Eerste bewoners: indianen

Zeker is dat lang voor de komst van de Europese ontdekkingsreizigers de eilanden werden bewoond door indianen, die zich een paar duizend jaar voor onze jaartelling al vanuit Zuid-Amerika over het Caribisch gebied verspreid hadden.

Uitgeholde, soms fraai bewerkte boomstammen deden daarbij dienst als kano. Deze jagers/verzamelaars vestigden zich niet permanent op de eilanden maar trokken na een tijdje weer verder. De meest recente groep indianenimmigranten, leden van de Arawak-taalgroep uit het Amazonegebied die de Spanjaarden Caquetio’s noemden, bleven wel.

Zij leefden in groepjes verspreid over het eiland en hadden een vrij georganiseerde samenleving. Naast het vangen van vis, schelpdieren en leguanen verbouwden ze ook cassave en maïs. Archeologische vondsten op Bonaire (werktuigen, aardewerk, schelpsieraden) geven ons een beeld van deze periode.

Uit gevonden schedels (in het museum van Kralendijk is een heel skelet te zien) kunnen wetenschappers opmaken dat het om relatief lange mensen ging met een breed voorhoofd. Wat niet in het museum te zien is, zijn de rotstekeningen. Hiervoor moet je naar het noorden van het eiland, naar Boka Onima en andere locaties. De met roodbruine aarde getekende symbolen, waarvan de precieze betekenis vooralsnog onduidelijk is, vormen stille getuigen van het indiaanse verleden van Bonaire.

De Arawak-indianen zijn in de Cariben als aparte bevolkingsgroep verdwenen, maar leven nog wel in Venezuela, Suriname, Guyana en Frans-Guyana.