Onafhankelijkheid

De eerste opstand in Brazilie tegen de Portugezen werd geleid door een man uit Minas Gerais die de bijnaam ‘Tirandentes’ (de kiezentrekker) had en gesteund werd door priesters, dichters, kooplieden en officieren die geïnspireerd waren door de Amerikaanse Burgeroorlog van die tijd. Maar de samenzwering in Minas werd verraden en Tiradentes naar de gewoonte van toen gevierendeeld.

Dit eerste streven naar onafhankelijkheid in 1789 zou nog een aantal keren worden herhaald (1794 Rio; 1798 Bahia en 1801 Pernambuco). Al deze opstanden droegen bij aan een groeiend nationaal zelfbewustzijn.

Verjaagd door Napoleon vestigde de Portugese prins-regent João zich 22 januari 1808 in Rio de Janeiro met een gevolg van 15.000 man. Wat menig Portugees was overkomen, gebeurde ook met João. Hij werd verliefd op Brazilië en begon hervormingen door te voeren waarvoor aan de andere kant van de oceaan echter geen gehoor werd gevonden. Rio werd van koloniale havenstad omgetoverd tot residentie, een statige hoofdstad. Handel en indu-strie werden gelegaliseerd. Het Portugese handelsmonopolie werd beëindigd en de Britse handelsvloot voer frequent de haven van Rio binnen.

De Engelsen brachten ook een nieuwe levensstijl met zich mee: thee drinken, eten met mes en vork en zelfs de Oxford-dress werd -trendy voor bankiers. In 1815, na de nederlaag van Napoleon bij Waterloo, vluchtten veel Fransen naar Rio de Janeiro waar ze de nieuwe elite de haute cuisine bijbrachten. Hoewel Napoleon nu van het politieke toneel was verdwenen ging Dom João niet terug naar Portugal. Hij bleef in zijn nieuwe land en richtte hogescholen en academies op, theaters, bibliotheken, musea etc. en hij initieerde de uitgave van een krant. Er kwam zelfs straatverlichting en politie. Vooral zijn gewoonte om in zee te gaan baden was een initiatief waar miljoenen Brazilianen hem nog dagelijks voor danken.

In 1816 stierf de krankzinnige moeder van Dom João en werd de prins-regent de koning van Brazilië, Portugal en Algarve, althans dat was de titel die hij aannam. Het valt op dat Portugal op de tweede plaats komt. Pas in 1821 ging hij met tegenzin naar Lissabon terug om daar de troon te bestijgen, terwijl zijn zoon Pedro achterbleef. Slechts 3000 Portugezen reisden met de koning mee terug. De goudvoorraden van de Bank in Rio verhuisden eveneens naar Lissabon en van daaruit werd Brazilië weer opnieuw bestuurd. De roep om onafhankelijkheid werd luider en de pers deed daar dapper aan mee onder invloed van de emancipatie elders op het Zuid-Amerikaanse continent (Argentinië bijvoorbeeld was onafhankelijk geworden in 1816).

Op 7 september 1822 riep Pedro bij het ontvangen van de zoveelste order uit Portugal woedend: Independência ou morte. Deze uitroep ‘De onafhankelijkheid of de dood’ is bekend geworden als de Grito do Ipiranga (kreet bij de rivier de Ipiranga). Op 7 december 1822 liet Pedro zich uitroepen tot keizer van Brazilië.

Het keizerrijk Brazilië

Hoewel Pedro ambitieus was en daarom wellicht ook voorop had gelopen bij het streven naar onafhankelijkheid, bleek hij als leider niet geschikt te zijn. Hij was daarvoor te eigenzinnig en te grillig en zijn amoureuze praktijken gingen zelfs de meest ruimdenkende Braziliaan te ver. Helaas blonken ook zijn raadgevers niet uit door evenwichtigheid. Een grondwet bijvoorbeeld kwam pas na veel lawaai en emoties tot stand en daarmee werd een trend gezet die ook vandaag de dag nog zeer herkenbaar is in het Braziliaanse politieke bedrijf.

Conform deze grondwet uit 1824 – die naar Amerikaans model opgesteld was – kreeg de keizer aanzienlijke macht, maar reeds in 1831 werd hij gedwongen af te treden. Er volgde nu een periode van 9 jaar burgeroorlog en chaos totdat in 1840 de 14-jarige Pedro II de keizerskroon overnam. Er braken nu betere tijden aan. De nieuwe keizer bleek een wijs en verlicht man, die Brazilië 49 jaar bestuurde, zijn ruime bevoegdheden goed gebruikte en ervaren medewerkers om zich heen wist te verzamelen. Brazilië groeide uit tot een eenheid en werd een natie.

Er kwam buitenlands kapitaal beschikbaar, wetenschap en techniek werden gestimuleerd met onder andere als resultaat de aanleg van een telefoon- en telegraafnet. De eerste treinverbinding kwam tot stand tussen Rio en Petropólis, de keizerlijke zomerresidentie, een lijn die nog altijd bestaat.

Republiek

De nieuwe keizer had het economisch tij mee door de gunstige ontwikkeling van de koffiecultuur die het bruto nationaal product tienvoudig vergrootte. Hoewel hij in vele opzichten handelde als een echte liberaal kwam hij er echter niet toe de slavernij af te schaffen omdat hij de economische risico’s daarvan te groot achtte. De ijveraars voor de afschaffing grepen hun kans toen de keizer, lijdend aan suikerziekte, voor een vakantie naar Europa vertrok.

Isabelle, de dochter van Pedro en regentes, tekende namens haar vader de Gouden Wet, op 13 mei 1888. Maar de politieke moeilijkheden met de machtige grootgrondbezitters bleven en de republikeinse beweging, mede gesteund door het leger, werd sterker. Ongeveer 1,5 jaar na de officiële afschaffing van de slavernij werd de Republiek Brazilië uitgeroepen. Dat was op 15 november 1889 en in elke Braziliaanse stad vindt men wel een plein, straat of boulevard vernoemd naar deze datum. Nu pas was Brazilië bevrijd van de Portugese koloniale traditie, maar dat betekende allerminst dat er een democratie ontstond zoals dat het geval was geweest in Europa na de diverse republikeinse omwentelingen aldaar. Er was geen sprake van dat nu ook de gewone Braziliaanse burgers het recht kregen om mee te regeren. De macht bleef gewoon in de handen van enkelen.

Wat in Brazilië gebeurd was, was niet meer dan een soort paleisrevolutie. Met name de grootgrondbezitters, dikwijls ook de regionale bestuurders in Brazilië, bleven dominant met steun van het leger en dat is sindsdien eigenlijk altijd zo gebleven. De keizer verliet direct het land. Hij accepteerde geen jaarwedde en stierf eenzaam in Brussel in 1891.

Orde en vooruitgang

De republiek was nu uitgeroepen en prompt kwam er een nieuwe grondwet. Het motto was: Orde en Vooruitgang, woorden die in de groene vlag opge-nomen werden: Ordem e Progresso. Economisch gezien ontwikkelde Brazilië zich voorspoedig. Niet alleen de koffie, maar ook de rubber leverde steeds meer geld op. De vooruitgang was er dus wel, maar dan alleen ten voordele van degenen die al rijk waren. Om de talloze armen, de voormalige slaven, bekommerde zich niemand.

Ook met de orde ging het minder goed. Er waren talloze paleisrevoluties en andere politieke omwentelingen. Echte volksopstanden waren er nooit, hoewel de politieke en economische toestanden daartoe wel vaak aanleiding gaven.

Ondanks deze zwakke maatschappelijke orde werden de zogenaamde democratische verkiezingen steeds feestelijk voorbereid. De landeigenaren organiseerden dan dorpsfeesten waar niemand durfde te ontbreken want alle dagloners, pachters en ambachtslieden waren afhankelijk van de landheer. Aan het einde van het feest werden de stembriefjes uitge-deeld met daarop reeds ingevuld de naam van de kandidaat van de landheer, soms die van de landheer zelf. Liep het soms anders en kwam er een kandidaat uit de bus die de elite onwelgevallig was dan werd de verkiezing wegens fraude ongeldig verklaard en werd de verliezende kandidaat alsnog tot winnaar uitgeroepen. Dat kostte natuurlijk de nodige steekpenningen, maar de macht bleef op die manier wel binnen de kring van de feodale en militaire elite.

Toch zijn er zo nu en dan politici geweest die uitstegen boven dit politieke gekonkel en bijgedragen hebben aan het landsbelang. Hun namen zijn terug te vinden op standbeelden en in straatnamen. Waar nodig zullen op de website deze namen aan de orde komen bij de beschrijving van de diverse steden. De politicus Rio Branco heeft zelfs een hoofdstad naar zich zien vernoemen nadat en omdat hij 900.000 km² aan het grondgebied van Brazilië had toegevoegd door intelligent te vergaderen over grensgeschillen. En Rui Barbosa die alle documenten over de slavernij liet verbranden heeft anderzijds aanzien aan Brazilië gegeven door op de internationale vredesconferentie in Den Haag de rechten en soevereiniteit van jonge naties te verdedigen.