Bezienswaardigheden in Newfoundland and Labrador

Op hun autonummerborden staat ‘A world of difference’, een wereld van verschil. En dat is de Canadese provincie Newfoundland and Labrador zeer beslist. Het is er wilder en ruiger dan in de andere Atlantische provincies. Je rijdt er over lange wegen waar je nauwelijks iemand tegenkomt. De plaatsen zijn klein, met kleurige huisjes en een uitstraling alsof ieder maar gewoon zijn en haar eigen gang gaat. Alles is net wat minder mooi gepolijst dan op veel andere plekken. Toeristisch wordt het allemaal nog niet overspoeld, hoewel alle faciliteiten voor een geslaagde vakantie beslist wel aanwezig zijn. Het ruikt er naar avontuur.

Twee delen

De naam geeft al aan dat deze provincie uit twee delen bestaat: het Island of Newfoundland (klemtoon op ‘land’) en op het vasteland Labrador (klemtoon op ‘dor’ dat als ‘door’ wordt uitgesproken). Het eiland ligt tussen de Canadese provincie Nova Scotia en het vasteland van Canada, en wordt omringd door de Atlantische Oceaan in het oosten en zuiden, de Cabot Strait in het zuidwesten met aan de overkant Nova Scotia en de Gulf of St. Lawrence in het westen met vandaar de Strait of Belle Isle langs de noordkant als doorgang naar de Atlantische Oceaan en het deel Labrador aan de overkant. Labrador grenst in het westen aan de Canadese provincie Québec, in het noorden aan de Hudson Strait met aan de overkant het territorium Nunavut, in het oosten aan de Labradorzee met aan de overkant het Deense Groenland en in het zuiden de Strait of Belle Isle met zicht op het Island of Newfoundland.

Bereikbaarheid

Deze 'andere' wereld is ook minder goed bereikbaar dan de andere Atlantische provincies en Québec. Vliegen is natuurlijk geen probleem, hoewel dat niet rechtstreeks vanuit Amsterdam of Brussel kan, wel via Londen, Frankfurt, Montréal en/of Toronto. Met de auto kan vanuit Nova Scotia met een veerboot. Vanuit Québec kun je via Baie-Comeau naar Labrador City (hoofdstad van het provinciedeel Labrador) en dan langs de kust naar Blanc-Sablon. Daar vandaan gaat een veerboot naar de noordpunt van Newfoundland-eiland.

Eind van de wereld

Newfoundland and Labrador is een afgelegen provincie. Soms is het net of je hier het eind van de wereld hebt bereikt. Dat maakt het voor velen echter juist zo aantrekkelijk. Het is de provincie van de Vikingen, de Innu en de Inuit, het noorderlicht, de ijsbergen, de kariboes, de elanden, de papegaaiduikers en de walvissen. Hier ook zijn restanten van het oercontinent Pangaea gevonden en is het bewijs geleverd voor de theorie van de over elkaar heen schuivende aardschollen. Het is bovendien het land van de walvisvaarders die hier aan wal zijn geweest nog voor Columbus Amerika ontdekte.

The Rock

Het Island of Newfoundland heeft de meeste inwoners, al gaat het ook dan nog maar om nauwelijks zeshonderdduizend mensen. Vaak noemen zij hun eiland ‘The Rock’, verwijzend naar het oeroude rotsgesteente waaruit het bestaat. Het is voor een zeer groot deel bedekt met wouden, talloze meren en stevige bergruggen. Aan de westkant zit een lange, smalle uitloper naar het noorden; hoe noordelijker, hoe kaler. Agrarische activiteiten zijn er niet veel.

Labrador

Labrador is koud, leeg en bergachtig maar ook vol kale vlaktes en dichte wouden. Het is rijk gezegend met allerlei mineralen. Er wonen in een aantal verspreid liggende woongemeenschappen zo’n dertigduizend mensen, vooral van Inuit- en Innu-afkomst. De Innu is een afzonderlijk volk met een eigen taal, het Innu-aimun. Hierin betekent ‘innu’ zoiets als menselijk wezen. Ze leven in elf gemeenschappen: twee in Labrador en negen in het midden van Québec. Het zijn geen Inuit; vroeger werden ze door de Europese kolonisten Naskapi- of Montagnais-indianen genoemd. De Inuit (vroeger als Eskimo’s aangeduid) hebben in het noorden van Labrador een groot gebied waar ze sinds 1 december 2005 zelfbestuur hebben. Dat heet Nunatsiavut, ‘ons mooie land’ in hun taal Inuktitut, en het beslaat circa 72.500 vierkante kilometer. ‘Inuit’ is een woord voor volk of echte mensen; het is het meervoud van ‘inuk’. In Labrador hebben ze vijf dorpen met bij elkaar circa 5.300 mensen.

Hoofdstad St. John's

Grootste stad van de provincie is St. John’s, geschreven met ‘St.’ en ‘apostrof s’, zonder verbindingsstreepje. Verwarring met Saint John in de Canadese provincie New Brunswick komt nog wel eens voor; er zijn verhalen over mensen die het vliegtuig naar Saint John namen maar in St. John’s hadden moeten zijn. St. John’s is ook de hoofdstad en heeft daarom aparte pagina's op deze Vakantie Arena-website.

Van veer naar veer

Er lopen niet veel wegen door deze provincie. Die er wel zijn, gaan vaak alleen van A naar B. Een rondtoer maken is daarom niet goed mogelijk. Meestal moet je zijtakken nemen en dan moet je dezelfde weg weer terug rijden. Wel kan aan de ene kant worden begonnen en aan de andere kant geëindigd. Dat is in deze sectie dan ook als leidraad genomen. De meeste reizigers doen Newfoundland and Labrador in combinatie met Nova Scotia. Vanuit North Sydney op de top van het oostelijke deel van Cape Breton Island (zie de pagina over het noordoosten van Cape Breton Island) gaan twee veerdiensten: naar Channel-Port aux Basques aan de zuidwestpunt van het Island of Newfoundland en naar Argentia aan de zuidoostkant van datzelfde eiland. Die twee locaties zijn voor de beschrijvingen van bezienswaardigheden als begin- en eindpunt gehanteerd. In de dorpen weet iedereen wie wie is. Huisnummers en zelfs straatnamen worden lang niet altijd gehanteerd. Soms ontbreken die dan ook bij de vermelde bezienswaardigheden. Meestal gaat het dan om de doorgaande hoofdstraat en valt de gewenste locatie meteen op. Voor de volledigheid: het woord ‘pond’ slaat hier niet alleen op een vijver in een tuin of park maar ook op een afgesloten fjord en een meer dat vorm en grootte van een binnenzee kan hebben. Een ‘outport’ is een vissersdorp en een ‘time’ is een dansfeest of gezellig samenzijn.

Bestemmingen in Bezienswaardigheden in Newfoundland and Labrador