Samen en apart

Op het autonomiemonument van Curaçao staat te lezen: ‘Steunend op eigen kracht, doch met de wil elkander bij te staan.’ Desondanks ontbreekt het op de ABC-eilanden aan een echt algemeen Antilliaans gemeenschapsgevoel. De onderlinge betrekkingen zijn schaars en vol irritaties.

Op Bonaire wordt grote broer Curaçao veelal beschouwd als een opvliegende, brutale vlerk met een grote mond die het gemeenschapsgeld opsoupeert, Bonaire zelf wordt door Curaçao weggezet als dorps, simpel en onontwikkeld. Veel eilandbewoners blijven graag op hun eigen eiland, alhoewel ze vaak familie op de buureilanden hebben.

Als ze toch een ander eiland bezoeken, voor zaken, familiebezoek of om medische redenen, houden ze het uitstapje zo kort mogelijk. De eilanden hebben geen onderlinge bootverbindingen en er is, behalve Koninginnedag, ook geen nationale Antilliaanse feestdag of het moet Antillendag (21 oktober) zijn, voor de meesten een vrije dag die verder weinig emoties losmaakt.

Kortom, de lijm die de Antillen bij elkaar houdt is zwak. Het is dan ook geen wonder dat iedere keer weer de vraag de kop op stak of de afzonderlijke eilanden niet zelfstandig moesten functioneren, al dan niet binnen het Nederlandse koninkrijk. Aan deze situatie kwam in oktober 2010 een einde: de Nederlandse Antillen werden opgeheven.

Curaçao kreeg een status aparte, het werd een zelfstandig land binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Daarmee volgde het buureiland Aruba, dat al in 1986 na een lange politieke strijd de status aparte kreeg. Toen leek het of de overige eilanden ook snel zouden volgen, maar de verzelfstandiging bleek een lange weg vol netelige kwesties.

Lange tijd werden de mogelijkheden tot meer autonomie of zelfs onafhankelijkheid bestudeeerd, maar daar zagen de eilanden later weer van af. De afhankelijkheid van Nederlands (ontwikkelings)geld bleek groter dan men aanvankelijk dacht. Bij referenda in de jaren negentig bleek bovendien dat driekwart van de bevolking deel wilde blijven uitmaken van de Nederlandse Antillen. Maar het tij keerde.

In 2004, bij de 50e verjaardag van het Statuut, werd op Bonaire opnieuw een (niet-bindend) referendum gehouden. Van de kiesgerechtigden stemde nu 59 procent wél voor een directe band met Nederland, net als de bevolking op Saba. Op Curaçao en St.-Maarten koos in 2005 een meerderheid voor een status aparte binnen het Koninkrijk, zoals Aruba dat nu heeft.

Alleen St.-Eustatius sprak zich uit voor behoud van de Nederlandse Antillen als bestuurlijke eenheid. Na jarenlange debatten en overleg met Nederland werd de ontmanteling van de Nederlandse Antillen op 10-10-2010 een feit. Bonaire, St. Eustatius en Saba zijn een soort ‘bijzondere gemeente’ van Nederland.

Daarmee is de angst weggenomen dat het verbreken van alle banden met Nederland tot een machtsgreep van Venezuela zou kunnen leiden. Ook is men ervan overtuigd dat de levensstandaard van de Bonaireanen alleen maar zal verbeteren. En de oudere generatie op het eiland voelt zicht vertrouwd en beschermd in de band met Nederland. Het Nederlandse koningshuis is op alle eilanden zeer geliefd.

Toch is er ook nog steeds verzet tegen de nieuwe situatie en ook is er tot nu toe gepleit voor het opnieuw houden van een referendum.