Landbouw

In Bosnië worden op grote schaal pruimen geteeld
In Bosnië worden op grote schaal pruimen geteeld

Veel boeren lijden een marginaal bestaan, met gemengde bedrijfjes op een uiterst klein lapje grond. De meeste boeren hebben minder dan drie hectare grond. (In Nederland heeft een gemiddeld akkerbouwbedrijf 40 hectare en een gemiddeld veeteeltbedrijf 25 hectare.) Het zal geen verbazing wekken dat al die minibedrijven nauwelijks nog bestaansmogelijkheden bieden. Schilderachtig zijn ze wel: handgemaakte hooibergjes zoals ze een eeuw geleden door Monet in Frankrijk werden vereeuwigd, akkertjes omgeven door muren of heggen, en op boerenerven scharrelende kippen en varkens.

Al voor de oorlogsjaren werd landbouwgrond verlaten; dit proces is versneld door migratie van bevolkingsgroepen tijdens en na de oorlog. De verbrokkeling van eigendom en de geringe vruchtbaarheid van het land zijn dus al problematisch, door de oorlog is er nog een gigantisch probleem bijgekomen: op naar schatting 250.000 hectare landbouwgrond (10% van alle landbouwgrond, en vooral de lager gelegen, meer vruchtbare gronden) zijn mijnen gelegd, en er wordt aangenomen dat het tientallen jaren zal duren voordat deze geruimd zullen zijn omdat wegen en stedelijke gebieden prioriteit hebben. De oorlog zou wel eens de genadeklap voor de kleine boer geweest kunnen zijn.

Toch is de landbouw niet ten dode opgeschreven. Wel is rationalisatie van productiemethoden nodig om de sector levensvatbaar te houden. Het heeft geen zin de leegloop van bergdorpjes te keren. In de grote valleien van Midden-Bosnië kunnen prima op commerciële basis pruimen, appels en peren verbouwd worden. Daarnaast is de bodem in de dalen van de Una, Bosna, Vrbas en Drina en de vlakte van de Sana geschikt voor de teelt van maïs, suikerbieten en tarwe. Het warmere klimaat van Herzegovina leent zich voor de productie van abrikozen, perziken, mandarijnen, wijn en tabak. Volgens sommige experts zou Bosnië zich echter niet op grootschaligheid moeten richten. Doordat in het verleden nauwelijks met bestrijdingsmiddelen is gewerkt, zijn de bodems niet verpest, wat grote kansen biedt op het gebied van de steeds populairdere ecoproducten.

Een eeuwenoude vorm van landgebruik, die werk of bijverdienste biedt aan duizenden, is het verzamelen, en op kleine schaal ook kweken, van geneeskrachtige en aromatische kruiden. Dit is een echte Balkan-traditie. In Bosnië is een tiental bedrijven actief dat kruidenverzamelaars in dienst heeft, de kruiden verwerkt (droogt) en verkoopt op de nationale en internationale markt. Het gaat hier om grondstoffen voor geneesmiddelen, theeën, keukenkruiden, toevoegingen aan voedingsmiddelen en cosmetica. Het meest verzameld worden jeneverbessen (400 ton per jaar) en wilde salie, en verder onder andere strobloem (aromatische olie), tijm, vlierbloesem, lindebloesem, en sint-janskruid. Ook hier heeft de oorlog een heel ongunstig effect gehad. Kruidenverzamelaars zijn sterk gebonden aan hun streek en hebben terrein- en groeiplaatskennis die van generatie op generatie is doorgegeven. Gedwongen verplaatsing betekent simpelweg het einde van de verzamelactiviteit. Dit nog afgezien van het mijnengevaar. Enkele honderden hectaren land worden nu gebruikt voor de teelt van kamille, lavendel, munt, marjolein en andere kruiden.