Bonaire in de 21e eeuw

Het moderne leven is niet aan het eiland voorbijgegaan. Criminaliteit en prostitutie zijn toegenomen, ellende en armoede komen voor, al weten de meesten dit goed voor de buitenwereld te verbergen. De lonen houden de stijgende prijzen niet bij en dat maakt het leven voor eilandbewoners duur. Eenderde van de minima van Bonaire geeft aan niet te kunnen rondkomen.

De verslavingsproblematiek is schrijnend. Menigeen verdringt zijn honger of problemen door een toevlucht te zoeken in drugs. Cocaïneverslaving komt het meeste voor, vooral onder jongeren. De cocaïne wordt voor relatief weinig geld uit de omliggende landen gehaald.

Middenkaderpersoneel uit Bonaireaanse gelederen is moeilijk te krijgen, omdat menig ambitieus Bonaireaan naar het buitenland vertrekt, waar de lonen hoger liggen en de arbeidsvoorwaarden beter zijn. Ook jongeren trekken weg, meestal om een opleiding in Nederland te volgen.

Velen van hen keren niet terug. Zij die wel terugkomen zijn vaak wat vervreemd van het eilandleven en voelen zich verdeeld tussen twee werelden. Het meer traditionele deel van de bevolking noemt de terugkomer spottend ‘zwarte macamba’.

Politiek bedrijven op een eiland waar ‘iedereen elkaar kent’ is niet eenvoudig. Politici en ambtenaren nemen niet graag impopulaire maatregelen. Daardoor is er soms te weinig politieke daadkracht. Andersom valt er vanuit de bevolking weinig openlijke kritiek op de lokale politiek te verwachten als de politicus je eigen neef of buurman is.

Loyaliteit met de directe omgeving zijn van doorslaggevende betekenis bij het maken van keuzes in verkiezingsperioden. Voordeel van dit alles is wel dat de afstand tussen politiek en kiezers gering is.