Politiek en Staatsinrichting

De Bosnische vlag verwijst naar Europa, drie bevolkingsgroepen, zon en vrede
De Bosnische vlag verwijst naar Europa, drie bevolkingsgroepen, zon en vrede

De binnenlandse politiek van Bosnië wordt sinds 1996 gedomineerd door de economische, sociale en politieke wederopbouw en de implementatie van het Dayton-akkoord. Er wordt vooruitgang geboekt, maar er blijft ook nog veel te wensen over. De overheidsinstellingen op de verschillende niveaus functioneren moeizaam en politieke tegenstellingen bepalen het toneel. De staatsinrichting van Bosnië-Herzegovina is uiterst ingewikkeld.

Staatsinrichting

Het akkoord van Dayton verdeelde Bosnië in de Servische Republiek (Republika Srpska) die 49 procent van het land beslaat, de (Bosnjaks-Kroatische) Federatie van Bosnië-Herzegovina (51 procent) en het kleine district van Brcko. Wel bleef Bosnië-Herzegovina een soevereine staat met de daarvoor al geldige buitengrenzen. In het 170 pagina’s dikke akkoord is ook de staatsinrichting van Bosnië vastgelegd.

De centrale regering voert het beleid betreffende buitenlandse betrekkingen, financiën, buitenlandse handel en vluchtelingen. Ze bestaat uit een driekoppig presidium en negen ministers. Het presidium, waar elke etnische groep door een lid wordt vertegenwoordigd, wordt elke vier jaar direct gekozen door de bevolking van de betreffende entiteiten. Elke acht maanden wisselen de drie presidiumleden van portefeuille. Ook de ministersposten zijn gelijk verdeeld onder de etnische groepen. Een parlement met twee kamers controleert de regering. Het huis van afgevaardigden telt 42 leden, waarvan er 28 door de bevolking van de federatie gekozen worden en 14 door de bewoners van de Republika Srpska. Het huis der volkeren heeft vijftien zetels, voor elke etnische groep vijf. Zij hebben expliciet de taak gekregen de vitale belangen van de etnische groepen te verdedigen.

De meeste bevoegdheden liggen bij de entiteiten. Zowel de Federatie als de Republika Srpska hebben een president, een regering en een parlement. De Republika Srpska wordt zeer centralistisch bestuurd vanuit Banja Luka. De ministers beslissen over alles wat niet expliciet aan de centrale regering is toegekend, zoals binnenlands beleid, politie, onderwijs en sociale zaken. Het parlement van de Republika Srpska heeft één kamer met 83 volksvertegenwoordigers. In 2002 werd ook een raad der volkeren opgericht, die de belangen van de drie grote etnische groepen maar ook van de kleine minderheden moet verdedigen.

De federatie is juist decentraal georganiseerd. Veel bevoegdheden in dat gebied zijn weer doorgeschoven naar de tien kantons. In vier kantons hebben de Bosnjakken de meerderheid, in vier de Kroaten en twee kantons zijn gemengd. Elk kanton heeft een eigen regering en een gekozen raad. De federatie zelf heeft een parlement, dat net als het centrale parlement bestaat uit het huis van afgevaardigden en de kamer der volkeren. Dit parlement kiest de president van de Federatie, tot nu toe altijd een Bosnjak, en de beide vice-presidenten, die de andere bevolkingsgroepen vertegenwoordigen.

In het noordoosten van Bosnië ligt het district Brcko, dat onder geen van beide entiteiten valt. Tijdens de oorlog was het gebied van enorm strategisch belang voor alle partijen en in Dayton konden de onderhandelaars het niet eens worden over de vraag aan wie het werd toegekend. Het district is een bestuurlijke eenheid met zelfbestuur onder het centrale presidium. Het staat onder toezicht van de Brcko District Supervisor, aangewezen door de VN.

Dan is er nog de hoge vertegenwoordiger die de VN aanstelt. Deze moet toezien op de naleving van het verdrag van Dayton en heeft verregaande bevoegdheden. Politici en ambtenaren die in strijd met het verdrag handelen mag hij ontslaan. Bovendien controleert hij of de verkiezingen eerlijk verlopen, coördineert de terugkeer van vluchtelingen, de opbouw van de economie, politieke instituties en infrastructuur. De huidige Hoge vertegenwoordiger, de Slowaak Miroslav Lajcák zal op 1 juli 2008 aftreden en geen opvolger meer krijgen. Bosnië-Herzegovina zal dan een democratie moeten zijn, die op haar eigen benen staat. Tot die tijd heeft de hoge vertegenwoordiger formeel gezien bijna de absolute macht. Alleen EUFOR valt niet onder hem.

De belangrijkste partijen en politici

De eerste tijd na de oorlog domineerden de grote nationalistische partijen de binnenlandse politiek: de (Bosnjakse) Partij van de Democratische Actie (SDA), de Servische Democratische Partij (SDS) en de Kroatische Democratische Unie (HDZ). De verkiezingen van 11 november 2000 (op staats-, entiteits- en kantonaal niveau) waren een doorbraak: de niet (of minder) op etnische basis opererende partijen behaalden een krappe meerderheid. In de federatie en op centraal niveau kwam een niet-nationalistische coalitie tot stand onder leiding van de Sociaal Democratische Partij (SDP). Deze ‘Alliantie voor Verandering’ voerde een aantal belangrijke hervormingen door. In de Republika Srpska werd een ‘regering van experts’ gevormd waar de nationalistische SDS wel een aantal ministers voor leverde, maar die onder leiding stond van de gematigde pragmaticus Mladen Ivanic van de Partij voor Democratische Vooruitgang (PDP).

De resultaten van het beleid van de Alliantie voor Verandering bleven echter achter bij de verwachting van velen, vooral wat betreft de economische ontwikkeling van Bosnië en het bevorderen van de werkgelegenheid. In 2002 verloor de multi-etnische en hervormingspartij SDP, leider van de Alliantie voor Verandering. De drie grote nationalistische partijen keerden samen terug in de regering.

De verkiezingen van 2006 leverden toch weer een overwinning van de gematigde partijen op. De liberale Partij voor Bos-nië-Herzegovina (SBiH) versloeg de SDA en haar leider Hariš Silajdžic en kreeg de Bosnjakse plek in het presidium. Hij is groot voorstander van het opheffen van de entiteiten, maar dat is in de Republika Srpska onbespreekbaar. Namens die entiteit zit Nebojša Radmanovic van de Alliantie van Onafhankelijke Sociaal-Democraten (SNSD) in het presidium. De Kroatische plek van het presidium wordt ingenomen door Željko Komšic van de multi-etnische sociaal-democraten van de SDP. Komšic heeft in tegenstelling tot veel Bosnische Kroaten alleen een Bosnisch en geen Kroatisch paspoort. Hij is getrouwd met een Bosnjakse vrouw.

De leiding van de Republika Srpska is in handen van president Rajko Kuzmanovic van de nationalistische SDS en minister-president Mirolad Dodik van de SNSD. Zij vinden dat een multi-etnische staat als Bosnië een ingewikkeld politiek systeem nodig heeft om alle groepen voldoende te kunnen beschermen. De president van de federatie is Borjana Krišto, de eerste vrouw in dat ambt. Zij is lid van de Kroatisch-nationalistische HDZ, maar behoort wel tot de gematigde vleugel van die partij. Minister-president van de federatie is de Bosnjak Nedžad Brankovic van de SDA.

Symbolen

De vlag van Bosnië-Herzegovina, die in 1998 werd ingevoerd, bestaat uit een blauw vlak met een gele driehoek en witte sterren. De sterren en het blauw staan voor Europa. De driehoek symboliseert de drie bevolkingsgroepen en de kleur geel staat voor de zon en de vrede. De beide entiteiten hebben ook hun eigen vlag. Op die van de federatie staat een groen schild met gouden lelie, het symbool van de Bosnjakken en het Kroatische rood-witte schaakbord afgebeeld. De Republika Srpska voert hetzelfde rood-blauw-wit als Servië.

De nationale hymne van Bosnië-Herzegovina heet Intermeco. Het verving in 1999 het oude volkslied Jedna si jedina (een en eensgezind), dat was geschreven door de bekende popster Dino Merlin. De tekst van dat lied zou de Kroatische en Servische gemeenschap te veel buitensluiten. De nieuwe hymne heeft, om nieuwe onenigheid te voorkomen, geen tekst. De melodie werd door Dušan Šestic gecomponeerd.

Andere onderwerpen

  • Fauna

    De oeraluil
    Zoogdieren Buiten de steden is Bosnië relatief dunbevolkt; er zijn nog veel natuurlijke, weinig toegankelijke en betreden habitats. Voor de zoogdieren is dat...
  • Flora en vegetatie

    De Vbras stroomt door dichte gemengde bossen
    De flora van Bosnië is, net als op de rest van de Balkan, bijzonder rijk. Van de ongeveer tienduizend soorten Europese hogere planten (planten met bloemen en...