Han (206 v.Chr. - 220 na Chr.)

Evenals de Zhou-dynastie is de Han-dynastie verdeeld in twee fasen, de Westelijke Han en de Oostelijke Han. De Westelijke Han vestigden hun hoofdstad in Xi’an, waarna de Oostelijke Han haar in 25 na Chr. weer naar Luoyang terug verplaatsten. Na getuige te zijn geweest van de snelle ineenstorting van de Qin-dynastie beseften de keizer en zijn kanseliers dat het niet doenlijk was een groot rijk alleen op basis van een strenge wetgeving te besturen. De heerser verzachtte het “legalistische” systeem en liet de door de oorlog verwoeste economie zich herstellen. Keizer Wudi, een van de vroege Han-keizers, was zowel ambitieus als begaafd – onder zijn regering kwamen tal van verworvenheden tot stand. Tijdens zijn bewind was de Han-dynastie een bloeiend en machtig rijk. Een van zijn duurzaamste erfenissen was dat hij het confucianisme als officiële ideologie bevorderde en het op de bureaucratie toepaste. Ministers werden uitgekozen op basis van hun kennis van de confuciaanse klassieken, een systeem dat door opeenvolgende dynastieën werd voortgezet tot aan het einde van de Qin-dynastie. Hij bleek ook in staat de macht te centraliseren en zo het gevaar van een opstand van machtige edelen te bezweren. Op het economische vlak werden er nieuwe handelsroutes geopend tussen China en Centraal-Azië. Langs deze routes, die bekend zouden worden als de Zijderoute (sîchóu zhîlù ????), werd Chinese zijde geëxporteerd.

Onder de Oostelijke Han-dynastie werd de macht verder gecentraliseerd, bleef de economie gedijen en bereikten de culturele ver-worvenheden een hoogtepunt – dit tijdperk wordt als een van China’s gouden tijden beschouwd. In deze tijd werd ook het papier uitgevonden. Hoewel er stukken papier zijn gevonden die nog uit de tijd van de Westelijke Han stammen, maakten verbeterde papierbereidingstechnieken tijdens de Oostelijke Han het mogelijk het praktisch te fabriceren. Met de ontdekking van papier vergrootte de verspreiding van informatie en de verbreiding van kennis China’s culturele invloed.