder het bestuur van de Spanjaarden maar heeft vele indianenopstanden gekend zoals in 1781, waarbij de machtige kurakas (indianenleider) Túpac Catari, de stad belegerde. Dit beleg werd na 100 dagen opgebroken door koloniale troepen uit Buenos Aires en Túpac Catari werd gevangengenomen en berecht. Op16 juli 1809 leidde Pedro Domingo Murillo een opstand in La Paz en nam daarbij de lokale gouverneur en de bisschop van La Paz gevangen. Hierna riep hij de eerste onafhankelijkheidsverklaring van een Amerikaanse kolonie van Spanje uit. Dit was het begin van een lange periode van onafhankelijkheidsoorlogen in Latijns-Amerika die zouden duren tot 1825, het jaar waarin Bolivia onafhankelijk verklaard werd. La Paz was inmiddels de grootste stad van Bolivia geworden en had 40.000 inwoners. Weliswaar was Sucre de hoofdstad van de onafhankelijke republiek maar het politieke leven vond grotendeels plaats in La Paz. Dit was een onrustige tijd met een recordaantal opstanden, revoluties en protesten, waarbij het presidentieel paleis het diverse malen moest ontgelden. In 1899 was er een korte burgeroorlog tussen de eeuwige rivalen Sucre en La Paz waarbij La Paz als winnaar uit de strijd kwam en officieel de regeringsstad werd, vanwaar de president regeerde met een congres. In de eerste helft van de 20ste eeuw groeide La Paz tot een stad met 300.000 inwoners. In 1952 vonden er felle straatgevechten plaats tijdens de revolutie en als gevolg van de daaruit voortvloeiende landbouwhervormingen migreerden veel Aymaraboeren naar de stad. Daarna is het altijd onrustig gebleven in La Paz als regeringsstad van Bolivia, tot op de dag van vandaag toe.

Klimaat

De beste reistijd is tussen april en november wanneer de zon volop schijnt en waardoor het overdag soms 25º C kan worden. De nachten zijn echter koud en de temperatuur daalt menigmaal tot onder het vriespunt. Het regenseizoen is tussen december en april en wordt gekenmerkt door bewolkte dagen met soms heftig onweer, regen en hagelbuien.

Waarschuwing!

Het centrum van La Paz leent zich uitstekend om het per voet te verkennen maar houd vooral de eerste dagen rekening met de hoogtes. Het duurt zeker een dag of twee om aan de ijle lucht te wennen, die veel minder zuurstof bevat dan op zeeniveau en het is verstandig vooral veel water en cocathee te drinken of cocablaadjes te kauwen (dit is geen mythe, het helpt echt) en het in het begin zo rustig mogelijk aan te doen; dus voorkom inspanningen. Eventueel is er een medicijn in elke apotheek te verkrijgen, soroche (hoogteziekte), die de eerste kwalen van hoogteziekte onderdrukt zoals hoofdpijn en misselijkheid.

Het is belangrijk attent te zijn voor de kleine criminaliteit, die vooral uit zakkenrollen bestaat, rugzakken en broekzakken opensnijden en het stelen van onbewaakte persoonlijke spullen. Laat je vooral niet afleiden door muntstukken die op straat vallen of viezigheid die men over de kleren geworpen krijgt. Daarnaast moet je oppassen voor nepagenten die toeristen met een vals voorwendsel dwingen om in een taxi te stappen. Dit nooit accepteren, een echte politieagent zal je nooit lastigvallen op straat. Ten slotte moet je oppassen met het nemen van een taxi. Een enkele keer komt het voor dat de taxichauffeur zijn klant met hulp van medeplichtigen berooft. Het is altijd beter om een radiotaxi te bestellen. Desalniettemin is La Paz een van de veiligere hoofdsteden van het continent.

Bezienswaardigheden La Paz

Sightseeing tour

Een goede manier om een eerste indruk te krijgen van de stad is een tour te nemen met de rode Sightseeing dubbeldekker, die vertrekt vanaf Plaza Isabel La Católica, 92791440, www.lapazcitytour.net. Er zijn twee circuits die allebei 50 Bs kosten. Circuit A gaat door het centrum van de stad en vertrekt om 9 en 15 uur en duurt anderhalf uur. Circuit B maakt een rondtour door Zona Sur en Valle de la Luna en vertrekt om 10.30 en 13.30 uur.

Koloniaal centrum (El Centro)

Wandeling van Plaza Murillo naar Calle Jaen

Plaza Murillo is het belangrijkste plein in het centrum en twee van de drie bestuurlijke machten van Bolivia bevinden zich hier; Palacio de Gobierno (presidentiële paleis) en Palacio Legislativo (parlementsgebouw) beide in neoklassieke bouwstijl (de rechterlijke macht bevindt zich nog steeds in Sucre). De eerste is nu het werkpaleis van de president Evo Morales en zijn assistenten en wordt bewaakt door ceremoniële wachters, die in rode negentiende-eeuwse uniformen gestoken zijn, afkomstig van de Salpeteroorlog. Men kan het paleis niet bezoeken. Het paleis werd afgebouwd in 1852 en staat onder de bevolking bekend als Palacio Quemado (het afgebrande paleis) nadat het in 1875 door een hevige brand grotendeels verwoest werd tijdens een van de vele revoluties, ditmaal gericht tegen de toen regerende president Tomás Frías. In het midden van het plein staat een standbeeld van president Villaroel, die in 1946 uit het presidentieel paleis werd gesleurd en opgehangen werd aan een lantarenpaal. Aan de zuidkant van het plein bevindt zich de vanaf 1831 gebouwde Catedral Metropolitana, die pas in 1931 ingewijd werd. De constructie heeft een neoklassieke voorgevel met Korinthische zuilen en is vooral imponerend door zijn afmetingen, met een grote koepel, plompe pilaren en een hoog plafond. Tot 1825 mocht de inheemse bevolking Plaza Murillo niet betreden maar tegenwoordig is het een goede plek om de verscheidenheid aan bevolking gade te slaan. Vooral op zondag komen Boliviaanse families hiernaartoe om te ontspannen en om de vele duiven voedsel te geven.

Op de hoek van de Plaza met Comercio ligt het Museo Nacional de Arte, 92408542, openingstijden di.-vr. 9.30-12, 15-19, za.-zo. 9-13 uur. Dit schitterende voormalige achttiende-eeuwse paleis heeft mooie voorbeelden van Andes barokstijl en herbergt een verzameling van belangrijk werk van Boliviaanse schilders. Er zijn drie zalen gewijd aan permanente tentoonstellingen. Sala de Meubles y Esculturas op de begane grond heeft beeldhouwwerk, schilderijen en meubels uit de tijd van de Spaanse onderkoningen. Sala de Pintura Virreinal op de eerste verdieping heeft een verzameling religieuze kunst van de befaamde Escuela Potosina (Potosíschool) en werk van de bekendste religieuze schilder die Bolivia gekend heeft, Melchor Pérez Holquín, met onder andere zijn gewaardeerde schilderij Johannes de doper.

Op de tweede verdieping bevindt zich de Sala de Arte del Siglo XX met het werk van de belangrijkste Boliviaanse en Latijns-Amerikaanse artiesten uit de 20e eeuw onder wie Cecilio Guzmán de Rojas (1939). Er vinden vaak wisselende tentoonstellingen plaats in het museum.

De koloniale kerk Santa Domingo (1760) op de kruising Ingavi en Yanacocha, heeft een voorgevel in lokale barokstijl en is een populaire plaats voor huwelijken en doopsels. Wandelend langs de straat Indaburo passeer je het uit 1845 stammende Teatro Municipal, een elegant gebouw waar soms goede concerten worden gegeven en theater wordt opgevoerd. Op de hoek bevindt zich Escuela de San Calixto, dat oorspronkelijk het huis was van Antonio José de Sucre, de held van de Boliviaanse onafhankelijkheidsoorlog.

Iets verderop in de straat ligt Museo Nacional de Etnografia y Folklore, Ingavi 916 en Jenaro Sanjinés, 92408640, geopend di.-za. 9-12.30, 15-19, zo. 9-12.30 uur. Het voormalig paleis van de markies Villaverde, uit de 18e eeuw is sinds 1930 een nationaal monument. Tegenwoordig zijn er diverse tentoonstellingen te zien over inheemse culturen zoals de Uru-Chipaya uit Oruro en de Tarabuco uit de omgeving van Sucre. Tevens is er de tentoonstelling Tres Milenios de Tejidos, die traditionele weefsels uit heel Bolivia omvat.

Ten slotte arriveer je in het schilderachtige Calle Jaén, een gerenoveerd koloniaal voetgangersstraatje dat bestraat is met keien en omringd wordt door mooie koloniale huizen met kleurrijke patio’s. Het straatje bevat vier museums die open zijn van di. t/m vr. 9.30-12.30, 15-19, za.-zo. 9-13uur. Je koopt een ticket dat toegang geeft tot alle museums in het straatje.

Museo Costumbrista, Sucre en Jaén, 92280758. Het museum heeft een tentoonstelling over de tradities, de gewoontes en de belangrijkste historische gebeurtenissen van de stad La Paz, door middel van foto’s en figuren van keramiek.

Het Museo del Litoral Boliviano, Jaén 789, handelt over de Salpeteroorlog in 1879, waarbij Bolivia zijn kustgebied verloor aan Chili, met onder andere een collectie historische landkaarten.

Museo de Instrumentos Musicales, Jaén 711, heeft een interessante collectie van antieke en moderne folkloristische muziekinstrumenten. De bekende Boliviaanse muzikant Ernesto Cavour, charango specialist, componist en oud-lid van de groep Los Jairas heeft zijn medewerking verleend aan het museum. Tevens worden er cursussen panfluit of charango gegeven.

Museo Casa de Murillo was het huis van Don Pedro Domingo Murillo, de opstandelingenleider tijdens de revolutie van La Paz op 16 juli 1809. De rebel werd in 1810 opgehangen door de Spanjaarden op de plaza, die nu zijn naam draagt. Het museum heeft een tentoonstelling van koloniale en republikeinse kunst, etnografie, meubels en voorwerpen en beelden van de Boliviaanse presidenten van de vorige eeuw.

Museo de Metales Preciosos of Museo del Oro. Het museum bevat waardevolle zilveren en gouden voorwerpen uit de precolumbiaanse tijd die gevonden zijn op Boliviaans grondgebied. Daarnaast is er een reconstructie van een graf met een mummie en zijn er keramieken vazen uit onder andere Peru.

San Francisco

De Plaza San Francisco vormt een belangrijk onderdeel van de stad. Dit altijd levendige plein is een ontmoetingspunt van de doorsnee Boliviaan; je treft hier schoenpoetsers, cholitas (typisch aangeklede marktverkoopsters) en vooral veel inheemse bevolking. In het midden van het plein staat een monument in de vorm van een enorm stenen hoofd van Simón Bolívar, de bevrijder van Bolivia. Op het plein vinden vele (politieke) manifestaties plaats. Rondom de plaza zijn diverse markten waaronder de Mercado Lanza (nu in reconstructie) waar je vruchtensapjes kunt drinken of een empanada de queso (kaassoufflé) met een warme api (maïsdrank).

De Iglesia en Museo San Francisco, 92318472, elke dag geopend van 9-18 uur vormen samen een belangrijke historische en culturele attractie in de stad. Het franciscanenklooster werd gebouwd in 1549 en was daarmee het eerste klooster van La Paz. Na een complete instorting als gevolg van hevige sneeuwval, werd het klooster herbouwd in 1743. Het complex heeft een belangrijke rol gespeeld in de Boliviaanse geschiedenis en herbergt diverse tentoonstellingen zoals een zaal met een tentoonstelling over de geschiedenis van de franciscanenorde in Bolivia, een wijnbodega, een zaal met wandschilderingen en een zaal met religieuze schilderijen. Het hoofdklooster is omgeven door een mooie tuin waar diverse groentes en medicinale planten gekweekt worden. Het oude klooster bevindt zich rond de patio met de dertien bogen en herbergt onder andere de kamer van Tito Yupanqui, de inheemse beeldhouwer en schepper van het beroemde beeld van de Virgen de Copacabana. Boven het klooster is een zaal met religieuze schilderijen en een gevangenencel.

De basiliek heeft een achttiende-eeuwse barokstijl zoals de weelderig gedecoreerde voorgevel. Daarnaast is er een crypte van Boliviaanse helden en een indrukwekkende kapel met kaarsen. In het bovenste gedeelte van de basiliek bevinden zich het koor en het dakterras. Bij de ingang is een eetgelegenheid Profumo di caffé waar goede koffie geserveerd wordt.

Enige blokken achter Plaza San Francisco, in een marktbuurt waar vooral illegale dvd’s worden verkocht, bevindt zich Museo Tambo Quirquincho, Evaristo Valle tussen Tiquina en Santa Cruz, 92390969, met een permanente fototentoonstelling van het oude La Paz en er zijn maskers en koloniaal en republikeins zilverwerk te zien. Daarnaast is een zaal gewijd aan de Chola Paceña, de typische vrouw uit La Paz. Er vinden wisselende kunsttentoonstellingen plaats.

Sagárnaga en Linares

Dit is de toeristische buurt van La Paz met een grote hoeveelheid aan bureautjes die tours in de omgeving van La Paz aanbieden en een enorm aanbod aan winkels met artesanía (handwerk) en souvenirs zoals mooie alpacatruien, kleurrijke traditionele weefsels uit de Andes, poncho’s, muziekinstrumenten zoals de quena en de zampoña, zilver/ tinwerk en schilderijen. Bovendien bevinden zich hier diverse ateliers die op maat lederen jacks, sport- en bergkleding maken. In Pasaje Jiménez tussen Linares en Santa Cruz bieden Yatiris (Aymara religieuze specialist) hun bovennatuurlijke diensten aan, zoals voorspellingen maken aan de hand van de analyse van cocablaadjes. In Linares ligt het bekende Museo de la Coca, Linares 906, 92311998. geopend elke dag van 10-19 uur, waar uitleg wordt gegeven over de rol die het cocablad speelt in de traditionele samenleving, de toepassing in de farmaceutische industrie en tevens wordt ingegaan op cocaïne. Op de kruising Linares en Santa Cruz bevindt zich de beroemde Calle los Brujas of Mercado de Hechicería (heksenmarkt). De marktkraampjes en winkels verkopen allerlei magische producten die verband houden met de Andesgeloven en -rituelen. Zo is er de mesa (offer) te koop en diverse medicinale kruiden en amuletjes voor magische doeleinden.

Inheemse markten

Een van de interessantste en meest fotogenieke plaatsen in La Paz zijn de diverse dagelijkse indianenmarkten die boven San Francisco en Linares gesitueerd zijn (alhoewel de cholas, de typische Aymaravrouwen, niet graag gefotografeerd willen worden). Elke sector van de markten is gespecialiseerd in bepaalde producten. Het hart van het marktgebied wordt gevormd door Mercado Buenos Aires, rond Graneros en Max Paredes waar men van alles vindt, zoals huishoudelijke producten maar ook typische Boliviaanse producten, zoals de bolhoed en polleras (wijde rokken) voor de Aymaravrouwen, maar ook ateliers die schitterende geborduurde kostuums ontwerpen voor de grote feesten zoals Gran Poder. In het steile straatje Graneros is een groot aanbod aan nagemaakte merkkleding, leren jacks (die op maat gemaakt kunnen worden) en schoenen.

Donderdag tot en met zondag zijn de beste dagen om de Mercado Rodriguez, in het gebied Rodriguez en Max Paredes te bezoeken waar vooral groente, fruit en vis (uit Titicaca) verkocht wordt. Hier bevinden zich enkele tambos, precolumbiaanse constructies, die bestonden uit een centrale patio en functioneerden als markt en waarvan de vertrekken eromheen dienden als overnachtingsplaats. In Eloy Salmón (richting Cementerio) vind je, originele, nieuwe elektronica-artikelen tegen een voordelige prijs, een goed adres indien de camera of de I-pod niet meer werkt.

La Chola Paceña

Op de markten kom je ze overal tegen, de chola, de karakteristieke, traditioneel geklede Aymaravrouw met borsalino bolhoed, geborduurde zijden blouse en op de schouders gebonden, geborduurde sjaals. Zij staan vooral bekend om de zogenaamde pollera, glanzende rokken met gelaagde onderrokken gemaakt van materiaal van soms wel vijf meter lang met eronder tot de knie reikende kousen. De kostuums zijn een gevolg van een wet uit de 17e eeuw die de kolonisten oplegden aan de inheemse vrouwen; zij mochten hun eigen kleding niet meer gebruiken maar moesten voortaan kostuums dragen, die de vrouwen in Spanje droegen. Later kleedden voornamelijk welgestelde mestiesvrouwen zich in dit type kostuum, maar tegenwoordig dragen zowel arme als rijke Aymaravrouwen over de hele Altiplano, deze kostbare investering. Oorspronkelijk werd het woord chola gebruikt om een arme inheemse vrouw aan te duiden die naar de stad trok op zoek naar betere levensomstandigheden maar tegenwoordig vallen onder chola paceña ook in La Paz geboren Aymaravrouwen, die economische status hebben verworven en trots zijn op hun inheemse afkomst.

San Pedro

Het centrum van deze buurt is de aangename Plaza Sucre met de interessante Iglesia San Pedro, die vooral bekendstaat om de beruchte gevangenis San Pedro. Voorheen kon men deze spontaan bezoeken maar op het moment van schrijven is bezoek verboden.

San Pedro gevangenis

Dit is een van de merkwaardigste gevangenissen in de wereld. Nadat je de dikke muren en de bewaking gepasseerd bent zie je beelden die niet aan een gevangenis doen denken maar aan een willekeurige buurt in El Alto, met spelende kinderen, marktstalletjes, een restaurant en zelfs een hotel. Hier is geen bewaking te bekennen en de cellen hebben geen tralies!

De realiteit is anders; de San Pedro gevangenis heeft ongeveer 1500 gevangenen die verdeeld zijn in acht sectoren, uiteenlopend van arme, ellendige cellen tot cellen met alle gemakken van dien. Het eigenaardige is dat de gevangenen zelf voor hun cellen moeten betalen. Men kan een cel huren voor 10 dollar per maand en deze delen maar een cel met eigen badkamer, keuken en kabeltelevisie is te koop voor 1000 tot 1500 dollar, voor zijn hele strafperiode. De gevangenen zijn aldus gedwongen om te gaan werken binnen de gevangenis, zodat sommige een marktstalletje binnen de gevangenis hebben of werken als kapper, schoenpoetser of klusjesman. Er leven hier ongeveer 200 kinderen met hun vaders. De jongsten gaan naar een peuterschool binnen het complex maar de ouderen gaan naar een school buiten de gevangenis, waar ze vaak worden gediscrimineerd. Binnen de gevangenis zijn de kinderen bang voor geweld en seksueel misbruik. Hun moeder heeft hen vaak achtergelaten of zit in een andere gevangenis. Maar hier hebben ze tenminste nog een beetje bescherming van hun vader die ze alleen nooit zouden hebben. Overdag is het vrij rustig in de gevangenis maar ’s avonds rommelt het als de gevangenen van elkaar gaan stelen en soms worden geschillen met het mes opgelost. De bewaking komt er niet tussen. Elke sector lost zijn eigen problemen op en kent zijn democratisch gekozen baas. 80% van de ‘inwoners’ zit vast voor drugsactiviteiten en slechts 25% zit hun straf uit. De overige 75% van de gevangenen zit hier in afwachting van hun proces! Er is een boek geschreven over de San Pedro gevangenis: ‘Marching Powder: A True Story of Friendship, Cocaine, and South America’s Strangest Jail’ van Thomas MacFadden. Dit boek beschrijft de herinneringen van een Engelse drugsdealer die vijf jaar vast zat in de San Pedro gevangenis. Tot voor kort werden tours naar de gevangenis gehouden maar op het moment van schrijven is dit verboden. De reden hiervan is dat sommige toeristen alleen de gevangenis bezochten met het doel om zeer goedkope cocaïne te kopen.

Paseo El Prado (Av 16 de Julio)

La Paz wordt doorkruist door een brede verkeersader die El Alto met Zona Sur verbindt. Deze boulevard deelt de stad in tweeën, alle straten die hier op uitkomen, dalen van de omliggende berghellingen. Het gedeelte tussen de Correo (centrale postkantoor) en Plaza del Estudiante wordt in de volksmond El Prado genoemd en is vooral ’s avonds een flaneerboulevard. Hier bevinden zich bioscoopcomplexen, diverse eetgelegenheden en bovendien bieden verkopers allerlei nuttige gebruiksartikelen aan zoals reiswekkers, zonnebrillen, pennen maar ook de nieuwste speelfilms en complete computersoftware (alles piraat). In een mooi gerestaureerd 19e-eeuws herenhuis is het interessante Museo de Arte Contemporáneo Plaza, Av 16 de Julio 1698, 92335905, elke dag geopend 9-21 uur, gehuisvest. Hier zijn permanente en wisselende tentoonstellingen van hedendaagse kunst met hoofdzakelijk schilderijen van bekende nationale en internationale artiesten. Het gebouw alleen al is de moeite van het bekijken waard met onder meer een glazen dak met gebrandschilderde glaspanelen ontworpen door Gustavo Eifel. In een zijstraat van El Prado ligt Museo Nacional de Arqueología Tiwanaku, Tiwanaku 93, 92311621, openingstijden di.-vr. 9.30-12 en 15-19 en za.-zo. 09-13 uur. Het museum herbergt waardevolle stukken van diverse culturen zoals de Tiwanaku, Chiripa, Mollo, Inca en oostelijke laaglandculturen.

Overige Museums

Museo de Textiles Andinos Bolivianos, Plaza Benito Juárez 488; Miraflores, 92243601, geopend ma.-za. 9.30-12, 15-18, zo. 10-12.30 uur. Dit museum heeft mooie voorbeelden van traditionele weefsels uit heel Bolivia en een winkel waar de opbrengsten hoofdzakelijk naar de wevers gaan.

Casa Museo Marina Nuñez del Prado, Av Ecuador 2034,92424175, dagelijks geopend 9.30-13, di.-vr. 15-19 uur. Mooie beeldhouwwerken van de internationaal erkende Boliviaanse artiest Marina Nuñez del Prado.

Miradores (uitzichtpunten)

Mirador Jach’a Kollo, Villa Nuevo Potosí, biedt een bijna ongelimiteerd uitzicht over La Paz en omgeving. Dit is tevens een ceremoniële plaats.

Mirador Sallahumani bevindt zich op 150 m na de tol op de snelweg El Alto-La Paz en vaak wordt hier gestopt door tourbussen. Vanaf hier heeft men een schitterend uitzicht op La Paz en de berg Illimani. Hier staat bovendien een stenen standbeeld La Mamacoa, een heiligheid uit de Kallawaya-cultuur.

Parque Metropolitano Laikacota, Av del Ejército, is een populair stadspark, waar entree betaald moet worden en vanwaar men een heel goed uitzicht over La Paz en omstreken heeft.

Mirador de Killi Killi (kleine lokale vogel), Villa Pabón ten noorden van het centrum biedt eveneens goede uitzichten.

Parque Mirador Montículo, is een klein park dat favoriet is bij de ‘verliefde paartjes’, met goede uitzichten vooral over de Zona Sur en omliggende bergen en ligt in de aangename woonwijk Sopocachi. Het park heeft een indrukwekkende, gedecoreerde toegangspoort.

Cementerio

Boven de indiaanse markten ligt de belangrijke volkswijk Cementerio waarvandaan diverse bussen naar de Altiplano en Titicaca vertrekken en bovendien bevindt zich hier de belangrijkste begraafplaats van La Paz. In Bolivia worden overledenen eerst begraven. Na tien jaar wordt het lichaam opgegraven en gecremeerd. Mensen huren of kopen glazen boxen in enorme muren waar ze regelmatig bloemen bij leggen. Bovendien zijn er familiemausoleums, sectoren voor mijnwerkers en graven voor omgekomen soldaten. Er bestaan professionele huilers bij begrafenissen. Op 2 november gaat iedereen naar de begraafplaats met Dia de los Muertos of Todos Santos (Allerheiligen) om de doden te herdenken.

El Alto

El Alto bevindt zich op een hoogte van 4000 meter op de Altiplano, aan de rand van een grillige bergvallei waar La Paz in ligt en aan de voet van de Cordillera Real. Het wordt vooral bewoond door Aymaramigranten uit de Altiplano die de afgelopen dertig jaar in grote getallen de moeilijke leefomstandigheden op het platteland ontvluchtten of hun werk zijn kwijtgeraakt in de mijnen. Velen proberen allerlei waar te verkopen op de markten van La Paz en El Alto. Dit is een snelgroeiende gemeente en heeft tegenwoordig 800.000 inwoners. Deze stad heeft politiek gezien veel invloed gehad in Bolivia gedurende de laatste tien jaar. Vele protesten en opstanden vonden hier hun oorsprong, met als dieptepunt de tragische maandag in oktober 2003 toen bij opstanden tegen de toenmalige president Gonzales Sánches de Lozada, 72 doden vielen. Verder is El Alto bekend om zijn grote openluchtmarkt, La Feria de El Alto en de talrijke spectaculaire uitzichtpunten (zie Miradores). Onlangs is er een nieuwe toeristische attractie geïntroduceerd, de zogenaamde cholitas luchadores (vechtende cholitas).

La Feria 16 de Julio, de grootste openluchtmarkt van Bolivia

Iedere donderdag en zondag wordt rond Plaza 16 de Julio in El Alto, La Feria del Alto gehouden, de grootste en goedkoopste markt van Bolivia waar de beste koopjes te vinden zijn. De lokalen noemen het La Dieciseis (de zestiende) en de markt bevindt zich precies op de rand van de kloof vanwaar men schitterend, het 400 meter lager gelegen La Paz ziet liggen. De belangrijkste regel is om zo vroeg mogelijk te komen, dat wil zeggen 5 uur ’s ochtends wanneer de markt begint en de beste koopjes te vinden zijn, zoals bijvoorbeeld bijna nieuwe merkkleding. Op het eerste gezicht lijkt het een grote wanorde maar alles is perfect georganiseerd op de ‘Andes’ manier. Iedere verkoper weet precies zijn plekje. In de jaren 60, toen de markt begon, waren er slechts twaalf marktkraampjes maar door de sluiting van de mijnen zijn er nu 40.000, vooral vrouwelijke, verkopers te vinden. Er lopen veel choros (dieven) rond en er bevinden zich in de buurt diverse clandestiene werkplaatsen waar gestolen auto’s gedemonteerd worden en vervolgens de onderdelen op de markt verkocht worden. Op de dierenmarkt wordt de wet eveneens niet gerespecteerd en worden er onder meer slangen, vechthonden en leguanen aangeboden. In de diverse sectoren is een enorm aanbod van eten zoals de populaire sandwich de chorizo, (sandwich met worst), piqué macho (stukjes vlees, patat, uien), salchipapas (stukjes worst met patat) en chairo (zie voedsel algemeen), Titicaca vis en sesos de cordero (lamsvlees). Bovendien is er een groot aanbod aan taarten, sommige met een doorsnede van een meter, die in stukken worden gesneden en individueel verkocht worden.

Cholitas luchadores (worstelende cholitas)

De nieuwste attractie van El Alto vindt plaats op zondag, in een grote openbare sporthal, waar cholitas, traditioneel geklede Aymaravrouwen, voor honderden razend enthousiaste toeschouwers, waaronder tegenwoordig ook (buitenlandse) toeristen, binnen een ring theatraal worstelen. De wedstrijd is weliswaar in scène gezet maar er worden rake klappen uitgedeeld en de vrouwen vliegen letterlijk door de worstelring, een spektakel voor wie ervan houdt. Het spel is geïnspireerd op lucha libre, vrij vechten, uit Mexico en beeldt het gevecht uit tussen een técnic (een goede) en een ruda (slechterik). Uiteindelijk mondt het gevecht uit in een complete chaos waarbij mannelijke worstelaars zich in de strijd mengen en het publiek het zelfs moet ontgelden. De vrouwelijke worstelaars variëren in leeftijd van achttien tot in de dertig en moeten vele uren trainen. Zij verdienen weliswaar 150 tot 200 bolivianos per wedstrijd maar uiteindelijk doen ze het voor de eer en ook om meer respect te verkrijgen want de Aymaravrouwen worden nog steeds met minachting behandeld.

De wedstrijden vinden elke zondag plaats tussen 16 en 20 uur in Multifuncional de La Ceja in El Alto. Tickets zijn verkrijgbaar, doordeweeks in de namiddag en zaterdag en zondag ‘s ochtends, bij het reisbureau Secretos Andinos, General Gonzáles 1314, San Pedro (in namiddag), 92495000, www.cholitaswrestling.com.

Festiviteiten

24 januari, Alasitas. Dit feest is gewijd aan Ekeko en bestaat uit een grote jaarmarkt bij het museum voor kinderen, Kusillo, waarin stalletjes allerlei miniatuurvoorwerpen en eten verkopen.

Alasitas, het feest van de overvloed

Alasitas is een Aymarafeest gewijd aan Ekeko, vertaald uit het Aymara ‘dwerg’, de god van de overvloed. Ekeko is een klein mannetje met een grote ronde buik bedekt met allerlei miniatuurvoorwerpen, die overvloed en materiële wensen voorstellen. Op 24 januari 1798 vierde men voor het eerst de Alasitas, om de opheffing van een indianenopstand te vieren. De opstand en de daarmee

Bestemmingen in de omgeving van La Paz

  • Cordillera Real

    Cordillera Real
    De Cordillera Real (Koninklijk Bergketen) strekt zich 200 km uit, van de Illampu (6382m) in het noordwesten tot de indrukwekkende Illimani (6462 m) ten...
  • Titicacameer (3800 m)

    Lago Titicaca
    Een van de hoogtepunten van Bolivia is zonder meer een bezoek aan het hoogst gelegen bevaarbare meer van de wereld, Lago Titicaca. Haar aantrekkelijkheid (voor...