Ernesto ‘Che’ Guevara (1928-1967)

Che Guevara
Che Guevara

Idealist of vechtersbaas? Daarover kan men van mening verschillen. Feit is dat Guevara in de jaren zestig de held was van de jeugd met linkse sympathieën over de gehele wereld. Nu werd je in die tijd al gauw als ‘links’ gezien. The Beatles, Flower Power, de jongeren uit die tijd luidden een nieuw tijdperk in, waarin ze meer zeggenschap eisten. Ze verlieten het pad dat hun vaders zorgvuldig voor hen uitgestippeld hadden. Dus waren ze ‘links’. Iemand met andere ideeën dan de gevestigde kon op hun sympathie rekenen en over de hele wereld liepen jongelui met Guevara shirts, droegen ze Guevara buttons. Want Guevara was anders. Guevara wilde de wereld veranderen.

Ernesto Guevara de la Serna werd in Rosario (Argentinië) geboren op 14 juni 1928. Zijn ouders behoorden tot de gegoede middenklasse en Ernesto werd grootgebracht vanuit het idee dat hij zelfstandig moest leren denken en handelen. Je zou kunnen zeggen dat zijn ouders behoorlijk progressief waren. Hij leidde een tamelijk onopvallende jeugd, waarin bleek dat hij een gezond stel hersens had en een betrekkelijk zwakke gezondheid. Hij leed aan astma en waarschijnlijk is dat van doorslaggevende invloed geweest op zijn beroepskeuze, hij werd arts.

Nadat hij in 1953 was afgestudeerd bereisde hij geheel Zuid-Amerika. Hij zag de mensen werken voor een hongerloon, hij zag kinderen doodgaan als gevolg van ziekten die gemakkelijk te bestrijden waren, maar waarvoor geen medicijnen gekocht konden worden. Het plan om dit werelddeel te ‘bevrijden’ van het imperialisme kreeg in die tijd vaste vorm. Hij, de zoon van welgestelde ouders, raakte in de ban van ‘eerlijk delen’. In Guatemala werkte hij samen met president Guzman in een sociaal hervormingsprogramma.

Guzman werd verdreven en het waren duidelijk de VS die hier de hand in hadden. Die stelden alles in het werk om hun grote invloed in Midden- en Zuid-Amerika te behouden. Guevara week eveneens uit en kwam in Mexico terecht waar hij zich in 1955 bij Castro en diens beweging Movimiento 26-7 (Beweging van de 26e juli), kortweg M 26-7, aansloot. De beweging was genoemd naar de datum van de aanval op de Moncada-kazerne in 1953. Samen met Castro en 80 andere vrijheidsstrijders, trok hij in november 1956 naar Cuba om daar het Batista-regime te bestrijden. Hij kreeg de bijnaam ‘Che’, het stopwoord dat hij vaak gebruikte, waarmee (bij benadering) strijdbroeder of -makker bedoeld werd met verwijzing naar zijn Argentijnse accent.

Na de val van de regering-Batista kreeg hij in de regering-Castro een aantal hoge posten. Zo was hij minister van Industrie, hij voerde het hoogste gezag over het bankwezen en hij gaf leiding aan de agrarische hervormingen. Maar eerst en vooral was hij Castro’s ideologische raadgever. Direct na de revolutie leidde hij in het fort La Cabaña, nabij Havana, hetzelfde fort waar Batista zijn politieke tegenstanders opsloot, martelde en vermoordde, een militair tribunaal.

Onder Che’s verantwoordelijkheid werden in die periode ten minste 400 mensen ter dood veroordeeld en omgebracht. Later publiceerde hij o.a. ‘La guerra de guerrillas’, waarin hij het hoe en waarom van de guerrilla-oorlog uiteenzet. Het boek maakte hem wereldberoemd en werd als een soort handleiding voor guerrillastrijd gezien. Hij predikte solidariteit binnen de werkende klasse, onzelfzuchtigheid en geloof in eigen kunnen.

De handelsboycot van Amerika tegen Cuba bracht dit land aan de rand van de economische afgrond. Che onderhandelde met vertegenwoordigers van de regering-Kennedy en bood aan om op Cuba een meerpartijenstelsel toe te laten waardoor democratische verkiezingen tot de mogelijkheden zouden behoren. Kennedy weigerde en dreef zo Cuba steeds verder in de armen van de Sovjet Unie. Che voerde handelsbesprekingen met landen van het Warschaupact, wat hem wereldbekendheid gaf. Zijn populariteit was onbegrensd en de Spaanse studentenbeweging benoemde hem zelfs tot ‘man van de eeuw’.

Che mag dan een bekwaam arts zijn geweest, een groot schrijver en intellectueel, van economie en bankwezen had hij weinig kaas gegeten. Hij beging nogal wat blunders op dit gebied. Castro riep daarvoor steeds Che’s ondergeschikten ter verantwoording en hield Che voortdurend de hand boven het hoofd. Che bleef in de eerste plaats een strijder en er hoefde maar even gevaar te dreigen, of hij trok zich met een aantal mensen terug in de bergen.

Tijdens de raketcrisis in oktober 1962 bijvoorbeeld (naar de overtuiging van historici het directe gevolg van de Amerikaanse weigering om over het opheffen van de handelsboycot te onderhandelen), richtte hij zijn hoofdkwartier in in de Cuevas de Los Portales, op de grens van de Sierra de los Organos en de Sierra del Rosario. Het is nog steeds te bezichtigen.

Het was geen wonder dat Castro en Guevara regelmatig van mening verschilden. Toen Che zich wilde gaan bemoeien met de strijd in de Congo was de maat voor Castro vol. Hij liet Che een brief opstellen waarin deze verklaarde afstand te doen van al zijn posten in de Cubaanse regering, teneinde zich ‘geheel aan de bevrijding van onderdrukte volkeren’ te kunnen wijden. Castro zegde toe deze brief geheim te houden, tenzij de omstandigheden hem tot het publiceren ervan zouden dwingen.

Che vertrok in het diepste geheim en onherkenbaar vermomd naar de Congo. Ook daar bleek dat er aan zijn leiderscapaciteiten nogal het één en ander ontbrak. Hij was weliswaar een uitstekend strateeg en wist werkelijk alles van guerrillastrijd, maar hij ging veelal aan de politieke consequenties van zijn handelen voorbij. Hij werd in de Congo dan ook niet geaccepteerd.

Cuba werd door de wereld, die natuurlijk al snel besefte dat Che achter de strijd in de Congo zat, tot de orde geroepen. Castro las toen Che’s brief voor in het Cubaanse parlement, daarmee te kennen gevend dat niet Cuba, maar Che’s persoonlijk handelen hier in het geding was. Het resulteerde in 1965 tot een definitieve breuk tussen die twee.

Che verliet met 12 volgelingen het land en vestigde zich in de oerwouden van Bolivia, dat, naar zijn inschatting, rijp was voor een revolutie. Vanaf het platteland bestreed hij de regering, maar hij stuitte op wantrouwen van de boerenbevolking die hem als een buitenlander zag en behandelde. Opnieuw bleek Guevara niet de leider die de jongeren overal ter wereld in hem zagen. De boeren op het platteland van Bolivia tipten voortdurend de militairen omtrent Che’s verblijfplaats en er werd op grote schaal jacht op hem gemaakt.

Op 8 oktober 1967 liep hij, samen met een zestal medestrijders in een hinderlaag. Ze werden allemaal gedood en begraven in één graf. Op Cuba kondigde Castro drie dagen van nationale rouw af. De Boliviaanse regering weigerde het lichaam van Che aan Cuba af te staan. Na meer dan vijfentwintig jaar stemde men uiteindelijk toe, maar het heeft toen weer lange tijd geduurd eer men wist waar het graf zich bevond.

Daarna was het een probleem om de identiteit van Che vast te stellen. Pas in juli 1997 werden de stoffelijke resten van Che aan Cuba overgedragen. Op 8 oktober 1997 zijn deze bijgezet in een speciaal voor hem ingericht mausoleum in Santa Clara, de plaats waar hij de troepen van Batista tijdens de revolutie van 1958 een beslissende nederlaag toebracht en waar zijn beeld, tegen de achtergrond van strijdtonelen, altijd zal herinneren aan Che Guevara.

Overige Informatie

  • Santa Clara

    Parque Vidal, Santa Clara
    De hoofdstad van de provincie Villa Clara werd pas in 1689 gesticht. Een aantal families streek op deze plaats neer nadat Remedios voor de zoveelste keer door...