Emilia-Romagna

De regio Emilia-Romagna ligt tussen de rivier de Po, de Adriatische Zee en de Apennijnen, die de grens vormen met Toscane. Het zuidoostelijke deel wordt de Romagna genoemd. Deze naam herinnert aan de Byzantijnse streek, de Romana, die tegenover het gebied lag dat in de vroege middeleeuwen door de Longobarden werd bewoond. De Via Emilia, gesticht door de Romeinen, loopt over de grens tussen de vruchtbare Povlakte en het heuvelland vóór de Apennijnen. Hiernaar is de streek Emilia genoemd. De vlakte bestaat uit het stroomgebied van de beneden-Po met vruchtbare rivierafzettingen en de Po-delta met ondiepe lagunes. De noordelijke hellingen van de Apennijnen vormen een heuvel- en bergland met als hoogste top de Monte Cimone (2165 m).

De meeste Italiaanse toeristen gaan naar de badplaatsen aan Adriatische kust. De buitenlanders zijn meestal meer geïnteresseerd in de steden met hun grote hoeveelheid overblijfselen uit het verleden vanaf de Romeinse tijd. Geschiedenis, kunst en cultuur zijn verbazingwekkend gevarieerd en bij velen nog vrij onbekend. Daardoor is het ideaal voor diegenen, die de erfenis kunnen ontdekken van de tijden der kloosters, middeleeuwse kastelen, burchten en villa’s die in ieder dorp en stad te vinden zijn. Kerken en musea zijn gevuld met fraaie kunstschatten. Daarnaast zijn bergwandelingen en minerale bronnen evengoed publiekstrekkers.

Van Piacenza in het noordwesten, grenzend aan Lombardije en Piemonte, tot Rimini aan de kust in het zuidoosten, wordt de regio gekenmerkt door grote verschillen in wordingsgeschiedenis, traditie en cultuur. De regionale keuken, van een verbluffende rijkdom en variatie, is daarvan een voorbeeld. Kelten en Longobarden brachten er de varkens, Byzantijnen schapen en de zeevaarders vis. Het verhemelte zal worden gestreeld door de rijke en afwisselende regionale gerechten, bereid volgens traditionele recepten. Er zijn ook prima plaatselijke wijnen.