Jajce

De burcht van Jajce stamt uit 1391
De burcht van Jajce stamt uit 1391

Voor Joegoslaven was Jajce een van de populairste bestemmingen voor een vakantie in eigen land. Wie er nu rondloopt proeft de sfeer van vergane glorie, maar dat wil niet zeggen dat er niets meer te zien en te doen is. De watervallen, de burcht, het Plivsko meer, de oude klokkentoren en de gezellige cafeetjes en restaurants maken een bezoek aan Jajce nog steeds de moeite waard.

Geschiedenis

De opgegraven resten van een mithras-tempel uit de derde of vierde eeuw laten zien dat er een Romeinse nederzetting was bij de plek waar het water van de Pliva in de Vrbas stort. De hertog van Split, Hrvoje Vukcic, liet de burcht van Jajce in 1391 bouwen. Zeventig jaar daarna kreeg de stad een centrale rol in de Bosnische geschiedenis. De laatste Bosnische koning, Stjepan Tomaševic werd in Jajce gekroond. Twee jaar later viel de hoofdstad van zijn koninkrijk in handen van de Turken. Na zijn vlucht naar Kljuc en gevangenneming beval sultan Mehmed II de koning te onthoofden op een veld onder de stadsmuren, dat nog altijd koningsveld genoemd wordt.

Hongaarse legers, die onder leiding van koning Matthias I stonden, schoten te hulp, om te voorkomen dat de Osmanen nog verder zouden oprukken. Venetië gaf financiële steun voor de strijd, die de Hongaren al snel wonnen; ze veroverden het noorden van Bosnië en kozen Jajce als hoofdstad. In 1472 wees Matthias I Nicolaus Ujlaki aan als koning van het nieuw veroverde gebied. Maar na enkele vergeefse aanvallen van de Osmanen viel Jajce in 1528 definitief en bleef het Osmaans tot Oostenrijk-Hongarije in 1878 het bestuur overnam.

De Turken drukten een stempel op Jajce, zoals ze dat in zoveel Bosnische steden gedaan hebben. Ze bouwden moskeeën, medressa’s en een klokkentoren. De Habsburgers legden een spoorwegverbinding met Sarajevo, Travnik en Bihac aan, maar die is sinds de laatste oorlog niet meer in gebruik.

Op 29 en 30 november 1943 had in Jajce het tweede congres van de Antifascistische Raad voor de Nationale Bevrijding van Joego-slavië (AVNOJ) plaats. Daar werd een blauwdruk van de grondwet van communistisch Joegoslavië gemaakt. De datum van de vergadering werd in Tito’s Joegoslavië een nationale feestdag. In de laatste oorlog is Jajce lange tijd door de Bosnische Serven bezet, maar uiteindelijk wonnen de Kroaten. Veel Bosnjakse vluchtelingen zijn teruggekeerd, maar de Serven nog nauwelijks. Zij wonen wel in het nabijgelegen dorp Šipovo.

Bezienswaardigheden

De middeleeuwse citadel is het indrukwekkende middelpunt van Jajce. Het fort werd gebouwd door hertog Hrvoje Vukcic en daarna twee keer door de Hongaren en één keer door de Turken uitgebreid. De wat lager gelegen berentoren (Medvjed kula), die tien meter hoog is en een doorsnede van veertien meter heeft, behoort tot het eerst gebouwde stuk. Later kwamen er dikke metershoge vestingmuren, die vanaf de burcht naar beneden liepen en stadspoorten. In de zeventiende eeuw liep het kasteel ernstige schade op door een grote brand. Wie een bezoek aan de vesting wil brengen moet niet alleen 2 KM betalen, maar ook over een redelijke conditie beschikken. De steile klim over smalle hobbelige paadjes is wel de moeite waard, omdat deze u langs schilderachtige huisjes in oriëntaalse stijl leidt. De in de laatste oorlog vernietigde Esma Sultan moskee wordt nu herbouwd.

Halverwege de klim bereikt u de Lucastoren, die vroeger bij de Romaanse St.-Lucas kerk hoorde. De Turken bouwden de kerk om tot moskee, maar die werd bij een brand in de negentiende eeuw verwoest. Nu staat de toren met de sierlijke driedubbele boogjes alleen. Iets verder langs de vlakke geasfalteerde straat is er een klein pleintje met aan de rechterkant een ondergrondse kerk uit de twaalfde eeuw. De ingang van het bovenste gedeelte is met een interessant reliëf versierd. Binnen bevinden zich enkele graven van kerkprelaten en edelen. Een verdieping lager is de crypte. Wie daar binnen staat zal een mysterieuze atmosfeer ervaren. Als de kerk op slot is, kunt u bij het huis aan de overkant aanbellen. De bewoners hebben de sleutel en geven voor een klein bedrag een rondleiding. Bij de bezienswaardigheden op dit plein zijn enkele Engelstalige informatiebordjes geplaatst. Ze staan, waarschijnlijk tot ongenoegen van geldschieter British Council, vol met spelfouten, maar het is beter dan niets.

Het centrum van Jajce bereikt u via een van de twee stadspoorten: de Banja-Luka-poort in het noorden en de Travnik-poort aan de zuidkant van het centrum. Nog verder in zuidelijke richting is een bruggetje over de Pliva, dat leidt naar een klein parkeerterrein waar ook een stand met toeristeninformatie is. Rechts is het gebouw waar het tweede congres van de AVNOJ werd gehouden. Binnen is een vaste tentoonstelling gewijd aan die gebeurtenis, maar die stelt weinig voor. Langs een boulevard hoog boven de Pliva zijn verschillende restaurants en cafés, waar ’s avonds de plaatselijke jeugd flaneert. Aan de andere kant van de straat, die ’s avonds niet voor auto’s toegankelijk is zijn verschillende uitzichtpunten van waaraf de beroemde waterval te zien is. Aan het eind van deze straat is het busstation en iets daarvoor begint een pad naar beneden, zodat u de waterval ook vanuit een ander perspectief kunt bekijken.

Het Plivsko jezero is in de jaren zeventig ontstaan door de bouw van een waterkrachtcentrale, maar het ziet er veel minder kunstmatig uit dan andere stuwmeren. Hoewel een beetje koud, is het heldere water heerlijk om in te zwemmen. Ook zijn er mogelijkheden om te vissen, kanoën en kajakken. Bij het meer is een camping.

Mrkonjic Grad en de Pliva-regio

Ruim 25 kilometer ten noordwesten van Jajce op de weg richting Kljuc en Bihac ligt Mrkonjic Grad. Het zestiende-eeuwse stadje werd in 1925 vernoemd naar de Servische heerser Petar Mrkonjic, die in opstand kwam tegen de Turken. Zowel tijdens de Tweede Wereldoorlog als in de laatste oorlog is er zwaar om het stadje gevochten. Nu ligt het in de Republika Srspka, in een corridor die de omgeving van Banja Luka met de Pliva-regio verbindt. De stad ligt tussen de groene heuvels. Een deel van het meer Balkana is ingericht als openluchtzwembad, terwijl de rest in natuurlijke staat in gebleven. Bij het meer is een restaurant en een camping.

Pliva- regio

Het riviertje de Pliva is bekend om de schattige watermolentjes. Ze stammen vaak nog uit de Osmaanse tijd en staan in houten hutjes. Langs de rivier is het uitstekend vissen. Bij het dorp Jezero ten westen van het Plivsko meer begint een weg door het fraaie dal van de Pliva. In de idyllische omgeving van het dorp Šipovo monden de Janj, Skownica en Lubovnica in de Pliva uit. Vanuit Šipovo loopt een wandelpad door een landschap van kabbelende beekjes en watermolentjes naar de bron van de Pliva. Daar komt het water met grote kracht uit een met mos begroeide rots zetten. Het zoeken van geneeskrachtige kruiden en paddenstoelen is een echte traditie in dit gebied.

Met financiële steun van Japan werken de gemeenten Šipovo, Jezero en Jajce samen om het toerisme in de Pliva-regio te ontwikkelen. Op het kantoor van Pliva Ecotoerisme in Jajce kan men u helpen met het vinden van accommodatie bij particulieren of het regelen van gidsen voor bergtochten. Bovendien organiseren ze raft- en kajaktochten, grotexpedities en historische ontdekkingstochten langs ruïnes.

Midden in het Pliva-gebied ligt het eco- en etnodorp Zelenkovac. Er staan een aantal bouwwerkjes, die nog het meest doen denken aan kabouterhutten, zij het iets groter. Alles in het park is van hout: de bruggetjes over het beekje, de waterbakken om de was en afwas in te doen, de schommelstoel, het toilethuisje en het café waar koffie en zelfgestookte rakija wordt geschonken. Zelenkovac is in 1985 opgericht door kunstenaar Borislav Jankovic. Hij organiseert ecologische kampen, kunstenaarskolonies en jazzfestivals. Voor 20 KM schildert ‘Boro’ ook een portret in opdracht, maar zie er voor een beter resultaat wel op toe dat hij niet te veel slivovic binnenkrijgt. Een tent opzetten bij Zelenkovac mag voor een klein bedrag en er is een parkeerplaats waar een camper of caravan kan staan. Wie niets van dat alles heeft, kan ook in een van de hutjes slapen. De sanitaire voorzieningen laten behoorlijk te wensen over, maar de sfeer maakt veel goed. Het eco- en etnodorp ligt links van de weg die zeven kilometer ten noorden van Mrkonjic Grad richting Glamoc en Livno gaat. Zes kilometer vanaf de splitsing bij het dorp Podrašnica staat het aangegeven met een groot houten bord.

Gerelateerde onderwerpen

  • Bugojno

    In het rustige Prusac komen in juni duizenden moslims samen
    In het dal van de Vrbas, tussen Donji Vakuf en Gornji Vakuf ligt Bugojno. Tussen 2000 en 2006 was hier een Nederlandse legerbasis van EUFOR gevestigd. In het...
  • Kakanj

    Hooibalen bij Kakanj ©Michelle Walz Eriksson
    Het industriestadje Kakanj heeft zijn bestaan te danken aan de kolenmijn, die sinds het begin van de twintigste eeuw geëxploiteerd wordt. De eerste huizen waren...
  • Kraljeva Sutjeska

    De kloosterkerk van Kraljeva Sutjeska
    Het mooiste en belangrijkste katholieke klooster van Bosnië-Herzegovina staat bij de koningsstad Kraljeva Sutjeska. Het werd in de veertiende eeuw gesticht en is...
  • Travnik

    De burcht van waaruit de viziers regeerden
    Aan de rivier Lašva en ingeklemd tussen de gebergten Vlasic en Vilenica ligt Travnik, op 514 meter boven zeeniveau. Het indrukwekkende fort is de stille getuige...
  • Visoko

    Visocica, een van de 'piramides' ©Mhare
    Twintig kilometer ten zuiden van Kakanj mondt het riviertje de Fojnica in de Bosna uit. Deze plek is al minstens zesduizend jaar bewoond. De Illyriërs en de...
  • Vlašic gebergte

    Het gebergte Vlašic is in alle seizoenen mooi
    De bewoners van het Vlašic gebergte houden zich al eeuwenlang bezig met schapenteelt. De kaas die dit oplevert (Vlašicki sir) is beroemd in Bosnië en...
  • Zenica

    De koranschool of medressa van Zenica
    Voor Joegoslavië was Zenica een belangrijk industrieel centrum. Veel van de fabrieken, waar voornamelijk staal geproduceerd werd, zijn nu in ruste, maar een deel...

Kaart van Jajce en omgeving