Toerisme

Het toerisme op Cuba staat nog op een laag pitje. Zeker, de hotels schieten als paddenstoelen uit de grond en men verwacht dat Cuba in de toekomst vijf miljoen toeristen per jaar zal verwelkomen. Dat is wel eens anders geweest.

In de tijd dat Batista, althans in naam, de scepter over Cuba zwaaide was Cuba de grootste toeristische trekpleister in het Caribisch gebied. Geen wonder, Havana was gemakkelijk bereikbaar, lag dicht bij Amerika en had alle kenmerken van chic en exotisch. Het bezat nachtclubs en casino’s, de rijkdom van Amerika ging er vlot over de toonbank. Luxehotels en dure prostituees, men vond er wat men zocht.

Restaurants waar de tongen gestreeld werden en bars waar de meest exotische cocktails bereid werden. Maar ook: goedkope en obscure barretjes, seksshows in achterafkroegjes, drugs en gokken door mensen die zich dat niet konden permitteren. De rijken werden rijker, de armen armer. In de omgeving lagen schitterende stranden en er was volop vermaak…, voor de rijken. Voila, het Cuba van vóór Castro, toonaangevend als het ging om het toerisme.

Er waren een paar nadelen. Cuba was niet meer van de Cubanen. Ze waren letterlijk verbannen van hun eigen stranden, uit hun eigen cafés en restaurants. Ze waren ondergeschikt aan de wensen van de Amerikanen en als ze niet in de ‘rijke’ toeristensector werkten, waren er twee opties: criminaliteit of hard werken in grote armoede. De blikken van de wereld werden steeds vaker op Cuba gericht en ze werden steeds afkeurender.

Toen kwam Castro. In zijn filosofie (en hij had de voorbeelden voor het grijpen), zorgde toerisme voor een tweedeling, het accentueerde de verdeeldheid in rijkdom en armoede, in heersende en werkende klasse. Hij beloofde de bevolking dat het anders zou gaan, sloot de casino’s en de nachtclubs, gooide de Amerikanen en de meewerkende Cubanen het land uit en opende de hotels en de stranden voor Cubaanse boeren, burgers en buitenlui.

‘Het kan anders, beter’, hield Castro zijn volgelingen voor. De economie zou groeien dankzij de rijkdom in de Cubaanse bodem en de vruchtbaarheid van de aarde. In de jaren zestig werkte die formule uitstekend. De wereldeconomie draaide op volle toeren en Cuba nam daar, als belangrijkste suikerproducent, met veel overtuiging aan deel. Het toerisme was afgeschaft. Zeker, er kwamen nog toeristen naar het land, maar eigenlijk waren dat geen echte toeristen.

Het waren journalisten die, meestal op uitnodiging van de Cubaanse regering, rondgeleid werden om te laten zien hoe het ook kon. Er kwamen wat particulieren binnen, maar dat waren vrijwel uitsluitend bewonderaars van het stelsel zoals dat door Castro verkondigd werd. Tot in het begin van de jaren zeventig was het aantal toeristen jaarlijks beslist niet groter dan 2500 à 3000.

Helaas, de economie liep terug. Niet alleen wereldwijd, maar op Cuba in het bijzonder. Amerika had een handelsboycot ingesteld en dat dreef Cuba in de armen van de Sovjetunie. Dat land bracht weliswaar een stukje van de welvaart terug, maar alleen de Sovjetunie óf de rest van de wereld, dat scheelt toch een slok op een borrel. Castro zocht dus naar een vorm van economische bijverdienste en vond die… jawel, in het toerisme. Niet het toerisme uit de tijd van Batista, maar meer verantwoord toerisme, hij noemde het ‘gezondheidstoerisme’.

Niemand zal ontkennen dat de gezondheidszorg op Cuba op een eenzaam hoog peil stond. Europese en Zuid-Amerikaanse toeristen kwamen naar Cuba om daar te kuren, voor een operatie of voor een schoonheidsbehandeling. Het gezondheidstoerisme bestaat overigens nog steeds, maar daarover elders meer. Toen de toeristen tóch op Cuba waren, werd daar meestal meteen een rondreis of een vakantie aan een van de stranden aan vastgekoppeld. Castro rook het grote geld, broodnodig ter versterking van de economie. Die dreigde, nadat ook de Sovjetunie de broekriem aan moest gaan halen, naar een dieptepunt te zakken.

Op Cuba werden opleidingen gestart die het toerisme moesten bevorderen. Hotelscholen en andere horeca-opleidingen, managementstrainingen en opleidingen tot gids, het kwam allemaal met grote snelheid van de grond. Er werden hotels gebouwd die beter aan de eisen van de Europese toeristen voldeden dan de bestaande hotels in Sovjet-Russische stijl. Castro bemoeide zich persoonlijk met de voortgang van de nieuwe economische impuls, want naast het gezondheidstoerisme kwam ook het ‘gewone’ toerisme geleidelijk op gang. Castro deed concessies aan buitenlandse bedrijven in de vorm van belastingfaciliteiten, hij stimuleerde de joint-ventures en trok beleggers aan. Cuba is een schitterend land en dat was razendsnel én wereldwijd bekend.

Inmiddels steekt de toeristenindustrie de suikerindustrie naar de kroon. Het aantal toeristen op jaarbasis nadert het miljoen. In de hoogtijdagen van het Batista-regime waren dat er ongeveer 300.000, hoofdzakelijk Amerikanen. Nu is Cuba (nog) verboden gebied voor de Amerikanen, maar het staat vast dat het streefgetal, vijf miljoen, gehaald zal worden.

Oudere Cubanen verwijten Castro nu het land opnieuw aan buitenlanders verkocht te hebben. Ze hebben de herinnering aan het vorige ‘toeristenseizoen’ nog in het geheugen en hebben Castro door dik en dun gesteund in zijn hervormingen. Castro draait de klok terug, al verdedigt hij zich door te stellen dat het toerisme werkgelegenheid brengt en voldoende geld in het laatje om weer naar het economisch gezonde Cuba uit de jaren zestig terug te keren. Men ziet het met wantrouwen aan. Het toerisme in zijn huidige vorm doet denken aan het kapitalisme van voorheen.

Is de tijd van Batista terug? Rijke buitenlanders verblijven op plaatsen die aan arme Cubanen waren beloofd. De scheiding tussen Cubanen en de rest van de wereld is voor ieder duidelijk zichtbaar. Het is nu een scheiding tussen CUP en CUC. Waar met CUC alles te koop is, moet je met CUP uren in de rij staan in de hoop dat hetgene waarvóór je in de rij staat er komt of niet uitverkocht is. Loop eens langs de buffetten in de hotels en langs de bakkerswinkel in een Cubaanse wijk. Dat beeld zal niemands ideaal geweest zijn.

De airconditioned bussen trekken door het land, soms met maar enkele toeristen. Cubanen gaan met honderden tegelijk in een truck met oplegger, hangen aan vrachtauto’s om op de plaats van bestemming te komen, wachten uren op transport. Doen dat schijnbaar met grote gelatenheid. Maar, de Cubanen staan bekend als een intelligent volk!

Onderwerpen

  • De hotels

    Hotels in alle categorieën (Santiago de Cuba)
    Veel hotels liggen aan de kust. Op enkele plaatsen, zoals in de omgeving van Varadero, Santa Lucía en Guardalavaca vindt men concentraties van hotels....
  • Zee en strand

    Cayo Largo
    Omdat Cuba een eiland is en ook nog eens in het Caribisch gebied ligt, lijkt het vanzelfsprekend dat men moet genieten van de fraaie stranden en de lauwwarme zee...

Reactie toevoegen