Ontdekkers uit Spanje

Bonaire verscheen op de wereldkaart in een periode dat Europeanen de grenzen verkenden van wetenschap, godsdienst en die van onze aarde. Columbus zocht een weg naar Azië via het westen en ontdekte de Bovenwindse Antillen in 1493. De Spanjaard Alonso de Ojedo, reisgezel van een andere bekende ontdekkingsreiziger, Amerigo Vespucci, zette volgens de overlevering als eerste voet op Bonaire, Curaçao en mogelijk ook Aruba.

In ieder geval claimde Vespucci de eilanden in 1499 voor zijn beschermvrouwe koningin Isabella van Spanje. De Benedenwindse Eilanden verschenen later in dat jaar voor het eerst op de Mapa Mundi, de vermaarde wereldkaart van Juan de la Cosa. De Antillianen beschouwen dit jaar daarom als het beginjaar van hun geschiedenis. 

Uit de spaarzame documenten die uit deze periode beschikbaar zijn blijkt dat de Spanjaarden tevergeefs zochten naar grote voorraden zoet water en delfstoffen. Ze concludeerden dat de bodem en het klimaat van Bonaire ongeschikt waren voor grootschalige land- of mijnbouw en verloren snel hun interesse. Met het vredige bestaan van de indianen was het intussen wel gedaan.

De Europese expansiezucht werd velen van hen fataal. Ze werden ziek door gebrek aan weerstand tegen Europese ziekten of werden door de Spanjaarden weggevoerd naar het eiland Hispaniola (het huidige Haïti en de Dominicaanse Republiek) om daar als slaaf te werken in de kopermijnen en op suikerplantages.

De Spanjaarden lieten Bonaire vervolgens enige tijd ongemoeid maar keerden in 1526 terug met een veestapel: paarden, koeien, schapen, geiten, ezels en varkens. Net als Aruba werd Bonaire ingericht als veefokkerij. Enkele Caquetio’s keerden terug om als arbeiders dienst te doen. Bonaire leverde vanaf toen huiden aan de leerlooierijen op Curaçao, dat als administratief centrum diende. Rincon, op afstand van de kust tussen de heuvels en daarmee uit het zicht van piraten, was lang de enige nederzetting op Bonaire.

Misverstand

Columbus, in de veronderstelling via het westen Azië (Indië) bereikt te hebben, noemde de inwoners van de nieuwe wereld Los Indos, indianen. Het was een verzamelnaam voor allerlei verschillende volken die verspreid over het hele continent leefden en niets of weinig met elkaar te maken hadden. Een misverstand dus. Columbus bleef er overigens tot aan zijn dood toe van overtuigd dat hij de oostkust van Azië had bereikt en niet een nieuw continent.