Carnaval in Bolivia

Het carnaval van Oruro rond februari is een van de grootste evenementen van Bolivia en zelfs van Zuid-Amerika. Dit geweldige folkloristische feest is uniek vanwege zijn religieuze karakter; de aanbidding van de Virgen (Heilige Maagd) Morena (donkergekleurd) del Socavón (mijnschacht), de beschermheilige van de mijnwerkers vroeger Virgen de la Candelaria genoemd. De twee belangrijkste dagen zijn zaterdag, de dag van de bedevaart met de fantastische optocht La Entrada en zondag, wanneer het eigenlijke carnaval gevierd wordt. Tijdens de carnavalsoptochten leggen ongeveer 50 comparsas (dansgroepen) uit het hele land, gekleed in fantastische kostuums en begeleid door bandas, (orkesten) bestaande uit 80-100 deelnemers, het ongeveer 5 km lange parcours af naar de kerk Santuario del Socavón. De kostuums en attributen zijn zwaar en de hoogtes en weersomstandigheden maken de 3 à 4 uur durende pelgrimstocht een ware hel voor de deelnemers, maar hun religieuze devotie en de overweldigende feestvreugde die er heerst onder de 500.000 aanwezigen, doen alle pijn en leed vergeten. De laatste meters binnen de kerk worden kruipend afgelegd, alvorens de deelnemers door een priester gezegend worden. Het hoogtepunt voor de deelnemers is het beeld van ‘Mamita’ Candelaria of Socavón te begroeten en te aanbidden, hetgeen voor elke deelnemer een nakoming is van een belofte en een persoonlijk wonder in hun leven. Aan de invloedrijke Maagd worden gunsten gevraagd en beloftes gedaan, waardoor de gelovige zijn innerlijke rust en vrede vindt. Voor de mijnwerkers is het beeld van de Virgen de Socavón heel belangrijk omdat deze hen beschermt in hun werk en in hun privéleven. Bovendien vragen de mijnwerkers haar om bescherming tegen ongelukken in de mijnen. De luxueuze en rijkelijk geborduurde kostuums vormen een belangrijk element tijdens het carnaval en vanaf augustus worden deze met de hand vervaardigd. De kostuums kosten tussen de 300 en 1600 Bs, een heel groot bedrag voor de gemiddelde deelnemer. De kostuums bevatten ontelbare variaties en thema’s van inheemse kunst. Vóór de optochten wordt een ch’alla gehouden waarbij alcohol over de kleding wordt gegoten zodat alles goed zal verlopen tijdens het carnaval. In 1996 werd het carnaval van Oruro tot een UNESCO wereldcultuurerfgoed verklaard.

Programma carnaval van Oruro

Het eigenlijke carnaval de Oruro begint al op de eerste zondag van november met Primer Confite (eerste uitnodiging), een bedevaartsoptocht en mis gewijd aan de Virgen de la Socavón waarbij de nieuwelingen beloven de volgende drie jaar te dansen voor de Maagd. Daarna volgen wekelijks repetities tot een week voor het carnaval wanneer de laatste repetitie van de optocht wordt opgevoerd.

Donderdag

Anata Andina is een optocht van indígenas uit het departement, die met hun mooiste kleding, begeleid door traditionele muziekinstrumenten, een circuit van 3 km afleggen. Het gaat hier om een soort reciprociteit aan Pachamama, met ceremonies en offers aan Moeder Aarde en lokale goden, als dank voor de opbrengsten van de landbouw en men bidt voor regen voor een goede oogst in het komend jaar. Het resultaat van de boer zijn toewijding en inspanningen, de landbouwopbrengst, wordt gedemonstreerd en gezegend (ch’alla) tijdens de optocht en de oorschelp van de jongste lama’s en schapen wordt besneden en krijgt versieringen, een ritueel dat q’illpa genoemd wordt. Deze dag, die door toeristen vaak over het hoofd wordt gezien, is zeer interessant omdat de processies en muziek nog zeer authentiek zijn en er zijn dansen die in de dorpen van de Altiplano al eeuwenlang uitgevoerd worden, maar die je als toerist niet vaak te zien krijgt.

Vrijdag

Deze dag wordt in heel Oruro bij de bewoners en vooral in bedrijven het ch’alla ritueel uitgevoerd, een offer aan Pachamama. Vooral voor de mijnwerkers is dit een belangrijk evenement waarbij de Tío de la Mina, een mythologische godheid van de mijn, bedankt wordt voor de bescherming die hij de mijnwerkers heeft gegeven in de mijnen tegen ongevallen en voor de ertsen die hij hun heeft geschonken. De ch’alla wordt uitgevoerd door een yatiri (Aymara religieuze) met hulp van zijn cocabladeren kauwende (pijcheo) assistenten, een belangrijk onderdeel van het ritueel. De lama wordt geblinddoekt en daarna volgt ch’allar, waarbij de lama besprenkeld en vol wordt geschonken met alcohol en bier en versierd wordt met papieren slingers en gekleurde snippers. Tegelijkertijd is een witte mesa (ritueel offerblad) opgemaakt dat bestaat uit cocabladeren, suikerfiguren van dieren en gebouwen, gekleurde wolslierten, en een lamafoetus. Daarna verzamelt iedereen zich rond de yatiri, die de nek van de lama doorsnijdt. Het bloed wordt opgevangen in een bakje en vermengd met aarde, om het vervolgens over het gezicht van de deelnemers aan het ritueel, uit te wrijven. Dit alles wordt gedaan om voorspoed en geluk te vragen voor het komende jaar. Het hart van de lama wordt op de mesa gelegd waarna de toekomst wordt voorspeld voor het volgende jaar. Ten slotte wordt het hart geofferd aan Tío de la Mina en aan Pachamama, als het begraven wordt in de mijn. De voorspoed voor de komende tijd hangt af of Pachamama en de Tío het offer goed hebben ontvangen. Na de ch’alla uitgevoerd te hebben vieren de mijnwerkers uitgebreid feest tot diep in de nacht. De mijnwerkers geloven dat zij, indien zij geen ch’alla uitvoeren, gestraft zullen worden door El Tío door ongelukken in de mijnen. Sommige reisbureaus bieden een tour aan naar dit zeer indrukwekkende ritueel.

Zaterdag

Sabado de Peregrinación (zaterdag van de bedevaart). Vanaf 7 uur ’s ochtends vindt de spectaculaire La Entrada plaats, voorafgegaan door een processie met het beeld van de Virgen de Socavón, gedragen door de mijnwerkers, waarin de folkloristische groepen spectaculaire choreografische dansdemonstraties tentoonstellen, gewijd aan de Maagd. Wel 50 dansgroepen uit de wijde omgeving, die de belangrijkste Boliviaanse folkloristische dansen vertegenwoordigen volgen elkaar op tot de eerste zonnestralen van de volgende dag. De belangrijkste dans is de bekende Diablada. Daarnaast zijn er de Morenada, Llamerada, Tobas, Caporales, Tinku en nog vele meer (zie kader). Tijdens de vroege ochtenduren vindt in de Av Cívica de Oruro het unieke Alba Orureño plaats, waarbij alle muziekgroepen zich mengen met het publiek om de Virgen de Socavón te groeten.

Zondag

Tweede Entrada. De groepen die gisteren niet konden optreden volgen nu en bovendien treden dezelfde groepen als gisteren op maar nu in omgekeerde volgorde. Bovendien wordt de tweede dag bontere kleding gedragen.

Maandag

De meeste toeristen vertrekken op maandag, Dia del Diablo, de dag van de duivel, maar nu geven diverse lokale dansgroepen een voorstelling.

Dinsdag

Dinsdag ligt heel Oruro plat, geen bus vertrekt. De Orureños besteden deze vrije dag met het ch’allar (zegenen) van hun bezittingen. De eigenaren van auto’s en bussen bijvoorbeeld laten deze zegenen door een priester, gepaard gaande met veel alcohol en creools eten.

Woensdag

Op woensdag gaat de lokale bevolking naar de plaatsen waar de representaties van de mythes zijn: El Sapo (Pad), La Vibora (de slang), El Cóndor, El Lagarto (de hagedis) en las Hormigas (de mieren). Dit zijn natuurlijke plekken in de omgeving van Oruro, zoals bergen en rotsformaties die een gelijkenis vertonen met elk van de vijf representaties. Hier doet men wederom een ch’alla als dank aan Pachamama.

Donderdag

Donderdag is er een groot algemeen feest en zaterdag dansen folklore- en autochtone groepen in het lokale stadion. Domingo (zondag) Dia del Tentación is gewijd aan het ‘begraven’ van het carnaval en een corso voor de kinderen.

Boliviaanse folkloristische dansen

Op zaterdag tijdens het carnaval vindt La Entrada plaats, de belangrijkste optocht waarin duizenden gelovigen, na maandenlang oefenen, in comparsas (dansgroepen) en bandas (muziekband met platillero, tamborilero, trompetistas en tuba) het 5 km lange circuit afleggen naar de Santuario de la Virgen del Socavón. De dansen zijn een mengeling van katholieke en Andesgeloven en vertegenwoordigen thema’s die samenhangen met de geschiedenis, traditie en religie van de bevolking van de Andes. De belangrijkste dans van het carnaval, die door het publiek het meest bewonderd en toegejuicht wordt, is de overdonderende La Diablada die de strijd tussen ‘het goede’ en ‘het slechte’ toont volgens het katholieke geloof. Deze dans opent op zaterdag de grote folkloristische optocht La Entrada. In de choreografie bewegen de indrukwekkend geklede Diablos (de duivels) zich in twee rijen voort, die de zeven doodzonden uitbeelden. In het begin van de stoet, tussen zijn metgezellen de beren en condors, verschijnt de aartsengel Michaël. Daarachter komt Lucifer, de verwaande engel die het leger van ‘het slechte’ aanvoert en China Supay, de vrouwelijke duivel, tevens metgezel van El Diablo, samen met enige satans. De dansers beelden de strijd uit tussen de Diabladas, afkomstig uit de hel en de aartsengel Michaël. De laatste verslaat, vóór de Santuario de Socávon en in aanwezigheid van de Virgen de la Socávon, het legioen uit de hel en daarmee de zeven doodzonden. Zo overwint het goede het van het slechte’. Een andere versie komt van de Aymarabevolking. Voor hen representeerde La Diablada, Supay, een mythische precolumbiaanse figuur en later een godheid uit de onderwereld. Met de opkomst van de mijnen veranderde La Diablada in ‘El Tío de la Mina’, een godheid van de mijnen die de mijnwerkers met devotie aanbidden. De dans wordt uitgevoerd door de duivels en is een oorspronkelijke dans van de mijnwerkers, die vertelt over de mitayos, de indiaanse bevolking die door de Spanjaarden veroordeeld werd tot verplicht werken in de mijnen. De dansen drukken hun respect uit voor El Tío, hun dedicatie aan de mijnen en hun aanbidding van Virgen de la Socavón. La Morenada vertegenwoordigt de duizenden zwarte slaven die eerst in de mijnen in Potosí moesten werken en daarna verplaatst werden naar de Yungas om te werken op de landgoederen en cocaplantages. Het is een van oorsprong koloniale dans die spot met de Spaanse bezetters en de slavernij (negers uit Afrika). De maat van de matraca (ratel, gemaakt van het schild van het gordeldier) herinnert aan het geluid van de kettingen en de voetboeien. De zwarte danseressen representeren de trouwe dienaressen van de Spaanse bazen.

Los Tobas is een oorlogsdans van chuku (verentooi) dragende indianen, gewapend met speren uit de laaglanden (El Chaco) die zich hevig verzetten tegen de Inca’s. Dezen verplichtten de indianen zich in de Altiplano te vestigen maar de laaglandtroepen verzetten zich en konden nooit volledig onderworpen worden.

El Tinku (de ontmoeting) komt oorspronkelijk uit Noord-Potosí en is een dans die een ontmoeting uitbeeldt van ayllus (gemeenschappen) uit Potosí en Oruro, waarbij heftige gevechten uitbreken en veel bloed vloeit, dat wordt gezien als een offer aan Pachamama als dank voor een goede oogst. De mannen dragen hoeden van leer om zich te beschermen tegen vuistslagen.

Los Caporales heeft een aanstekelijk ritme en is afkomstig van de zwarte slaven. De dans toont een caporal, opzichter, met een zweep, die toezicht houdt op de slaven. Deze opzichter is zelf zwart en wordt gezien als een verrader die vriendje wist te worden met de Spaanse eigenaren en daardoor een baan kreeg aangeboden als bewaker over de slaven. Hij moest er voor zorgen dat de slaven aan het werk bleven op de plantages met druiven en cocaplanten.

Los Llameros (lamadrijvers). Deze dans beeldt de lamakaravanen uit, waarbij goederen uit de hooglanden (zout, charque, gedroogd lamavlees) geruild werden tegen goederen uit laaglanden zoals fruit, maïs, hout. De man draagt een qhawa, een soort poncho en de vrouw is gekleed als chola (plattelandsvrouw).

Phujllay (spel) komt uit Tarabuco waar het Yampara volk zijn doden herdenkt, die gevallen zijn bij de slag van Jumbati in 1816, waarbij zij de Spanjaarden heldhaftig versloegen.

Info

Accommodatie tijdens deze dagen is al vroeg volgeboekt en prijzen stijgen enorm. Als je geen kamer van tevoren hebt gereserveerd is het het beste om naar een van de toeristeninformatiebureautjes te gaan (zie info Oruro). Voor het overgrote deel van het parcours zijn er zitbanken en tribunes geplaatst. Afhankelijk van de plaats kan je tickets ter plekke kopen bij de verkopers die er rondlopen of bij het toeristenkantoor op de Plaza 10 de Febrero. De beste en duurste plaatsen zijn op de Plaza 10 de Febrero en bij de Santuario del Socavón. Alternatief zijn er georganiseerde tours naar het carnaval van Oruro, inclusief zitplaats te boeken bij diverse reisbureaus in Oruro en andere steden. Vanuit La Paz wordt zelfs een dagtocht naar het carnaval georganiseerd. Het is zeer interessant om in Oruro een tour te boeken naar een ch’alla ritueel bij de ingang van de mijnen, die op de vrijdag voor La Entrada wordt gehouden. Houd er rekening mee dat tijdens deze dagen in de hele stad en ook vanaf de tribunes, iedereen bestookt wordt met water en schuim; vooral toeristen zijn het doelwit dus is het beter om een poncho of regenkleding te dragen en denk om je camera. Daarentegen lopen de toeristen ook met spuitbussen en plastic zakjes met water en waterpistolen. Pas op voor zakkenrollers!