Algonquin Provincial Park

Een van de vele meren in het Algonquin Park in de Canadese provincie Ontario (foto: Ronald de Lange)
Een van de vele meren in het Algonquin Park

Geen natuurgebied in Canada is zo uitputtend beschreven, is zo diepgaand onderwerp van onderzoek, biedt nog altijd regelmatig zo veel verrassingen en is zo vaak het object van schilderijen als het Algonquin Provincial Park. Het ligt op de grens van de grote bevolkingsconcentraties van het zuiden en oosten van de Canadese provincie Ontario en het nagenoeg lege, uitgestrekte, vaak onherbergzame noorden.

Het Algonquin Park is in 1893 gecreëerd. Het was toen het eerste provinciale park van Ontario en werd vernoemd naar het inheemse volk met dezelfde naam. Dat kwam uit deze regio en had het westen van de provincie Québec en het noordoosten van Ontario als woongebied. Nog altijd leven daar zo’n tienduizend Algonquin-mensen.

Vijfde van Nederland

Alles bij elkaar is het Algonquin Provincial Park een zeer toegankelijk wildernis-park. Het is ongeveer 7.630 vierkante kilometer groot, meer dan driekwart miljoen hectare. Daarmee is het zo groot als de Nederlandse provincies Noord-Brabant en Limburg bij elkaar, iets minder dan de helft van het Vlaams Gewest in België. Het ligt zo’n 250 kilometer ten noorden van Toronto, circa drie tot 3,5 uur rijden. Overnachten kan in het park en in de buurt. Om te kamperen is van tevoren reserveren aan te raden (zie verderop op deze pagina). In de plaatsen rond het park zijn zeer veel hotels, motels en Bed & Breakfast-herbergen.

Wandelroutes

Het is een uitstekend en gewild kanogebied met meer dan duizend, volgens sommigen zelfs tot 2500 heldere maar vaak wel koude meren. Er zijn diverse routes voor mountainbikers, in de winter kun je er langlaufen, met sneeuwschoenen hiken en, alleen in apart aangewezen gebieden en onder leiding van erkende gidsen, met hondensleden trekken. Het is echter vooral populair om te wandelen. Goed onderhouden, beschreven en bewegwijzerde routes bieden mogelijkheden voor korte stukken van een uurtje of zo, lange voor meerdaagse tochten en vele soorten daar tussen in. Sommige trajecten worden druk bezocht, op andere waan je je alleen.

Natuur-overgangszone

Het natuurgebied is een overgangszone met zowel loofbomen van het zuiden als naaldbomen van het noorden. Het ligt nog net op het miljarden jaren oude Canadian Shield (zie over dat Canadese schild ook de pagina over het ontstaan van Canada bij geschiedenis onder Algemene Informatie). De bodem bestaat voornamelijk uit graniet. Heen en weer schuivende gletsjers hebben dat geëffend en uitgeslepen tot die zich zo’n tienduizend jaar geleden aan het eind van de vooralsnog laatste ijstijd terugtrokken. Vandaar ook die vele meren. Er zijn zo’n 260 vogelsoorten geteld, dertig soorten reptielen, vijftig vissoorten, zevenduizend types insecten, duizend schimmelvariëteiten en meer dan duizend plantensoorten. Elanden en witstaartherten worden veelvuldig gezien, wolven, zwarte beren, vossen, bevers, uilen, haviken en wezels zelden.

Publieke belangstelling

Snel na de verwezenlijking van het natuurreservaat kwam de publieke belangstelling op gang. Er verrezen hotels en vakantiehuisjes. De gasten werden aangevoerd over een spoorlijn die was gebouwd voor het afvoeren van boomstammen. De landschapsschilderijen van Tom Thomson en de Group of Seven stimuleerden die trek. Toen de auto ingeburgerd raakte, kwamen dagjesmensen. Dat werd nog bevorderd door de aanleg van een doorgaande weg dwars door het zuidelijke deel van het park.

Kamperen

In het park zijn nu geen hotels meer, een paar lodges nog wel. Cottages, ranger cabins (een soort trekkershutten) en campings zijn er ook. Kampeerplaatsen en lodges zijn open van half mei tot half oktober; sommige campings gaan echter pas begin juni open en sluiten alweer begin september. In de winter is één kampeerterrein open voor langlauf-enthousiastelingen. Het Algonquin Park Information Office kan campings en cabins reserveren, bereikbaar via tel. +1-705-633-5572 of +1-519-826-5290. Online boeken kan via de reserverings-website van provinciale overheidsinstelling Ontario Parks.

Herfstkleuren

Naar verluidt komen ieder zomerseizoen meer dan driehonderdduizend dagjesmensen naar het Algonquin Park in de Canadese provincie Ontario. Zo rond de laatste twee weken van september en de eerste week van oktober is het er extra druk. Dan staan de bossen in rood en geel en goud te vlammen: het tijdstip van de Fall Colours, de herfstkleuren.

Uiteraard heeft dit fenomeen alleen bij loofbomen plaats, in het Algonquin Park zijn dat voornamelijk esdoorns. Ze verliezen hun bladeren in de herfst om zich te beschermen tegen de kou van de winter en om later in het voorjaar weer volledig vernieuwd tot leven te komen. Wanneer precies het hoogtepunt van het Fall Colours-fenomeen is, verschilt per jaar. Het is afhankelijk van zaken als de lengte van de dag, de temperatuur, de vochtigheid, het voorkomen van nachtvorst, de wind en de hoeveelheid en hevigheid van regenval.

Bestemmingen in Algonquin Provincial Park

  • Logging Museum

    Langs het buitendeel van het Logging Museum in het Algonquin Park in de Canadese provincie Ontario (foto: Ronald de Lange)
    De geur van vers hout komt je tegemoet als je het Logging Museum in het Algonquin Park in de Canadese provincie Ontario betreedt. Dat staat vlak bij de...
  • Wolven en ander wild

    Beverdam in het Algonquin Park in de Canadese provincie Ontario (foto: Ronald de Lange)
    Ieder jaar in augustus komen met wat geluk op vier of vijf achtereenvolgende donderdagavonden duizenden mensen in het Algonquin Park in de Canadese provincie...

Kaart van Algonquin Provincial Park