De stad Santiago de Cuba (Santiago)

Castillo del Morro
Castillo del Morro

‘Ciudad Héroe de la República Cuba’, ‘Heldenstad van de republiek Cuba’, de eretitel die Santiago kreeg wegens de rol die het speelde tijdens de revolutie van 1959. Het kreeg de titel in 1984, 25 jaar na de revolutie.

Als vijfde Spaanse nederzetting op Cuba werd Santiago op 28 juni 1514 gesticht. Het werd de tweede hoofdstad van Cuba, van 1512 tot 1515 was deze eer weggelegd voor Cuba’s oudste stad: Baracoa. In 1553 werd deze rol door Havana overgenomen.

Santiago had toen al een tijd van economisch welzijn achter de rug als havenstad waar suiker geëxporteerd werd en slaven geïmporteerd werden. Maar toen de Spaanse overheid de stad de rug toekeerde, was het in feite gedaan. Het inwoneraantal zakte tot een kleine 150, vooral doordat piraten er vrij spel hadden.

Santiago bezat een grote haven en was gemakkelijk per schip te bereiken. Hoewel Franse en Nederlandse piraten er behoorlijk huis hielden, waren het toch vooral de Engelsen die Santiago als een bestendige bron van inkomsten zagen. Het escaleerde in 1662 toen Britse zeeschuimers onder Henry Morgan het fort, Castillo del Morro, dat de stad bescherming bood, vernielden.

Het waren overigens niet alleen de zeerovers die de stad teisterden, de stad werd enkele malen door een zware aardbeving getroffen in 1776 en in 1852, nadat het in 1580 al een keer met de grond gelijkgemaakt was. Nog steeds moet Santiago met aardbevingen rekening houden, gemiddeld driemaal per eeuw worden de inwoners door aardschokken opgeschrikt.

De kopermijnen in de omgeving werden al in 1547 ontdekt, maar er was weinig gelegenheid om ze te exploiteren. In het begin van de 18e eeuw werden er nieuwe en belangrijker koper aderen ontdekt, hetgeen het begin van de meer serieuze mijnbouw inluidde. Aan arbeidskrachten was geen gebrek, Santiago was de eerste Cubaanse haven waar gekaapten uit Afrika aan land werden gebracht en velen werden in de omgeving van de stad tewerkgesteld, veelal onder erbarmelijke omstandigheden.

Het einde van de 18e eeuw was voor Santiago het echte begin van een nieuw tijdperk. Doordat op Haïti in 1791 een slavenopstand uitbrak moesten veel Fransen vluchten. In de periode die volgde verlieten meer dan 25.000 koffieplanters het land om zich in de valleien van de Sierra Maestra te vestigen, een uitgelezen gebied voor de teelt van koffie. Uiteraard werd Santiago als exporthaven gebruikt en de stad maakte een geweldige groei door.

Ook de omgeving profiteerde van de kennis en kunde die de Fransen meebrachten, waardoor de wijde omgeving tot grote bloei kwam. Bovendien begon de vermenging van Franse, Spaanse en Afrikaanse culturen en gewoonten. Het leidde tot de santiaguero een nieuwe cultuur, met andere muzieksoorten, feesten, dansvormen en religies. Rassen vermengden zich en de inwoners van Santiago huidige stijl deden hun intrede. Ze kenmerken zich, anders dan in andere steden op Cuba, door hun groter gevoel voor ritme, ze zijn vriendelijker en hulpvaardiger. Bovendien kan de temperatuur in Santiago behoorlijk oplopen, het hoeft allemaal niet haastje-repje, kortom, het gaat er in Santiago gemoedelijker aan toe.

Ook Santiago kent z’n grote namen. Een van hen is Antonio Maceo 'de bronzen titaan', geboren op 14 juni 1845, een generaal (en tevens de eerste hoge officier) van Spaans-Afrikaanse afkomst, legeraanvoerder in beide onafhankelijkheidsoorlogen. Tijdens schermutselingen in december 1896 bij Punta Brava in de omgeving van Havana werd hij gedood. In San Pedro (een dorp dat deel uitmaakt van Punta Brava), werd een monument voor hem opgericht. Het meest monumentale gedenkteken in Santiago is aan hem gewijd, het vliegveld is naar hem genoemd, hij ging de geschiedenis in als ‘de bronzen titaan’, vanwege zijn huidskleur, die nog wel eens wantrouwen wekte bij de overwegend blanke bestuurders.

De belangrijke dichter José Maria Heredia is in Santiago geboren en overleden, de gebroeders País, revolutionairen van het eerste uur werden er geboren, de eerste gouverneur van Cuba, Diego Velázquez woonde er en de rumkoning Bacardí was er ooit burgemeester.

Het rommelde na 1890 aan alle kanten op Cuba. Het verzet tegen de Spaanse overheersing nam toe en de Spanjaarden bedienden zich van steeds bruter methoden om de Cubanen onderworpen te houden. De Verenigde Staten besloten, niet geheel onbaatzuchtig, om de Cubanen te hulp te schieten. Santiago was, strategisch gezien, een uitgelezen plaats om met de bevrijding van Cuba te beginnen en in 1898 verschenen ze met 6000 man voor de Cubaanse kust, waar ze oostelijk van de stad op 20 juni aan land gingen. Eén van hun leiders was de latere president Roosevelt. Ze wisten zich verzekerd van Cubaanse hulp, want generaal Calixto Gacía had hun tijdens een geheime ontmoeting steun toegezegd.

Na een bloedige strijd werd op 17 juli Santiago overgedragen aan de Amerikanen, het begin van een lange reeks conflicten tussen Cuba en de VS. Generaal García had de verwachting dat Santiago aan de Cubanen zou worden overgedragen. Hij weigerde dan ook bij de overdracht aanwezig te zijn. De Amerikanen namen het bestuur van de Spanjaarden over, in feite kwam Cuba onder Amerikaans militair gezag. Dat leidde tot hevige en bloedige botsingen, het eerst en het ergst in de omgeving van Santiago.

Er kwamen steeds meer Amerikaanse troepen naar Cuba, naar men zei om de Amerikaanse belangen te beschermen. Honderden Cubanen werden door (of namens) de Amerikanen omgebracht. Veel in Santiago herinnert aan het rumoerige verleden. Het centrum van de stad wordt gevormd door het Parque Céspedes, zoals zoveel centrale pleinen waar de legers hun kwartieren hadden, vroeger Plaza de Armas geheten.

Het is een gezellig plein met veel groen, gedomineerd door de Catedral de Nuestra Señora de la Asunción, ook wel (ten onrechte) Basilica Metropolitana genoemd, waarschijnlijk Cuba’s meest herbouwde kerk. De eerste kerk werd in 1516 gebouwd, het huidige bouwwerk dateert van 1922. Branden, plunderingen en aardbevingen zorgden ervoor dat de kerk vele malen herbouwd en gerestaureerd moest worden. Het geplande bezoek van de paus in 1997 aan Cuba, bracht opnieuw alle restaurateurs in opperste staat van activiteit.

Maar, zoals de kerk er staat is het een juweeltje van bouwkunst. De binnenzijde van de kerk (ingang aan de zijstraat, in de Calle Fenix Pena) valt wat tegen, maar er wordt driftig gerestaureerd. De voorzijde aan het plein, met op het dak een meer dan manshoge engel, geflankeerd door beide torens, doet menig fotografenhart sneller kloppen. Als u het goed wilt bekijken, ga dan naar het dakterras van het er schuin tegenoverliggende Hotel Casa Grande.

Casa de VelázquezHet daar weer tegenoverliggende Casa de Velázquez, de woning van de eerste gouverneur van Cuba, is tevens het oudste woonhuis van Latijns-Amerika. Het dateert eveneens uit 1516 en heet tegenwoordig Museo de Ambiente Colonial. Men vindt er een grote verzameling meubelen uit de koloniale tijd. Aan de buiten-zijde op de verdieping bevindt zich, zeer ongewoon, een balkon met een balustrade in Moorse stijl. De benedenverdieping was in gebruik als handelshuis, maar er werd ook goud en zilver omgesmolten, meestal buitgemaakt op de indianen, tot baren van gelijke afmetingen, zodat kerk en staat ieder hun ‘rechtmatig’ deel konden krijgen.

Tegenover de kerk staat de Ayuntamiento, het gebouw van het stadsbestuur, de Podir Popular. Het gebouw ziet er oud uit en goed gerestaureerd, het is in werkelijkheid een reconstructie van een reconstructie, gebouwd in 1953, na tweemaal eerder door een aardbeving te zijn verwoest, voor het laatst in 1942. Op 1 januari 1959 hield Fidel Castro vanaf een van de bordessen zijn eerste toespraak als leider van het Cubaanse volk. Hij was er opnieuw tijdens de herdenking van het 35-jarig bestaan van het huidige Cuba in 1994. Ter gelegenheid van de 25e verjaardag van de revolutie had Santiago, wegens bewezen diensten tijdens de revolutie, de eretitel ‘stad van de helden van de republiek Cuba’ gekregen.

Links van de kathedraal bevindt zich de Calle Heredia, genoemd naar de dichter José Maria Heredia (1803-1839), wiens geboortehuis, Casa Heredia, zich in deze straat bevindt. Hij kreeg vooral bekendheid door zijn gedicht ‘Ode aan de Niagara’ waarin hij met veel fantasie de oevers van de Niagara watervallen voorziet van palmbomen. De tekst ervan vindt u op de buitenmuur van het huis. Elke scholier kan het eveneens voor u opzeggen.

Tegenover Casa Heredia bevindt zich een bibliotheek, aan Santiago geschonken door Emilio Bacardí Moreau, waarin u alle geschiedkundige feiten over Cuba aan de weet kunt komen. Regelmatig wordt bijzondere aandacht besteed aan Frank en Josué País, twee als helden vereerde patriotten. Algemeen wordt aangenomen dat Frank País het brein was achter de voorbereidingen die uiteindelijk tot de revolutie zouden leiden.

Eind november 1956 leidde hij o.a. de aanval op het politiebureau in Santiago, dat tot de grond toe afbrandde en de aanvallen op het douanekantoor en diverse havenbedrijven. Deze manoeuvres waren vooral bedoeld om de aandacht af te leiden van de actie die Castro op 2 december 1956 met de Granma ondernam. Ook daarna was hij steeds actief als patriottenleider. Op 30 juli 1957 werd hij door de politie gearresteerd en zonder vorm van proces neergeschoten, een lot dat al vele revolutionairen had getroffen onder wie zijn broer, die precies een maand eerder, op 30 juni, was omgebracht.

Zijn begrafenis leidde tot vele protestacties en stakingen, waarbij de moeders van jonge mensen die zonder enige vorm van proces waren geëxecuteerd, initiatiefneemsters waren. De internationale luchthaven van Holguín is naar Frank País genoemd, evenals een gemeente elders in de provincie..

Een klein stukje verder, in het Museo de Carnaval, gaat het er heel wat vrolijker aan toe. Santiago staat bekend om z’n carnaval. Het carnaval eindigt op de laatste zondag van juli en begint op maandagavond daaraan voorafgaand. Tijdens de carnavalsviering trekken schitterende praalwagens door de stad. De opmaak ervan, maar ook de kleding en opmaak van al het andere dat met het carnaval te maken heeft, is gebaseerd op een thema. Doorgaans heeft dat betrekking op een bepaald land of een bepaalde gebeurtenis in het Caribisch gebied.

Casa de la TrovaTeruglopend in de Calle Heredia, waarin zich ook het, naar men zegt, beroemdste Casa de la Trova bevindt, komt u bij de trappen van Padre Pico, genoemd naar een priester die veel voor de ontwikkeling van de stad heeft betekend. Het zal u opgevallen zijn dat de straten in Santiago behoorlijk steil kunnen zijn. Padre Pico was de steilste straat van Cuba en, alle goede bedoelingen ten spijt, verkeer was hierop niet mogelijk.

Men heeft er trappen van gemaakt, waarop kinderen spelen, ouderen hun kaartje leggen of domino spelen, of met elkaar de laatste nieuwtjes uitwisselen. Bovenaan de trap bevindt zich het Museo de la Lucha Clandestinidad, het voormalige politiebureau dat, als een van de vele doelen door Frank País en zijn volgelingen in brand werd gestoken. Het museum geeft een beeld van het ondergrondse verzet tegen het bewind van Batista.

Voordat u het oude centrum verlaat, of gaat winkelen in de drukke Calle José Antonio Saco, ook bekend als Enramada, moet u beslist een bezoek brengen aan het Museo Emilio Bacardí Moreau. Het bevindt zich in de straat achter het Casa Granda Hotel, de Calle Pio Rosado. U vindt er Bacardí’s persoonlijke verzameling Europese, Egyptische en Zuid-Amerikaanse kunst en antiek. Verder zijn er veel voorwerpen die met de plaatselijke geschiedenis te maken hebben ondergebracht en gaat u beseffen dat de naam en de persoon Bacardí, meer betekenen dan een exotisch drankje of rummerk. Hij is er overigens wél schatrijk door geworden, maar kon zijn filantropische inslag daardoor dan ook ten volle uitleven. Het museum heeft een opknapbeurt van 15 jaar achter de rug en is eind 1994 weer voor het publiek opengesteld.

Een bezoek aan Santiago is niet compleet zonder het museum van de 26e juli bezocht te hebben. Hier vond de eerste, mislukte aanval van Castro en zijn trawanten plaats op 26 juli 1953. In de voorgevel bevinden zich nog steeds de inslagen van kogels. Deze zijn niet origineel, maar gereconstrueerd uit foto’s omdat de oorspronkelijke gaten al waren dichtgepleisterd. In het museum, dat ongeveer éénderde beslaat van de vroegere kazerne, het overige gedeelte is als school in gebruik, vindt u een overzicht van alles wat zich voor, op en na de 26ste juli 1953 in de omgeving van de kazerne afspeelde.

Museum van de 26e juli, het vroegere Moncada-kazerneNiet alle onderwerpen zijn even kies behandeld, er zijn bebloede kledingstukken te zien van omgekomenen, beelden van gedode militairen en revolutionairen, er wordt een inzicht gegeven van de strijd in de Sierra Maestre tijdens de tweede periode van opstand en er zijn beelden van Cuba’s enige astronaut te vinden. Hoewel niet een van de fraaiste of meest indrukwekkende musea, als u iets over de totstandkoming van het huidige Cuba wilt weten is een bezoek aan de vroegere Moncada-kazerne, of zo u wilt het Museo Moncada, verplicht.

Het nieuwe gedeelte van Santiago wordt overheerst door het gelijknamige hotel. Vanaf het dakterras (vrij toegankelijk maar niet altijd geopend) heeft men een prachtig uitzicht over Santiago en wijde omgeving.

Verder is de Plaza de la Revolución een bezoek waard. Het werd aangelegd ter gelegenheid van de pan-Amerikaanse spelen in 1991. Het Teatro Heredia bevindt zich hier, waar Castro zijn jaarlijkse herdenkingstoespraak hield op 26 juli.

Het plein zelf wordt gedomineerd door een geweldig bronzen standbeeld van Antonio Maceo te paard, te midden van 23 machetes, die een symbool vormen voor 23 februari 1895, de dag waarop de tweede onafhankelijkheidsoorlog uitbrak, een oorlog waarin Maceo een grote rol speelde. Sommige versies over de betekenis van de machetes noemen 23 maart 1878, de dag waarop Maceo de Spaanse generaal Martínez de Campos te verstaan gaf dat de eerste onafhankelijkheidsoorlog, wat hem betreft, niet afgelopen was, zolang in de vredesvoorwaarden de vrijlating van de slaven niet werd geregeld.

Ook de begraafplaats van Santiago is een bezoek waard: Cementerio Santa Ifigenia. Het is een dorp op zich. Een aantal graftomben maakt naar aard en omvang, om van de kosten niet te spreken, een koninklijke indruk. Na de Cementerio Colon in Havana is dit dan ook de belangrijkste begraafplaats op Cuba. José Martí ligt er begraven. Zijn laatste rustplaats is zo ingericht dat de zon altijd op de vlag schijnt die zijn laatste rustplaats bedekt. De wapenschilden van alle Latijns-Amerikaanse landen zijn op de wanden rondom aangebracht.

Ook hebben de vader des vaderlands Carlos Manuel de Céspedes en de eerste president van Cuba Tomás Estrada Palma er hun laatste rustplaats gekregen. En natuurlijk de helden uit de onafhankelijkheidsoorlogen en van de revolutie, met o.a. de stoffelijke resten van degenen die omkwamen bij de aanval op de Moncada-kazerne. Misschien is de meest opvallende graftombe die van Emilio Bacardí Moreau, geheel in zwart marmer uitgevoerd. Een (begraaf)plaats die alleen al om zijn architectonische schoonheid niet overgeslagen mag worden. Foto’s maken mág, tegen betaling.

Het Castillo del Morro bewaakt de ingang van de haven en bij een bezoek eraan krijgt men er een schitterend uitzicht over de baai van Santiago gratis bij. Uiteraard werd het ooit gebouwd om piraten tijdig te kunnen signaleren en hen van repliek te kunnen dienen. Het werd tussen 1640 en 1642 gebouwd als Castillo de San Pedro de la Roca en al in 1662 door een grote Engelse piratenbende onder Henry Morgan weer vernield.

Het huidige kasteel dateert uit het einde van de zeventiende eeuw en maakt een solide indruk. In het kasteel is een museum ondergebracht, het Museo de la Pirateria. Er wordt een overzicht gegeven van de piraterij door de eeuwen heen. Dat hierbij ook een op de Amerikaanse CIA buitgemaakte rubberboot wordt getoond, maakt duidelijk hoe Cuba de bemoeienissen van de VS beoordeelt. Over de kantelen wandelend kan men het uitzicht naar alle zijden bewonderen.

U kunt er onder andere leren hoe het Nederlandse woord ‘vrijbuiter’ werd opgenomen in de Spaanse taal als ‘filibusteros’, een naam voor Amerikanen die in de negentiende eeuw in Zuid-Amerika, met Amerikaanse steun, nieuwe staten probeerden te stichten. Elke suppoost probeert iets bij te verdienen door u langs de door hem of haar bewaakte afdeling te leiden. Ze weten vaak heel veel details die u anders zouden ontgaan!

Schrik niet van een laag overvliegend vliegtuig, het kasteel ligt praktisch aan het begin/eind van de start/landingsbaan van Aeropuerto Internacional Antonio Maceo.

Bestemmingen in de omgeving van De stad Santiago de Cuba (Santiago)

  • Baconao National Park

    La Isabelica
    Oostelijk van Santiago bevindt zich Parque Baconao, waarin een groot aantal belangrijke en minder belangrijke (natuur)monumenten en attracties zijn ondergebracht...
  • La Virgen del Cobre

    El Cobre, kapel Virgen del Cobre
    Een kleine 20 kilometer buiten Santiago bevindt zich El Cobre. Het ontleent zijn naam aan de kopermijnen die hier sinds de 16e eeuw geëxploiteerd worden. De kerk...

Kaart van De stad Santiago de Cuba (Santiago) en omgeving