Sucre

Inwoners 250.000, hoogte 2790 m. Kengetal 04

 Sucre, bekend als ‘de stad met de vier namen’, heeft altijd al een belangrijke rol gespeeld in de Boliviaanse geschiedenis. Hier werd in 1825 de onafhankelijkheid verklaard en bovendien was dit lange tijd de hoofdstad en regeringsstad van Bolivia. La Ciudad Blanca, de witte stad, is tegenwoordig een belangrijke universiteitsstad met 18.000 Boliviaanse studenten en 2000 buitenlandse (Braziliaanse) studenten die voornamelijk rechten en medicijnen studeren. Daarnaast is het een aantrekkelijke stad voor de toerist vanwege zijn koloniale stijl, met mooie witte gebouwen en kerken, charmante patio’s, oude balkons en een landelijke sfeer. Tegelijkertijd heeft het een uitgebreid cultureel aanbod en een actief nachtleven. Sucre is in 1991door de UNESCO tot wereldcultuurerfgoed verklaard.

Klimaat

De stad Sucre kent een gematigd en aangenaam klimaat, met in de droge tijd tussen mei en november veel onbewolkte dagen en temperaturen die uiteenlopen van onder het vriespunt ’s nachts tot 24° C, overdag. Tijdens de maanden december tot en met maart valt de meeste regen.

Geschiedenis

Sucre heeft in zijn bewogen geschiedenis veel naamsveranderingen ondergaan. Voor de komst van de Inca’s bewoonde het Charcasvolk de valleien rond Sucre met Chuquisaca, het huidige Sucre, als hoofdstad. Charcas was een groot gebied dat liep tot Noord-Chili en Noord-Argentinië en omvatte dorpen die goed georganiseerd waren, met een eigen wetgeving en geloof. In 1440 arriveerden de Inca’s met een leger van 30.000 man en veroverden het hele gebied, dat ze gedurende 100 jaar zouden controleren. In 1540 stichtten de Spanjaarden, op het huidige Plaza de la Recoleta, Villa de la Plata (stad van het zilver), vanwege vermeende zilvervoorraden in de omgeving. In 1550 werd het centrum verplaatst naar waar nu Plaza 25 de Mayo is. Tussen de 16e en 18e eeuw was La Plata na Lima, de belangrijkste plaats van het Virreinato del Perú (onderkoninkrijk Peru), wiens sociaalpolitieke, economische en militaire macht werd gerepresenteerd door La Real Audiencia de Charcas, met gezag over Alto Perú (nu Bolivia), Paraguay, Noord-Argentinië en Noord-Chili. Bovendien had het toezicht en beheer op de mijnen in Potosí. Veel mijneigenaren uit Potosí verkozen het veel aangenamere (leef)klimaat van Sucre als woonplaats en investeerden rijkelijk in de stad, wat leidde tot de bouw van indrukwekkende gebouwen en kerken. Rond Sucre ontstond een belangrijk landbouwgebied, dat nodig was voor de voedselvoorziening van Potosí. In 1776 werd Charcas een onderdeel van Virreinato del Río de la Plata (Buenos Aires). In 1809, binnen de eerste universiteit van het land, San Francisco Xavier, begonnen de eerste activiteiten van opstand tegen de Spaanse overheersing. De onafhankelijkheidsstrijd duurde 15 jaar, waaraan vele lokale leiders deelnamen, onder andere het befaamde echtpaar Manuel Ascencio Padilla en Juana Azurduy de Padilla. Onder leiding van de ‘bevrijders’ Simón Bolívar en José Antonio de Sucre, en na de beslissende overwinning tijdens de slag van Ayacucho op 9 december 1824 op de Spanjaarden, werd op 6 augustus 1825 in Sucre de onafhankelijkheid uitgeroepen en ontstond de República Bolivia. In het begin van de 19e eeuw onderging de stad een belangrijke verandering in de architectuur als gevolg van een nieuwe boom in de mijnbouw. Na een burgeroorlog tussen Noord- en Zuid-Bolivia aan het einde van de 19e eeuw werden alle machten overgeplaatst naar La Paz en bleef alleen de rechterlijke macht, tot op de dag van vandaag, in Sucre, alhoewel Sucre wel de constitutionele hoofdstad van Bolivia is. In 2007 kwam Sucre weer internationaal in het nieuws door hevige rellen, waarbij vier doden vielen. De protesten waren gericht tegen de plannen van president Evo Morales om de grondwet te wijzigen en bovendien wilde Sucre, net als in het verleden weer de regeringsstad stad zijn van Bolivia met alle bestuurlijke machten. Het resultaat van de opstand was dat Sucre voor enige tijd zonder politie en zonder lokale regering was, een buitengewone situatie die de bewoners overigens wel onder controle wisten te houden.

Oriëntatie

Alle bezienswaardigheden liggen in El Centro Histórico, een gebied van 230 hectare dat grofweg ligt tussen Parque Bolívar en La Recoleta (noord-zuid) en Cementerio General en San Sebastián (oost-west). De busterminal ligt 3 km ten noordoosten van de centrale plaza en het vliegveld 5 km ten noordwesten van het centrum.

Bezienswaardigheden

Plaza 25 de Mayo

Dit aangename grote plein bestaat uit een klein park met palmbomen en zitbankjes, dat te midden van indrukwekkende witte koloniale en republikeinse gebouwen en de imposante catedral ligt. In het midden staat een standbeeld van Mariscal Antonio José de Sucre, de grote onafhankelijkheidsstrijder uit Venezuela, die tevens de eerste president van Bolivia was. Catedral Basilica, ingang op Nicolás Ortíz, dagelijks diensten om 8 en 9 uur, zondag om 10 uur, is een bezoek zeker waard. In 1551werd met de bouw van de kathedraal aangevangen maar pas 250 jaar later compleet afgemaakt. De kerk is gebouwd in onder andere renaissance- en barokstijl. In de grote hal in het centrum van de kathedraal bevindt zich een tempel in Grieks-Romeinse stijl. Het heeft een indrukwekkend hoofdaltaar en bovendien bevinden zich hier zes schilderijen in olieverf van de bekende schilder Montúfar, die het ‘martelaarschap van de apostelen’ uitbeelden. De ingangen hebben mooi gedecoreerde voorgevels in mestiesbarokstijl. De 40 meter hoge klokkentoren is het logo van Sucre en heeft een klok uit Londen (1772) en een dak in piramidevorm. In de crypte rusten de belangrijkste aartsbisschoppen van Charcas. In een oude kapel van de kathedraal bevindt zich Museo Eclesiático, Nicolás Ortíz 61, 96452257, geopend ma.-vr. 10-12 en 15-17, za. 10-12 uur. Het museum herbergt religieuze voorwerpen en een pinacotheek met bekende Europese schilders zoals Van Dijck en de bekende Boliviaanse schilder Pérez de Holguín. In het museum bevindt zich de toegang tot de kapel waar de zo aanbeden Virgen de Guadalupe, de beschermheilige van Sucre zich bevindt. Deze afbeelding werd in 1601 geschilderd door Fray Diego de Ocaña en vervolgens in 1784 met een stevige plaat van zilver en goud gelamineerd, die de mantel van de patroon voorstelt. De afbeelding is rijkelijk gedecoreerd met juwelen, goud en zilver, donaties van welgestelden. Jaarlijks op 8 september is het grote feest Fiesta de Virgen de Guadalupe.

Naast de kathedraal ligt de Prefectura Departamental Chuquisaca, een indrukwekkend neoklassiek gebouw uit 1896. Het was oorspronkelijk bedoeld als presidentieel paleis, maar als gevolg van de verloren burgeroorlog in 1899 met het noorden van Bolivia, werd de zetel van de regering overgeplaatst naar La Paz. In het gebouw bevinden zich interessante muurschilderingen met taferelen van de onafhankelijkheidsstrijd

Het historisch belangrijkste gebouw op de Plaza is Casa de la Libertad, Plaza 25 de Mayo 11, 96453841, geopend ma.-vr. 9-12.30 en 14.30-18. en za.-zo. 9.30-12.30 uur. Dit gebouw werd geconstrueerd in 1630 door de jezuïeten als onderdeel van een klooster, maar in 1624 werd hier Universidad de San Francisco Xavier gehuisvest, de eerste universiteit van Zuid-Amerika. In de 19e eeuw had dit gebouw een grote historische betekenis want hier werd op 6 augustus 1825 in de Salón de la Independencia de onafhankelijkheid en de soevereiniteit van de República Bolivia ondertekend. Het oorspronkelijke ondertekende document is nog te zien. Tussen 1825 en 1889 was het Boliviaanse congres hier gehuisvest. Nu herbergt het een museum over de begindagen van de republiek met portretschilderijen van alle presidenten, een indrukwekkend aantal als gevolg van de vele coups en moordaanslagen die het land heeft gekend. Er is tevens een tentoonstelling over aan oorlog en onafhankelijkheid gerelateerde onderwerpen.

Aan dezelfde kant op de hoek van Arce en Arenales staat Honorable Alcaldia Municipal Sucre ofwel het stadhuis van Sucre, dat uit 1888 stamt en op de tweede verdieping een indrukwekkend glas-in-loodraam heeft met motieven van het dagelijks leven in Chuquisaca.

Aan de zuidkant van de plaza is het Museo de Historia Natural, 96453828, geopend: ma.-vr., 8-20, za. 9-12, 15-18, zo. 9-12 uur, een collectie van opgezette beesten, mineralen en grondstoffen uit het Departement Chuquisaca.

Ten westen van Plaza 25 de Mayo

De Casa de Cultura, Argentina 65, is een mooi koloniaal gebouw met een binnenplein en zalen waar wisselende kunsttentoonstellingen worden gehouden en soms concerten. Op Nicolás Ortíz 165, ligt het interessante klooster- en kerkcomplex Iglesia de San Felipe Neri (1795), dat tegenwoordig een school huisvest. De hoofdpatio wordt omringd door een twee verdiepingen hoge kloostergalerij en wordt gezien als het belangrijkste en mooiste binnenplein van de stad. Aan de wanden van de brede galerijen hangen diverse schilderijen. Er is vanaf de kerk toegang naar het dakterras met stenen zitbanken en men kan genieten van het mooie uitzicht over de stad. In de crypte van de kerk rusten de belangrijkste notabelen van Sucre. Toegang tot de kerk is gecompliceerd en men moet bij de hoofdingang aanbellen of kloppen. Aan de overkant van het klooster ligt Iglesia de la Merced, bekend om het hoge, uit cederhout gesneden altaar, en zijn mooie barokke altaarstukken bedekt met goudblad.

Het gerenommeerde Museo Colonial Charcas, Bolívar 698, 953285, geopend ma. tot za. 8.30-12 en 14.30-18 op za. 9-12 en 15-18 uur, is gehuisvest in een koloniaal gebouwencomplex uit de zeventiende eeuw. Het heeft mooie patio’s die omringd zijn door galerijen met bogen en bestaat uit twee museums die tot de universiteit behoren.

Museo Colonial heeft een collectie Arte Virreinal (onderkoningschap) kunst met bekende schilders als Melchor Pérez de Holquín. Museo Antropológico is onderverdeeld in drie tentoonstellingen; Sala de Arqueología met keramieken voorwerpen, wapens, stenen en metalen voorwerpen en een zaal met mummies en doorboorde en vervormde schedels. Bovendien is er een reproductie van diverse oude rotstekeningen.

La Sala de Etnografía y Folklore heeft een tentoonstelling van poppen gekleed in traditionele kleding.

Galería de Arte Moderno herbergt schilderijen met bekende Boliviaanse artiesten zoals Cecilio Guzmán de Rojas, de broers Imaná en Solón Romero.

Aan het einde van Linares ligt Cementerio General, een indrukwekkende begraafplaats met mooie tuinen en mausoleums. Veel belangrijke figuren uit de Boliviaanse geschiedenis liggen hier begraven onder wie ex-presidenten als Aniceto Arce Álvarez Ruiz en notabelen, onder wie het vorstenpaar La Glorieta, wiens grote witte marmeren mausoleum opvalt en daardoor veel bezocht wordt. Boven de zuilen van de neoklassieke ingang staat geschreven Hodie Mihi Cras Tibi: ‘heden ik, morgen gij’. Bij de ingang van het kerkhof lopen jongetjes die voor een kleine bijdrage rondleidingen geven.

Ten noorden van Plaza 25 de Mayo

De Templo de San Miguel, Arenales 10, (dienst om 19.15 uur), staat bekend om zijn grote toren waarvandaan men een mooi uitzicht heeft over de stad. De kerk bezit barokke altaarstukken bedekt met goudblad en een plafond in mudéjarstijl.

De belangrijkste universiteit van Bolivia, Universidad Mayor Real y Pontificia de San Francisco Xavier de Chuquisaca, Junin en Estudiantes, werd in 1624 opgericht door jezuïeten en was de eerste universiteit van Zuid-Amerika. Hier werden de studenten opgeleid met liberale ideeën, beïnvloed door de Franse revolutie, die uiteindelijk leidde tot de onafhankelijkheidsstrijd, die begon in 1809. De dependance van de universiteit, Junin 652, heeft een schitterende patio rond een kloostergalerij van twee verdiepingen. Op Junin 241 staat Iglesia de San Sebastián uit 1539, die een interessante gevel in renaissancestijl heeft en enige schilderijen van de befaamde Escuela Cusqueña (Cuscoschool).

Aan het aangename, met palmbomen versierde, Plaza de Libertad, ligt het uit het begin van de 20ste eeuw stammende Teatro Gran Mariscal, het voormalige operahuis. Hier vinden geregeld evenementen plaats (info bij Casa de la Cultura of het toeristenkantoor). Verder uit het centrum ligt een reusachtig wit gebouw in Franse neoklassieke stijl, Corte Suprema de Justicia. Dit gebouw is gereedgekomen in 1945 en huisvest de rechterlijke tak van de Boliviaanse regering. Hier tegenover ligt het populaire Parque Libertador Simón Bolívar. Dit aangename stadspark uit het begin van de twintigste eeuw heeft Franse invloeden. Zo staan er bij de ingang van het park twee Arco de Triunfo’s en in het midden van het park is een kleine imitatie van de Eiffeltoren, die voorheen dienst deed als weerstation.

Ten zuiden van Plaza 25 de Mayo

De Iglesia de Santa Domingo (1545), Calvo 101, heeft een indrukwekkende voorgevel in renaissancestijl en is bekend en drukbezocht vanwege het beeld van Señor del Gran Poder. Er is dagelijks een dienst om 7 uur. Het meestbezochte museum van Sucre is Museo del Arte Indigena ‘ASUR’ (Antropólogos del Surandino), San Alberto 413, 96453841, openingstijden ma.-vr. 8.30-12, 14.30-18, za. 9.30-12, 14.30-18 uur. Dit interessante textielmuseum is ontstaan als gevolg van een hulpproject, om de kunst van het traditionele weven in de regio’s Tarabuco en Jalq’a te doen opleven en zo extra inkomens te genereren voor de arme mensen uit deze streken rond Sucre. Tegenwoordig doen 1200 wevers aan dit project mee, die gegroepeerd zijn in 25 ateliers. Hun kwalitatief hoogwaardige weefsels zijn professioneel tentoongesteld in het museum en worden verkocht in de museumwinkel. Vlak hierbij ligt Convento y Templo de Santa Teresa de Jesús, waar iedere ochtend om 7 uur een dienst wordt gehouden. Aan deze kerk grenst het typisch koloniale straatje Callejon de Santa Teresa. De oudste kerk van de stad, Iglesia de San Lázaro (1538), Calvo 404, is omgeven door een indrukwekkende witte bogengalerij uit het einde van de 18e eeuw.

Aan het einde van Calvo begint de schilderachtige wijk La Recoleta, waarvan het centrum gevormd wordt door Plaza Pedro de Anzares. Dit is een breed plein, afgesloten met een grote zuilengalerij waar artesanía verkocht wordt en vanwaar je een heel mooi uitzicht over Sucre en omgeving hebt, speciaal met zonsondergang. Op deze plek werd de stad in 1540 gesticht. Onder de zuilengalerij ligt het Café Gourmet Mirador, met een aangenaam tuinterras. Achter het plein bevindt zich Convento y Iglesia La Recoleta, 96451987, geopend ma.-vr. 08.30-11.30, 14.30-16.30 uur. Het interessante franciscanenklooster bevindt zich boven de stad onder de Cerro Churuquella en werd in 1600 gesticht door broeder Francisco Morales. De kerk werd herbouwd in de 19e eeuw en bestaat uit slechts één beuk met een aangrenzende kapel en bevat vier kleinere altaren in gotische stijl. Een hoogtepunt van de kerk vormen de uit cederhout gemaakte koorbanken, in barokstijl, die zich op de eerste verdieping bevinden. El Convento bestaat uit drie kloostergalerijen met onder andere de Patio de los Naranjos (sinaasappelbomen) en een moestuin met de Árbol Milenario, een cederboom die ongeveer 1400 jaar oud is. In een van de galerijen bevindt zich een museum waar schilderijen, beeldhouwwerken en religieuze werken worden tentoongesteld. Bovendien beschikt het klooster over een bibliotheek met 20.000 boeken. Er zijn dagelijks diensten om 6 en 19 uur. Achter en rechts van de kerk bevinden zich schilderachtige steegjes met de naam uit de koloniale tijd van katten, zoals Gato Negro.

Ten oosten van Plaza 25 de Mayo

Museo de Etnografía y Folklore MUSEF, España 74, 96455293, geopend ma.-vr. 9.30-12.30, 14.30-18.30, za. 9.30-12.30 uur, gratis toegang, heeft een tentoonstelling over Boliviaanse carnavalsmaskers en over de Chipayacultuur in Oruro. Op de hoek van Ravelo en Arce staat Iglesia San Francisco (1540). Deze kerk die ook een klooster bevat, heeft een interessant plafond van cederhout in mudéjarstijl. In de crypte van de kerk liggen de overblijfselen van de Spanjaarden die deelnamen aan de stichting van de stad. Een van de twee klokkentorens herbergt de klok die werd geluid als teken van de start van de onafhankelijkheidsstrijd in 1809. Er zijn diensten om 7 en 19 uur. Tegenover de kerk ligt de levendige Mercado Central, waar je vruchtensappen en lokale lekkernijen kan kopen.

Koloniale architectuur in Sucre

Veel koloniale huizen in het centrum van Sucre dateren uit de jaren 1780-1830, het neoklassieke tijdperk waarin de soberheid aan de buitenkant geaccentueerd werd. Het loont de moeite om enige details in de koloniale architectuur te ontdekken.

Patio’s (binnenpleinen)

De charmante patio’s uit de koloniale tijd tussen het midden van 16e en 18e eeuw hadden een essentiële functie in het dagelijks leven van Sucre en vormden het centrum van het huis, de plaats van ontmoeting en het speelterrein van de kinderen. In de koloniale tijd bestonden er geen openbare pleinen of parken waar men elkaar kon ontmoeten of waar men zich kon ontspannen. Er waren alleen openbare plaatsen waar stierengevechten en markten gehouden werden of waar de lastdieren konden uitrusten. Daarom kenden de huizen meerdere binnenpleinen waar de mensen konden uitrusten in privacy, omringd door lekker ruikende planten. De bewoners verkozen de patio’s ook al omdat de straten vol met stof waren. De (woon)vertrekken hadden hun ingang aan een galerij en de belangrijkste huizen hadden galerijbogen. In het centrum van de patio stond een fontein die de bewoners van water voorzag. Enkele bijzondere patio’s zijn te vinden in de Casa de Libertad, Convento San Felipe Neri, Museo Universitario Charcas en Casa de la Cultura.

Cruces (kruisen)

In de koloniale tijden was men bang voor ziektes, epidemieën, ongelukken en catastrofen en het geloof was dat deze tegenspoed het resultaat was van betovering, hekserij en goddelijke straffen. Er werd dan ook van alles gedaan om tegenspoed te voorkomen en men gebruikte voorwerpen om kwade geesten te verjagen of om het geluk op te roepen. Het Latijnse kruis was het meestgebruikte instrument in de strijd tegen het kwade. Zo stonden op de belangrijkste uitvalswegen van Sucre kruisen die de inwoners van de stad Sucre beschermden tegen het kwade zoals La Cruz de Tata Cajoncito, Olañeta en Calama, die op de weg stond naar de belangrijke mijncentrums. La Cruz de San Francisco, Solano, achter La Recoleta, gaf de route naar de grens aan en op de weg naar Potosí stond La Cruz de San Pedro, José Maria Linares bij Bustillos. La Cruz Verde al Norte, ook wel Callejon del Duende genoemd, bij Cruz Verde lag op de weg naar de Valles (valleien).

Koloniale llamadores (deurkloppers)

Deze zijn te vinden in allerlei vormen, maar ze zijn aangepast aan de activiteiten van de hoofdbewoners. Sommige deuren hebben deurkloppers in de vorm van handen en symboliseren de kracht en macht van de eigenaren om de omgeving te domineren. Leeuwen symboliseren eveneens macht en toezicht. In de godsdienst stelt de arend de koningin van de vogels voor en staat voor kracht. De slang is het teken van het slechte maar ook van vruchtbaarheid en het vermogen om te genezen. Het hoefijzer is een remedie tegen een oogziekte. De maan heeft invloed op ziektes van personen, de dood en bovendien op de vruchtbaarheid. De zon staat voor bovennatuurlijke kracht. Daarnaast zijn er deurkloppers in de vorm van menselijke hoofden, die waarschijnlijk de huiselijke goden ophalen die bewaken over voorspoed en veiligheid voor de bewoners van het huis.

Balkons

Sommige deden dienst tijdens ceremonies zoals die van de basiliek van de kathedraal waar de priesters speciale religieuze ceremonies hielden. Vanaf de balkons van hun huizen konden de bewoners speciale evenementen gadeslaan. Bovendien werden tijdens grote processies zoals bij la Virgen de Guadalupe, en Semana Santa (Pasen) de balkons versierd met bloemen en witte zijden lakens.

Voorgevels

Een mooie voorgevel is te vinden bij het nonnenklooster Santa Monica, Junín 601.

De gevels op de hoek van Junín en Arenales vertegenwoordigen de belangrijkste barokmestiesstijl van de stad, gemaakt door indígenas. Het Hospital Real de Santa Bárbara (1554), Arenales 300, heeft een mooie gevel in renaissancestijl.

Festiviteiten, evenementen

Maart/ april, Semana Santa (Pasen). Veel religieuze processies spelen zich in de stad af gedurende deze dagen.

25 mei, Aniversario Departamental. Op deze dag vond de eerste onafhankelijkheidsopstand plaats in 1809 en dit wordt gevierd met allemaal parades, straatfeesten en vuurwerk.

6 augustus, Dia de Independencia (Onafhankelijkheidsdag). Een dag met veel protocol waarbij alle leiders van het land bijeenkomen om de geboorte van het land te vieren.

8 september, Fiesta de la Virgen de Guadalupe. In de week voor het festival worden in het Quechua ballades gezongen in de kapel van Virgen de Guadalupe, de beschermheilige van Sucre. De volgende dag is er een mis en een processie door de straten met het beeld van de patroon. Daarna vindt La Entrada plaats, een spectaculaire parade met veel dans- en muziekgroepen uit heel Bolivia.

Oktober, Festival de la Cultura. Het grootste culturele evenement van Bolivia met dans-, muziek- en theateroptredens van bekende artiesten en bijeenkomsten van intellectuelen uit heel Zuid-Amerika.

1 november, Todos los Santos (Allerheiligen). De bevolking gaat naar de begraafplaatsen om hun familie en vrienden te herinneren. Er worden zoete koekjes meegenomen die tevens worden uitgedeeld aan de armen bij de ingang.