De streken en zones van Canada

Canada heeft een grote verscheidenheid aan natuur, landstreken en ecologische zones: gematigde wouden en onherbergzame poolstreken, uitgestrekte riviersystemen en kustlijnen, onafzienbare vlaktes en indrukwekkende bergketens, onmetelijke wouden met naaldbomen en loofbomen, eeuwig bevroren toendra’s en diepvries-ijsvlaktes, landbouwgebieden en wildernis met kleine en grote roofdieren, bijna subtropische wijnbouwstreken en gematigde regenwouden en oerbossen, wetlands en gortdroge prairies, twee miljoen meren waarvan sommige zo groot zijn als binnenzeeën, nauwelijks onderzochte regio’s maar ook streken die aan overbelasting en miljoenensteden ten onder dreigen te gaan. Je zou het een mozaïek van ecosystemen kunnen noemen. Vele daarvan zijn uniek in de wereld.

Geografische regio’s

Er wordt een aardrijkskundige indeling gehanteerd van zes regio’s. Eerst heb je oostelijk Canada met Newfoundland and Labrador, Nova Scotia, Prince Edward Island en New Brunswick. De Atlantische provincies dus, gericht op de Atlantische Oceaan en met Franse, Ierse en Schotse invloeden. Dan is er Québec dat heel anders is dan de rest van Canada door een diepgewortelde Franse afkomst en een erkenning als afzonderlijke bevolkingsgroep in Noord-Amerika. Vervolgens is er Ontario dat het centrum is van Canada, zowel politiek als economisch en cultureel, en dat ongeveer tweevijfde van alle inwoners heeft. Naar het midden en het westen van het land zijn de prairies van Manitoba, Saskatchewan en Alberta met vooral agrarische activiteiten op uitgestrekte korenvelden en vee-ranches. Westelijk Canada bestaat uit British Columbia, dat is gericht op de Grote Oceaan en begint bij twee imposante bergketens. Ten slotte is er het uiterst dunbevolkte noorden van de territoria Yukon, Northwest Territories en Nunavut met uitgestrekte toendra’s en langdurige ijs- en sneeuwperiodes

Fjorden en bergen

De oost- en westkusten van het land zijn sterk geleed met fjorden en inhammen. Het noorden heeft veel grote en kleine eilanden, tal van zeestraten, en grote tot zeer grote baaien die een groot deel van het jaar zijn dichtgevroren. Er zijn acht bergketens in Canada: de Torngat Mountains, de Appalachian Mountains en de Laurentian Mountains in het oosten, in het westen de Rocky Mountains en de Coast Mountains en in het noordwesten de Mackenzie Mountains, de St. Elias Mountains en de Pelly Mountains. Met zesduizend meter is Mount Logan de hoogste berg. Deze bevindt zich in het zuidwesten van het Yukon-territorium, in de St. Elias Mountains, midden in het grootste ijsveld ten zuiden van de noordpoolcirkel.

Hart van het continent

Bijna de helft van Canada bestaat uit het Canadese schild (Canadian Shield genoemd). Dat is een geologisch gebied dat in een hoefijzervorm loopt van het poolgebied in het noordwesten van de Northwest Territories rond de Hudson Bay tot aan Kingston aan Lake Ontario en naar het noorden van Québec en Labrador. Volgens de Canadese overheid bestaat het uit het oudste gesteente ter wereld: minstens 3,5 miljard jaar geleden gevormd. Dat schild wordt het hart van het Noord-Amerikaanse continent genoemd. Omdat het zo oud is, zijn er fossielen te vinden van de vroegste levensvormen op aarde, uit de tijd dat alle continenten nog één geheel waren. Het tegenwoordige Canada lag toen dicht bij de evenaar.

Gletsjers

De gletsjers van de (vooralsnog) laatste ijstijd, die hier tot zo’n tien- à twaalfduizend jaar geleden heeft geduurd, hebben van dat hart veel grond afgeschraapt en er talloze meren en rivieren in uitgehold. Op de meeste plaatsen van de granieten rotsbodem is slechts een dunne laag aarde overgebleven. Daarin kunnen voornamelijk naaldbossen zich staande houden. Het plateau is tamelijk vlak en ligt tussen drie- en zeshonderd meter boven zeeniveau, in Québec en Labrador wat oplopend tot zo’n elfhonderd meter. Daar omheen zijn de bergen en de wouden met loofbomen.

Gerelateerde onderwerpen