Cuba: Geschiedenis

Taíno vrouwen in een moderne uitvoering
Taíno vrouwen in een moderne uitvoering

Het staat vast dat de eerste bewoners van Cuba zich tussen 10000 en 7000 v. Chr. op Cuba vestigden. Over hun herkomst is nog weinig bekend, maar algemeen wordt aangenomen dat de indianenvolkeren afkomstig waren uit Midden- en Zuid-Amerika: Mexico, Honduras, Venezuela en Nicaragua. Ongetwijfeld is er ook aanvoer geweest vanuit het Mississippigebied en zelfs Florida wordt genoemd als gebied van herkomst.

Het enige houvast is dat alle aangetroffen indianenculturen afkomstig moeten zijn geweest van de Arowakken (of Arawakken). De oudste bewoners leefden van de jacht en wat de natuur hun verder bood, de tweede groep die Cuba bereikte, rond 2500 v. Chr. leefde van de landbouw en de visvangst.

Rond 2000 v. Chr. ontstond de cultuur van de Ciboney. Ze kenden geen aardewerk en leefden uitsluitend van de opbrengsten van de zee, hoewel in de eeuwen daarvoor ook de jacht tot de middelen van bestaan moet hebben behoord. Ze leefden in grotten dicht bij de zee, in kleine groepen.

Omstreeks het jaar 300 (na Chr.) begonnen zich Taíno-indianen in het land te vestigen. Hun afkomst is een stuk duidelijker. Het waren Arowak-indianen, oorspronkelijk afkomstig uit de Orinocodelta in Venezuela, maar waarschijnlijk bereikten ze Cuba via Florida. Ze vestigden zich aanvankelijk in het oosten. Ze brachten hun eigen beschaving mee en ze introduceerden de landbouw op het eiland. Ook het aardewerk werd ingevoerd. Ze kenden uitgebreide godsdienstige rituelen. Doordat het landbouwers waren, zochten ze naar vruchtbare plaatsen en geleidelijk trok de Taínocultuur naar het westen, ook als gevolg van het feit dat er zich tot omstreeks 700 steeds meer Taíno’s vestigden.

Belangrijke vindplaatsen van overblijfselen van deze cultuur zijn de omgevingen van Baracoa (tot aan Banes) en Matanzas. Ze bouwden hun hutten zodanig dat er dorpen ontstonden met soms wel 2500 inwoners. Omstreeks 1450 vestigden zich opnieuw vele nieuwe Taíno’s op Cuba, eveneens afkomstig uit het zuiden van Noord-Amerika. Hun cultuur en hun bekwaamheden stonden op een aanmerkelijk hoger peil dan die van de eerder op Cuba aangekomen Taínovolkeren.

Een derde indianenvolk dat tot de oorspronkelijke bewoners van Cuba wordt gerekend zijn de Guanahatabey-indianen. Waarschijnlijk zijn zij voortgekomen uit dezelfde voorvaderen als de Ciboney-indianen. Ze leefden op vrijwel dezelfde wijze en woonden in grotten. Ze leefden echter niet van de visvangst, maar van de jacht.

De volkeren leefden vreedzaam naast en met elkaar. Soms vielen ze echter ten prooi aan een andere indianenvolk uit het gebied: de Cariben, een bloeddorstig volkje in de letterlijke betekenis van het woord. Ze huisden op naburige eilanden en ondernamen van daaruit rooftochten. Er is in de loop van de tijd een zekere vermenging ontstaan. Niet alle buitgemaakte vrouwen dienden als maaltijd, een aantal werd ingezet om voor nakomelingen te zorgen.

Toen Columbus in 1492 de Cubaanse bodem betrad trof hij daar dus drie, tamelijk verschillende, indianenvolkeren aan. Ongeveer 90% ervan was Taíno. Deze huisden voornamelijk in het noorden en het oosten van het land en leefden van de landbouw. Het is ook dit volk dat de tabak op Cuba verbouwde die later door Columbus naar de oude wereld zou worden gebracht. Ze bezaten een hoge graad van beschaving en waren vriendelijk en gastvrij. De Ciboney-indianen waren vissers, een primitief volk, dat door Velázquez zelfs als ‘wilden’ werd aangeduid. Ze werden hoofdzakelijk en het noordwesten van Cuba aangetroffen. Het Guanahatabeyvolk huisde in het zuidwesten van het eiland, waar vele namen nog aan hen herinneren. Ook zij kenden nauwelijks een vorm van beschaving en leefden in hoofdzaak van de jacht.

Naar schatting leefden er rond 1500 in totaal tussen de 100.000 en 500.000 indianen op Cuba. Hun aantal was vijftig jaar later teruggelopen tot 3000 à 4000. Meer dan 97% werd door de Spanjaarden vermoord, velen bezweken aan ziekten en uitputting als gevolg van de onderwerping en tewerkstelling door de Spanjaarden. Tienduizenden indianen pleegden zelfmoord om aan hun overheersers te ontkomen.

Onderwerpen

  • Belangrijke data in de Cubaanse geschiedenis

    1628 Piet Hein, baai van Matanzas
    ±10.000 v.Chr. – de vroegste bewoners, Arowakken, vestigen zich op Cuba;2500 v.Chr. – de Ciboney-indianen ontdekken Cuba;300-700 – de Taíno-indianen brengen de...
  • Cuba onder Castro

    Fidel Castro tijdens een 1-mei toespraak
    Fidel Alejandro Castro Ruz werd geboren op 13 augustus 1926 in Birán op Cuba, een klein plaatsje in de provincie Holguín (voormalig Oriente) aan de voet van het...
  • Cuba zelfstandig onder Amerikaanse invloed

    Een nieuw tijdperk was begonnen
    Historisch gezien was Amerika zijn grondgebied aan het uitbreiden. In dezelfde periode werden ook Puerto Rico en andere Spaanse koloniën door Amerika ‘bevrijd’....
  • Fidel’s opvolger

    Raúl Castro, de ijzeren vuist van Fidel
    Raúl Modesto Castro Ruz werd eveneens in Birán geboren op 3 juni 1931. Hij beleefde de revolutie mee aan de zijde van zijn broer Fidel en is dus tevens een van...
  • Onder Spaans bewind

    Vliegveld Antonio Maceo (Santiago)
    Columbus voer op 27 oktober 1492 de baai van Bariay binnen. Het was al in de avond, zodat hij besloot tot de volgende dag te wachten om aan land te gaan. Daar...