De intellectuele ontdekking van Canada

De Vikingen hadden Amerika vijfhonderd jaar eerder ‘ontdekt’ dan Christoffel Columbus. Zij bleven echter in het noorden, Columbus zat veel verder naar het zuiden, in het Caribisch gebied in Midden-Amerika. Op zijn zoektocht naar een westelijke vaarroute vanuit Europa naar het rijke Azië was hij daar door oceaanstromingen en winden terechtgekomen. Andere ontdekkingsreizigers gingen vervolgens op zoek naar meer noordelijk gelegen kortere routes, naar een noordwestpassage.

John Cabot

Zo kon het gebeuren dat de Italiaan Giovanni Caboto (verengelst tot John Cabot) in 1497 Noord-Amerika herontdekte. Zijn vondst wordt wel de ‘intellectuele ontdekking van Noord-Amerika’ genoemd. Hij was op reis in opdracht van de Engelse koning Hendrik VII en kwam terecht bij wat nu het Island of Newfoundland (deel van de provincie Newfoundland and Labrador) heet. Mogelijk is hij ook bij Cape Breton Island geweest, het oostelijke eilandendeel van de provincie Nova Scotia. Onderweg vond hij rijke visgronden. Dat zorgde voor een trek van vissersvloten naar dit gebied. Zij gingen bij wat nu St. John’s is aan land voor beschutting tijdens stormen en het inslaan van hout.

Deze intellectuele ontdekking van Noord-Amerika is officieel gezet op 24 juni 1497, de feestdag van de heilige Johannes de Doper en om en nabij de dag dat John Cabot in Newfoundland voet aan wal gezet zou hebben. Daarbij sprak hij over ‘New Founde Lande’, nieuw ontdekt land. De Engelsen lieten het gevonden land echter voor wat het was. Zij hadden meer belangstelling voor de vis. Tegenwoordig wordt overigens aangenomen dat Spaanse Basken en Portugezen nog voor John Cabot bij de provincies Newfoundland and Labrador en Québec verbleven, jagend achter walvissen aan.

Legendes

Overigens staan in de provincie Nova Scotia aan de Chedabucto Bay monumenten die herinneren aan de aankomst van prins Henry Sinclair in dit gebied aan de Atlantische Oceaan. Dat zou in 1398 zijn geweest, honderd jaar voor John Cabot dus. Over de juistheid daarvan bestaan echter twijfels. Er zijn zelfs legendes die verhalen van monniken die hier nog eerder waren: in 499 de Chinese boeddhist Hoei Shin aan de westkust in wat nu British Columbia is en in 500 aan de oostkust de Ierse missionaris St. Brendan de Navigator.

Nieuw-Frankrijk

Na John Cabot kwam pas in 1534 de volgende fase. In dat jaar was de Franse ontdekkingsreiziger Jacques Cartier op zoek gegaan naar een noordelijke waterweg naar Azië. Hij ging aan land bij wat nu het Gaspé-schiereiland heet in de provincie Québec, plantte er een kruis op het strand en claimde het nieuwe land voor zijn koning, Frans I van Frankrijk. Hij vond ook de rivier die later Fleuve St. Laurent ging heten, de St. Lawrence River.

Vervolgens kwamen meer Franse ontdekkingsreizigers die op avontuur gingen in wat nu het oosten en zuiden van Canada is. Maar ook de Engelsen kregen weer belangstelling voor het nieuwe land. Vanaf 1576 gingen Britse ontdekkingsreizigers als Martin Frobisher, John Davis en Henry Hudson op zoek naar de kortste route naar het rijke China. Grootste obstakel was steeds het ontoegankelijke ijs van de dichtgevroren wateren tussen de talloze eilanden ten noorden van het vasteland van Canada. In 1583 claimde sir Humphrey Gilbert na zijn aankomst in de baai van St. John’s het eiland voor Engeland. Begin zeventiende eeuw trokken de Franse bonthandelaar Pierre du Gua de Monts en de Franse ontdekkingsreiziger Samuel de Champlain naar het land dat door Jacques Cartier voor Frankrijk was geclaimd. Tussen 1603 en 1635 werden onder hun leiding onder meer Port Royal in de provincie Nova Scotia en Ville de Québec en Montréal in de provincie Québec gesticht. Daarmee werden de eerste stappen gezet naar een kolonie die zowel Canada als Nieuw-Frankrijk werd genoemd.

Acadia

Port Royal ligt aan de Bay of Fundy. De Monts koos ervoor daar te blijven nadat een winter op het eiland St. Croix aan de zuidwestkust van de huidige provincie New Brunswick op een fiasco was uitgelopen. De kolonisten noemden hun in bezit genomen gebied Acadia. Dat strekte zich uit over Nova Scotia, Prince Edward Island en New Brunswick, het Gaspé-schiereiland van Québec en delen van de Amerikaanse staat Maine. De Acadiërs waren vooral landbouwers. Ze wisten door indijking van vruchtbare maar natte gebieden goede landbouwgrond te creëren. De naam Acadia zou afkomstig zijn van de Italiaanse ontdekkingsreiziger Giovanni da Verrazzano. Deze verkende in dienst van de koning van Frankrijk in 1524 de oostelijke kusten van het nieuw ontdekte Amerika en gebruikte er de naam Archaida voor. Dat zou ‘de schoonheid van bomen’ betekenen. In het oude Griekenland werd het woord Arcadia gebruikt voor een vlakte op het schiereiland Peloponnesus. Die werd met een soort aards paradijs vergeleken.