Een dag naar Christoffelpark

Een ranger van het Christoffelpark onder een dividiviboom
Een ranger van het Christoffelpark onder een dividiviboom

Het hoogtepunt van Curaçao, letterlijk en figuurlijk, is de Christoffelberg die vlak bij Westpunt trots de wind weerstaat. Sinds 1955 is rondom de berg een terrein van alles bij elkaar 1800 hectare afgezet als nationaal park en sinds 1978 is dat park ook geopend voor publiek. Hier kun je bijna alle soorten flora en fauna van Curaçao vinden. Er zijn meerdere routes door het park die genoemd zijn naar de voormalige plantages in dit gebied: Savonet, Knip, Zevenbergen en Zorgvlied.

Met name de Savonet-route langs landhuis Savonet is zeer de moeite waard, vooral omdat je inzicht krijgt in het leven van de eerste bewoners van het eiland, de indianen. Landhuis Savonet zelf is niet open voor het publiek: het is in zeer slechte staat. Maar op verzoek kan er een rondleiding worden verzorgd om het huis heen. Uitgelegd wordt dan hoe de plantage vroeger functioneerde. Er is een kleine expositie ingericht over de geologische geschiedenis van Curaçao.

Om de Christoffelberg te beklimmen kun je je het beste ’s ochtends vroeg bij de ingang van het park melden. De wandeltocht naar de piek van de berg kan gestart worden vanaf de parkeerplaats van het bezoekerscentrum. Je kunt ook eerst met de auto een eindje het park inrijden via de groene route, die voor alle soorten auto’s geschikt is. Mocht het regenen, informeer dan eerst naar de berijdbaarheid van de tracks. De groene route brengt je bij een tweede parkeerplaats, dit scheelt een halfuurtje wandelen. Vanaf deze parkeerplaats moet je rekenen op een uur lopen naar de top. Het is voor een fit mens te doen, maar trek wel stevige schoenen aan en neem een fles water mee. Belangrijk is de huid te beschermen tegen de zon: zet dat petje op en bedek die schouders en armen, de zon is verraderlijk. Een lange broek tegen de prikkels is ook handig.

De tocht omhoog gaat via een paadje waarlangs op diverse plaatsen een bankje is te vinden om op uit te blazen en van het uitzicht te genieten. Bijna de hele route profiteer je van een verkoelende wind, behalve tijdens een deel op een kwartier lopen van de top. Het laatste stukje wordt klauterend afgelegd: je moet door een rotsspleet omhoog kruipen. Meteen daarna sta je boven op de top en kun je bij helder weer Bonaire en de kustlijn van Venezuela zien liggen.

Onderweg kom je bijzondere bomen, planten en dieren tegen. De meest in het oog springende plant, zowel op de grond als in de bomen, is de bromelia. Op de grond vormen soms honderden bromelia’s samen een tapijt van groen en rood. Een andere soort groeit op de stammen en de takken van een boom. Het is geen parasiet, maar een epifyt: hij haalt zijn voedsel dus niet uit zijn gastheer. Hetzelfde geldt voor de orchideeën en lelies die je op de bomen kunt zien groeien en bloeien. Met de acacia’s hebben de rangers een haat-liefdeverhouding: het zijn mooie bomen, maar leveren peulen op waar wilde geiten dol op zijn. En die wilde geiten zijn in het park ongenode gasten, omdat ze schade toebrengen aan de flora. Ze worden dan ook door de parkwachten bejaagd. Er schijnen dagen te zijn waarop meer dan tien geiten worden neergeschoten. Kabritu stobá, stoofpot van geit, is een populair gerecht op Curaçao. In het Christoffelpark zijn vele soorten cactussen te vinden, die soms een paar meter de lucht in steken. Zulke cactussen heten kadushi. De kadushi di pushi heeft een bloeiwijze die lijkt op de zachte vacht van een jong katje, maar het is er niet een om zonder handschoenen aan te pakken. Hetzelfde geldt voor de stekelige cactus met de platte schijven, die de ‘Spaanse juffrouw’ wordt genoemd. De datu is een cactussoort die vaak werd en wordt gebruikt om hekken van te maken.

Met een beetje geluk kom je een yuana of leguaan tegen. Ze liggen vaak op een boomtak te zonnen, maar je moet wel goed opletten, want ze verstaan de kunst van camoufleren. Deze eigenschap komt ze op Curaçao goed van pas, want nog altijd wordt een stoofpotje leguaan als een (potentieverhogende) lekkernij beschouwd. In de lucht zul je ongetwijfeld veel tropische vogels zien en als het meezit kun je het Curaçaose witstaarthert, de biná, te zien krijgen. Er moeten er in het park een kleine tweehonderd van rondlopen, maar ze mijden de mensen. Men vermoedt dat dit kleine hert rond 1400 op het eiland is geïntroduceerd door indianen uit Colombia of Venezuela. Het is sinds 1926 beschermd. Het park organiseert meestal aan het eind van de middag begeleide excursies naar een observatietoren van waaraf de kans groot is de herten te zien. Reserveer vooraf bij de receptie.

Geopend: maandag t/m zaterdag van 7.30 tot 16.00 uur, zondags van 6.00 tot 15.00 uur. De toegangsprijs voor het park is Nafl. 17,50, (of $10), kinderen t/m 5 jaar gratis, tot 12 jaar met korting. Begeleide excursies speciaal tarief op aanvraag, pick up safari van 2 uur 35,- Nafl. 35,-($20), van 4 uur Nafl. 52,50 ($30). Mountainbike huur en toegang Nafl. 35,- ($20). De paden zijn ook geschikt voor paardrijden. Meer informatie: tel. 8640363 en www.christoffelpark.org.

Christoffelpark is 40 minuten met de auto vanaf Willemstad, 3 kwartier met de bus naar Westpunt, elke twee uur vanaf 7.00 uur vertrekt er één vanaf het busstation Otrobanda (Molenplein). Zie voor meer informatie ook Flora en Fauna.

Andere Bezienswaardigheden op Curaçao