Zuid-Luzon

Walvishaai
Walvishaai

Het zuidelijk deel van Luzon is een grillig gevormd schiereiland dat via een smalle landengte verbonden is met Centraal-Luzon. De kustlijn is zeer onregelmatig en daardoor is er in feite sprake van een aaneenschakeling van een aantal kleinere schiereilanden, onderling gescheiden door diep in het land binnendringende baaien. Een opvallend element in het gebied vormen enkele min of meer geïsoleerd liggende bergen van vulkanische oorsprong. De hoogste berg in de streek is de Mayon Vulkaan (2462 m), die beschouwd wordt als een van de meest perfect gevormde vulkanen ter wereld. Het klimaat van zuidelijk Luzon wordt gekenmerkt door het ontbreken van een duidelijke droge periode. Het gehele jaar is er een redelijke kans op regen, maar vooral tijdens de maanden september tot en met januari is er veel neerslag. Gedurende deze tijd wordt het gebied ook regelmatig geteisterd door taifoens. Zowel voor het maken van bergtochten als voor een verblijf in een van de strandoorden vormen april en mei de beste reismaanden. Tegenwoordig vormt de Pan Philippine (Maharlika) Highway een goede verbindingsroute door het gebied. Het 540 km lange traject van Manila naar de aan de voet van de Mayon Vulkaan gelegen stad Legazpi wordt door Philtranco-bussen afgelegd in ongeveer 11 uur. Meerdere bussen vertrekken dagelijks uit Manila vanaf de terminal aan de E. De los Santos Avenue (EDSA) in Pasay City.

Lucena en het Quezon National Park

Ongeveer vier uur rijden vanaf Manila ligt Lucena, hoofdstad van de provincie Quezon. Indien men hier de reis onderbreekt kan men een bezoek brengen aan de Pagbilao Islands, twee eilandjes die onderling verbonden zijn door een zandbank en die bereikt kunnen worden vanuit het kustplaatsje Padre Burgos. Vanaf Lucena voert de Maharlika Highway naar Atimonan aan de oostkust van Quezon. Tijdens dit nogal bergachtige traject passeert men het Quezon National Park, een regenwoudreservaat gelegen aan de zuidkant van de weg. Voor een bezoek aan dit interessante natuurgebied kunnen zowel Lucena als het wat dichterbij gelegen Atimonan als uitgangspunt dienen. Sommige minibussen welke tussen beide steden heen en weer pendelen maken nog gebruik van de oude “zigzagweg” welke dwars door het reservaat loopt (eerst navragen bij de chauffeur). Daar waar de weg het hoogste punt bereikt bevindt men zich ongeveer midden in het nationale park. Als u hier uitstapt kunt u rustig wandelend de zeer gevarieerde vegetatie observeren. Doordat de zigzagweg via scherpe haarspeldbochten soms behoorlijk steile trajecten overbrugt kan men op sommige plaatsen mooi over de kruinen van de woudreuzen heen kijken. Vanuit het hoogstammig regenwoud klinkt regelmatig het soms keiharde gesnerp van cicaden, hetgeen zorgt voor een nogal mystieke sfeer. Helaas wordt de natuurbeleving nogal eens verstoord door passerend autoverkeer (vaak gepaard gaand met claxonneren). Als men vanaf het hoogste punt via de zigzagweg omlaag wil wandelen dan is het traject richting Lucena landschappelijk mooier dan het alternatieve traject richting Atimonan. De afstand tot de hoofdweg bedraagt via beide trajecten enkele kilometers. Vanaf de hoofdweg kan gemakkelijk per jeepney of bus weer het uitgangspunt bereikt worden.

Alabat Island

Een ander aantrekkelijk excursiedoel voor natuurliefhebbers die niet erg gehecht zijn aan luxe vormt het langwerpige Alabat Island, gelegen pal tegenover Atimonan. Dit nauwelijks door toeristen bezochte eiland leent zich vooral voor het maken van wandelingen. Het autoverkeer is tot dusver beperkt tot enkele jeepneys die een paar keer per dag heen en weer rijden over het weggetje (lokaal aangeduid als “highway”) langs de westkust van het eiland. Kokospalmen en natte rijstvelden bepalen hier vooral het landschaps-beeld. Vanwege de vrij frequente regenval zijn de stammen van de palmen hier vaak begroeid met klimplanten en is er op de bodem veel ondergroei, waardoor de impressie ontstaat van een semi-jungle. Op de hellingen van de in de lengterichting van het eiland liggende bergrug groeit plaatselijk ook nog oorspronkelijk bos. Vogelliefhebbers kunnen hier in de vroege ochtend op zoek gaan naar fraai gekleurde soorten zoals bijeneters, ijsvogels, coleto’s, trogons en roodbruine paradijsvliegenvangers. Ook neushoornvogels komen nog in gering aantal voor. De oostkant van Alabat Island is landschappelijk aanzienlijk ruiger dan de meer lieflijke westkant, doordat de hellingen van de bergrug aan de oostzijde veel steiler zijn. Deze kant is alleen te voet bereikbaar of eventueel per boot. Vanaf de hoofdplaats Alabat voert een redelijk begaanbaar voetpad naar de oostkust. Interessanter, maar niet geschikt voor ongeoefende wandelaars, is een deels via een beekbedding lopende “trail” welke noordelijk van Alabat ter hoogte van kilometeraanduiding 26 begint als een betonpad. Na de klim over de beboste bergrug bereikt men een prachtige baai met markante kalksteenformaties, waarboven nu en dan enkele witbuikzeearenden zweven. De enige menselijke bewoners van de baai zijn enkele negrito-gezinnen. Elders langs de rotsige oostkust bevinden zich nog een paar kleine nederzettingen van vissers. Voor overnachting kan men in de plaats Alabat terecht bij de eenvoudige Kim Zalem Eatery & Lodge. Tussen Alabat en Atimonan varen dagelijks enkele grote uitleggerboten heen en weer. De oversteek duurt ongeveer 1 uur (circa 35 pesos/persoon). De laatste boot vanuit Atimonan vertrekt om circa 11.30 uur. Voorbij Atimonan volgt de Maharlika Highway de kust van de Lopez Bay. Hier bevinden zich enkele accommodaties voor strandtoe-risme. Ter hoogte van de plaats Calauag buigt de weg in noordelijke richting langs de Calauag Bay en gaat vervolgens dwars door de provincie Camarines Norte richting Daet, de provinciehoofdstad. Vanaf Daet zuidwaarts is de belangrijkste voertaal het Bicol-dialect. De streek is dienovereenkomstig ook wel bekend onder de naam ‘Bicolandia’. Langs het donkere zandstrand van Bagasbas, noordoostelijk van Daet, bevinden zich enkele ‘beach resorts’.

Naga

Naga, de provinciehoofdstad van Camarines Sur, ligt circa 8 à 9 uur rijden vanaf Manila. De in 1573 door de Spanjaarden gestichte stad heeft een mooie kathedraal. De kerk in zijn huidige staat dateert uit 1890. Naga is vooral bekend vanwege de rivierprocessie ter ere van de Maagd van Peñafrancia, de beschermheilige van Bicolandia. De processie vindt jaarlijks plaats tijdens het derde weekend van september. De gehele week voorafgaande aan het hoogtepunt van het festival, de kleurrijke bootcorso over de Naga-rivier, is de stad al in rep en roer en worden er allerlei feestelijke activiteiten ondernomen. Vanuit Naga kan men dagexcursies maken naar de slapende vulkaan Mt. Isarog (1966 m) of naar de Libmanan Caves, een grotten-complex ongeveer 20 km ten noordwesten van de stad.

Iriga

Een korte busrit vanaf Naga voert naar de plaats Pili, bekend vanwege de pilinoten. Van daar voert de route verder naar het stadje Iriga, gelegen nabij de vulkaan in ruste Mt. Iriga, ook bekend als Mt. Asog (1196 m). Op de hellingen van deze berg wonen de Agta, behorend tot de oorspronkelijke negrito-bevolking van de Filippijnen. Aan de zuidoostkant van de Mt. Iriga ligt Lake Buhi. Dit mooi gelegen meer vormt het woongebied van de kleinste eetbare vissoort ter wereld, namelijk de nauwelijks 1 cm lange ‘sinarapan’ of ‘tabios’ (Mystichtys luzonensis). Vanaf het stadscentrum van Iriga gaan vrij regelmatig jeepneys naar Buhi. Bij de markt aan de oever van het meer kan men eventueel een boot huren. Een ander meer in de omgeving van Iriga is Lake Bato, bereikbaar vanuit Bato langs de route van Iriga naar Legazpi. Het is minder idyllisch gelegen dan Lake Buhi, maar toch wel een bezoekje waard om bijvoorbeeld de activiteiten gade te slaan van de vele vissers op het meer. Langs de oevers bevindt zich, net als bij Lake Buhi, een brede zone met waterhyacinten. Regelmatig vliegen laag over het meer woudaapjes, kleine geelbruine reigerachtigen die zich hier ondanks bejaging in redelijk aantal weten te handhaven.

Legazpi en de Mayon Vulkaan

De bekendste stad van Bicolandia is stellig Legazpi, uitgangspunt voor excursies naar de Mayon Vulkaan en andere toeristische attracties in de omgeving. De stad zelf heeft niet veel bezienswaardigs te bieden. Vanaf de haven heeft men uitzicht over een visserswijk met paalwoningen en kleurrijke uitleggerboten. Op de City Market kan men streekproducten kopen zoals voorwerpen die gemaakt zijn van abaca (ook bekend als Manila-hennep). Het informatiebureau voor toeristen bevindt zich noordelijk van het stadscentrum (bereikbaar per jeepney of tricycle vanaf Peñaranda Street, de centrale winkelstraat van Legazpi). Enkele kilometers buiten de stad ligt de machtige Mayon Vulkaan (2462 m). Als een reusachtige kegel domineert hij de gehele omgeving en van alle kanten is het uitzicht op de berg bijzonder indrukwek-kend. De naam van de vulkaan is afgeleid van het woord ‘magayon’ hetgeen ‘mooi’ betekent in het Bicol-dialect. De Mayon is niet alleen ontzettend mooi, maar ook erg gevaarlijk en onberekenbaar. De eerste Europeanen die de eer hadden een uitbarsting waar te nemen waren Hollandse zeelieden die in 1616 met hun schip het gebied bezochten. Tijdens de 20e eeuw vonden uitbarstingen plaats in 1900, 1928, 1943, 1947, 1968, 1984, 1993 en 1999. Bij de eruptie van 1993 kwamen zeventig mensen om. Tijdens de 19e eeuw had de Mayon overigens een nog aanzienlijk hogere eruptie-frequentie: toen vonden er minstens dertig uitbarstingen plaats. Ondanks, of misschien juist dankzij de altijd aanwezige dreiging van een nieuwe eruptie oefent de Mayon een grote aantrekkingskracht uit op bergliefhebbers. Een beklimming vergt 2 à 4 dagen, afhankelijk van het tempo en de route die men neemt. De zuidoostelijke route is landschappelijk het mooist. De noordroute begint op circa 800 m hoogte bij het Mayon Skyline Hotel, gelegen op de noordwestflank van de vulkaan. In het eerdergenoemde informatiekantoor voor toeristen kan men uitgebreide informatie krijgen over de beklimmingsmogelijkheden en hier kan men ook een plaatselijke gids en eventuele dragers huren. Tevens stelt men hier tentmateriaal en kookgerei ter beschikking. Een beklimming wagen zonder begeleiding is beslist onverantwoord. Men kan gemakkelijk verdwalen, vooral als de berg in wolken gehuld raakt. Na hevige stortbuien kunnen er verrassende modder- en puinstromen ontstaan welke zich via de erosiegeulen langs de hellingen omlaag storten. Overigens heeft de Mayon ook in 2000, 2001, 2006 en 2009 weer verhoogde activiteit vertoond. De meest recente uitbarsting van de Mayon vond plaats op 6 mei 2013. Een groep van twintig toeristen, overnachtend op de helling, kwam in problemen door uitgestoten as, vallende stenen en giftige gassen. Vijf van de klimmers (drie Duitsers, een Oostenrijker en een lokale gids) kwamen om het leven. Er waren van deze eruptie de voorgaande dagen geen duidelijke voortekenen geconstateerd.


Aan de zuidkant van de Mayon staat de ruïne van de kerktoren van Cagsawa. Hij vormt een dramatische herinnering aan een cata-strofale eruptie welke plaatsvond op 1 februari 1814. Hierbij werden de dorpen Cagsawa, Camalig en Budiao bedolven onder lava en vulkanische as en kwamen naar schatting 1200 mensen om het leven. Enkele kilometers verderop bouwden de overlevenden van de ramp boven op een heuvel de kerk van Daraga. Evenals vele andere oude kerken op de Filippijnen is het indrukwekkende bouwwerk al behoorlijk verweerd en groeien her en der planten tussen de stenen. Naast de kerk staat een klein pizzarestaurantje, vanwaar men een mooi uitzicht heeft op de Mayon en de rijstvelden en kokosplantages in de wijde omgeving. Cagsawa en Daraga zijn gemakkelijk bereikbaar per jeepney vanaf het stadscentrum van Legazpi of vanaf Albay (richtingaanduiding Daraga, Camalig of Guinobatan). Een ander interessant excursiedoel in deze streek vormen de Hoyop-Hoyopan Caves, een druipsteengrottencomplex dat bereikt kan worden per tricycle vanaf het plaatsje Camalig. Circa 2 km verder bevinden zich de Calabidongan Caves met mooie druipsteenformaties en een kleine onderaardse rivier. Wie de grot onder leiding van een lokale gids wil bezoeken doet er verstandig aan zwemkleding mee te nemen aangezien er plaatselijk door water gewaad moet worden. In de omgeving van Legazpi bevinden zich ook verscheidene accommodaties voor strandtoerisme (o.a. Reyes Beach Resort). De stranden van de ‘Mayon Riviera’ langs de Albay Gulf hebben in verband met het vulkanisme in deze streek donker zand en zijn plaatselijk vrij stenig. De kustweg welke vanaf Legazpi noordwaarts voert langs de Albay Gulf en de Lagonoy Gulf is landschappelijk erg aantrekkelijk.

Walvishaaien bij Donsol

Vanaf Legazpi in zuidelijke richting bereikt men via de voortzetting van de Maharlika Highway de provincie Sorsogon. Het vissersdorp Donsol in het westelijk deel van deze provincie heeft de laatste jaren internationale bekendheid gekregen vanwege de walvishaaien welke hier regelmatig langere tijd pleisteren (vooral gedurende de periode januari-mei). Het is mogelijk deze indrukwekkende dieren hier onder begeleiding te observeren. De walvishaai (Rhincodon typus), lokaal aangeduid met de naam ‘butanding’, is de grootste vissoort ter wereld en kan een lengte bereiken van maar liefst 18-20 m! Het is een vredelievende reus die zich voedt met plankton. Voor deelname aan een walvishaai-excursie moet men zich melden bij het bezoekerscentrum nabij het gemeentehuis van Donsol. Een dagtrip kost circa 2500 pesos. Behalve de boothuur zijn bij de prijs inbegrepen een tweetal begeleiders. Tijdens de excursies moet men zich houden aan een aantal regels. Er mag alleen gebruik worden gemaakt van snorkels en niet van duikapparatuur. Ook moet men altijd enkele meters afstand houden van de dieren. Uiteraard kan niet gegarandeerd worden dat elke excursie een waarneming oplevert. De meeste kans heeft men tijdens de maanden maart en april. Dagtellingen tijdens deze maanden hebben aantallen opgeleverd variërend van 0 tot meer dan 30 exemplaren. In en nabij Donsol is sinds de ontwikkeling van het ecotoerisme ook eenvoudige overnachtingsgelegenheid beschikbaar. Het dorp is per bus bereikbaar vanuit Legazpi (reistijd circa 1,5 uur). Langs de oostkust van de provincie Sorsogon ligt ten zuiden van Gubat het mooie zandstrand Rizal Beach, dat zich uitstrekt over een lengte van circa 3 km. Bij dit strand bevinden zich enkele accommodaties voor toeristen (Rizal Beach Resort, Veramaris Resort). Nog wat verder zuidelijk ligt het Bulusan Volcano National Park. Het gebied wordt gedomineerd door de nog actieve vulkaan Mt. Bulusan (1559 m). Op een hoogte van circa 600 m ligt het circa 16 hectare grote Lake Bulusan. Rondom dit meer loopt een wandelroute. De wandeling die ongeveer een uur vergt voert gedeeltelijk door hoogstammig regenwoud. Lake Bulusan kan bereikt worden per tricycle vanaf de aan de hoofdroute gelegen plaats Irosin of vanuit de kustplaats Bulusan. Matnog aan de zuidpunt van Luzon is het vertrekpunt van veerboten (meerdere per dag) naar het eiland Samar.