Talen van Finland

Finland is een tweetalig land. 93% van de bevolking heeft het Fins als moedertaal, 6% Zweeds (vooral op de Åland-eilanden en langs de Finse westkust). In Lapland spreken ongeveer 1700 mensen Laps (Samisch). Het is dan ook begrijpelijk dat kennis van vreemde talen voor de Fin noodzakelijk is. De meeste Finnen spreken dan ook Engels en velen ook Duits. Het Fins wijkt totaal af van de West-Europese talen en is verwant aan het Ests en het Laps. Zowel zinsbouw als woorden zijn voor ons moeilijk te begrijpen. Het wordt van buitenlandse toeristen dan ook niet verwacht dat ze Fins spreken. Het is echter prettig om een taalgidsje mee te nemen en enkele belangrijke woorden en zinnetjes te leren, temeer omdat u anders ook vrijwel niets kunt begrijpen van alle opschriften en borden. Onder de 'Praktische informatie' van Finland vindt u een lijst met nuttige woorden, begrippen, namen en opschriften. De mensen van Sami afkomst in Lapland spreken naast Fins ook Sami, waarvan er enkele verschillende dialecten zijn. Het Sami is voor buitenstaanders nog moeilijker te begrijpen dan het Fins, waaraan het enigszins verwant is. Omdat het Sami voor de meeste mensen een tweede taal is naast de officiële taal van het land waar ze wonen, komt u als toerist in de praktijk niet veel in aanraking met het Sami. Wel worden veel plaatsnamen in Lapland in het Sami aangegeven.