Verdeeldheid (220-589)

Van de 2e tot de 6e eeuw maakte China een periode van verdeeldheid door. De uiteenvalling begon met de vervanging van de Oostelijke Han door drie rijken, de Wei, de Shu en de Wu. Een van China’s beroemdste literaire meesterwerken, De roman van de Drie Koninkrijken (sïnguó yanyì ????), die tijdens de Ming-dynastie werd geschreven door Luo Guanzhong, is een in fictie gegoten verslag van deze periode.

Tijdens deze periode kwamen tal van kleine koninkrijken op en gingen onder. Ook vielen in deze tijd groepen noordelijke “barbaren” China binnen en vestigden een reeks van koninkrijken in het kwetsbare noorden. Uiteindelijk verenigde de proto-Mongoolse Tuoba- (tuòbá ??) stam van de Xianbei het noorden van China en stichtte de Noordelijke Wei-dynastie. Xiao Wendi, een keizer uit de Noordelijke Wei-dynastie, voerde een reeks hervormingen door waarbij hij zijn koninkrijk volgens de principes van de Chinese bureaucratie organiseerde. De confuciaanse bureaucratie zou een van China’s duurzaamste instituties blijken te zijn – door die te aanvaarden konden heersers in spe legitimiteit verwerven en het “Hemelse Mandaat” opeisen, of ze nu etnische Chinezen waren of niet. Deze langdurige periode van noordelijke invasies op Chinees grondgebied bracht de vermenging van verschillende etnische groepen en de uitwisseling van kennis.

Het was tijdens de Han-dynastie dat het boeddhisme voor het eerst uit India naar China kwam. Overal in het land schoten tempels en stoepa’s, de architectuur die mensen met het Chinese boeddhisme associëren, uit de grond. Als teken van vroomheid ontstonden in Noord-China boeddhistische reliëfs en beelden in grotten. De beelden in de Yungang- en Longmen-grotten zijn voor bezoekers nog altijd een bron van ontzag en inspiratie.

Tijdens deze periode van beroeringen kwamen massale migraties op gang. Sommigen zochten een betere toekomst, anderen wer-den van huis en haard verdreven. Grote aantallen Han-Chinezen trokken naar het zuiden en verlegden daarmee de culturele grenzen van China. Naarmate zij naar de periferie verhuisden en plaatselijke bevolkingen assimileerden of verdrongen, introduceerden ze daar nieuwe technologieën en de Han-cultuur.