De armoedegrens

Delen wat je hebt
Delen wat je hebt

Feitelijk kent Gambia twee armoedegrenzen. Enerzijds op het gebied van voedsel, anderzijds op het gebied van levensonderhoud in het algemeen waarbij wij zouden spreken van een sociaal aanvaardbaar minimum.

Er wordt gesproken over zeer arm, arm en niet arm, of: te arm om voedsel te kopen, arm en niet arm. De zeer arme mensen hebben een inkomen dat hen niet in staat stelt in hun eerste levensbehoeften, met name op het gebied van voeding, te voorzien. Ook arme mensen leven nog onder de armoedegrens, maar ze zijn in staat om aan hun dagelijks voedsel te komen.

Slechts de niet arme mensen leven boven het sociale minimum. Ook hier moet men weer duidelijk onderscheid maken tussen het westen van het land, rond Banjul en het platteland. In Banjul staat 5% van de mensen als zeer arm te boek, op het platteland is dit 23%, 12%, respectievelijk18% is arm en 83% resp. 59% leeft boven het sociaal aanvaardbaar minimum.

Het bedrag dat per huishouden aan voedsel besteed kan worden voor alle categorieën is in Banjul 800 dalasis, op het platteland ruim 500 dalasis per maand.

Over het gehele land genomen leeft 48% van de bevolking op of onder de armoedegrens.

Gerelateerde onderwerpen

  • Gezondheidszorg

    Kliniek in het binnenland
    De gezondheidszorg staat in het land nog op een laag peil. Er zijn nog geen 30 klinieken en ziekenhuizen, waar de overheid bemoeienis mee heeft. Elke Gambiaan...
  • Levensstandaard

    Levensstandaard
    Officieel zijn in Gambia ruim 1,5 miljoen werknemers geregistreerd. Dat betekent dat iedereen die kan werken, er tenminste twee banen heeft. Of dat nu een...
  • Onderwijs

    Doorsnee schoollokaal
    Uit de laatst bekende gegevens blijkt dat 37% van de bevolking geschoold is. Een aanmerkelijk hoger percentage is in staat te lezen en te schrijven: boven 15...
  • Toerisme

    Tendaba Camp
    De toeristenindustrie is een belangrijk middel van bestaan in Gambia. De eerste toeristen naar Gambia kwamen uit Zweden en dat gebeurde pas in 1965. Een groep...