Fula (Fullah, Fulani, Fulbe of Peul)

Trditioneel roundhouse
Traditioneel rondhouse

Niemand weet precies waar ze vandaan komen. De Fula zélf claimen dat hun voorouders blanken waren. Vast staat dat hun oorsprong niet in Afrika ligt. Aan hun lichte huidskleur is een Fula in Gambia gemakkelijk te herkennen. De meeste historici zijn het erover eens dat de Fula afstammelingen zijn van Arabieren.

Gezien hun levenswijze in het verleden lijkt dat ook een voor de hand liggende conclusie. De Fula hebben altijd een zwervend bestaan geleid. Ze trokken van plaats tot plaats om hun vee zo goed mogelijk te voeden. Dat was belangrijk, want de status van een Fula werd (en wordt) afgemeten aan zijn bezittingen, vroeger aan de grootte van de veestapel die men bezat.

De eerste Fula-staat dateert uit ongeveer het jaar 1000 en werd door hen Futa Toro genoemd. De staat bevond zich in het noordwesten van Senegal. De eigenlijke naam van het gebied was Tekrur, aanvankelijk geleid door de Ja-Ogo dynastie van Berber-Arabische afkomst.

Het vroegst bekende geschiedkundige feit dateert uit 1072, toen de Fula aan de zijde van de Almoravids streden tijdens hun succesvolle aanval op Ghana. De heersers van Ghana hadden al vele pogingen ondernomen om het welvarende Tekrur in te nemen. Door het verbond met de Almoravids hoopten de Fula hun onafhankelijkheid te kunnen behouden. Het mocht niet baten, Tekrur werd later ingelijfd bij Mali, zoals alle staten in die tijd.

Tekrur dankte haar welvaart aan de handel die ze, in samenwerking met diverse Berbervolkeren, via de Sahara met Noord-Afrikaanse landen dreef. De Ja-Ogo dynastie hield ongeveer 300 jaar stand, waarbij ze werd gedoogd als vazalstaat van Mali. Daarna werd ze overgenomen door een Mandinka-dynastie die bekend stond onder de naam Manna. Men gaat ervan uit dat één van de prinsen uit deze dynastie, War Jabi, zich als eerste bekeerde tot de islam. Velen volgden dit voorbeeld.

De levenswijze van de Fula als nomaden zorgde ervoor dat ze zich betrekkelijk snel over het westelijke gedeelte van Afrika verspreidden. Op veel plaatsen stichtten ze nederzettingen van waaruit een gedeelte van het volk weer verder trok als de groep te groot werd of het land onvoldoende opbracht om in het bestaan van allen te voorzien.

De Fula hebben altijd een geïsoleerd bestaan geleid. Er was nauwelijks vermenging met andere volkeren, hoewel hun taal in de loop van de eeuwen vele veranderingen onderging. Binnen de Fulagemeenschap worden maar liefst negen verschillende dialecten gesproken. Ze wijken zoveel van elkaar af dat de sprekers van de verschillende dialecten elkaar niet kunnen verstaan.

In 1512 werd opnieuw een Fularijk gesticht, ditmaal door Koli Tengella Bah (een naam die je in Gambia nog veel tegenkomt), een volksheld. Hij veranderde de naam van het rijk, Tekrur, weer in Futa Toro en koos als hoofdstad Silla. Na zijn dood in 1586 werd bepaald dat al zijn afstammelingen recht hadden op een koninklijke titel.

Geen wonder dat er enorm gemanipuleerd werd bij het aanwijzen van een nieuwe koning. Soms rouleerde het koningschap tussen diverse vorsten, maar het zal duidelijk zijn dat dat systeem niet werkte. Er werd een adviescollege ingesteld, een raad van wijze mannen, die moest bepalen wie de nieuwe koning zou worden. Meestal viel de keus op een nazaat met een niet al te sterk karakter, zodat het college de macht min of meer zélf kon uitoefenen.

Ook dit hield geen stand en het koninkrijk viel al snel uiteen. Aanvankelijk werd Futa Toro opgedeeld in twee koninkrijken, Futa en Toro, maar rond 1670 werd de staat, onder aanvoering van marabouts uit Mauretanië, geheel onder de voet gelopen. De Fula pakten hun zwervend bestaan weer op en verspreidden zich opnieuw over vele plaatsen in West-Afrika.

Ze hielden zich voornamelijk bezig met de handel in en het fokken van vee. Het was overigens niet alleen hun eigen vee waar ze de zorg voor hadden. Vele Fula waren verantwoordelijk voor de kudden van rijke Fula’s die zich ergens gevestigd hadden en het zwervende bestaan dat ze moesten leiden, noodzakelijk om voldoende voedsel voor het vee te vinden, eraan hadden gegeven.

De Fula kwamen, mét de volkeren in wiens landen ze woonden of waar ze doortrokken, aan het einde van de negentiende eeuw onder Frans of Brits bestuur te staan. In alle West-Afrikaanse staten wonen Fula. De grootste concentratie bevindt zich echter in het Senegambiagebied.

Gerelateerde onderwerpen

  • De Rastabeweging

    Rasta, ook in Gambia
    In Gambia zult u vele malen geconfronteerd worden met zg. Rasta’s, gemakkelijk herkenbaar aan hun haardracht, of aan de veelkleurige mutsen die ze vaak over hun...
  • Jola (Jolla)

    Jola, traditie en bijgeloof
    Men treft afstammelingen van de Jola langs vrijwel de gehele Atlantische kust van West-Afrika aan. In tegenstelling tot andere volkeren is van de Jola,...
  • Mandinka (Mandingo of Malinke)

    Mandinka, lange, bewogen geschiedenis
    De Mandinka vinden hun oorsprong in het oude keizerrijk Mali. Binnen dat keizerrijk bevond zich een land dat werd aangeduid als Kangaba of Manding. Mali maakte...
  • Voertaal

    Taalboekjes
    De officiële taal in Gambia is Engels. Het wordt gesproken in het parlement, bij de rechtspraak en bij alle officiële gebeurtenissen. De taal wordt op school...
  • Volkeren

    Jola dorp
     VolkerenIn Gambia leeft een vijftiental verschillende volkeren die tezamen ongeveer dertig verschillende talen spreken. Overal wordt Engels als voertaal...
  • Wolof (Wollof)

    Wolof, handelaren van huis uit
    Van de Wolof staat vast dat ze altijd in Afrika geleefd hebben. Hun geschiedenis is zeer oud en gaat terug tot omstreeks het jaar 600. De voorouders van de Wolof...