Mandinka (Mandingo of Malinke)

Mandinka, lange, bewogen geschiedenis
Mandinka, lange, bewogen geschiedenis

De Mandinka vinden hun oorsprong in het oude keizerrijk Mali. Binnen dat keizerrijk bevond zich een land dat werd aangeduid als Kangaba of Manding. Mali maakte weer deel uit van het oude Ghana, maar had zelfbestuur. Ghana werd ingenomen door de Almoravids in het jaar 1076, waarna Kangaba een onderdeel werd van het Susu-rijk.

De overheersing door de Susu duurde slechts kort. In het jaar 1235 werd Kangaba onafhankelijk onder haar eerste leider: Sundiata Keita. In de tijd dat Kangaba nog tot Mali behoorde, begonnen er al inwoners westwaarts te trekken, op zoek naar betere weidegronden voor hun vee. Zij vestigden zich in het huidige Senegambia en Guinea-Bissau. De oorspronkelijke bewoners van die gebieden, weinig in getal, leefden op zichzelf en het was dan ook niet moeilijk om daar gebieden te veroveren.

Onder Sundiata Keita kwam een grote volksverhuizing op gang. In zijn poging het Mandinkarijk uit te breiden, stuurde hij grote bevolkingsgroepen westwaarts. Eén van zijn generaals, Timarang, kreeg het bevel over een groep van 75.000 Kangabanezen, bestaande uit ambachtslieden, landbouwers, kooplieden en soldaten. Ook trokken er nakomelingen uit de koningshuizen mee met hun hofhouding en slaven.

In het westen kreeg de groep te maken met de legers van het Jolof keizerrijk. Deze werden met behulp van landgenoten die zich eerder in het gebied vestigden, verslagen en onderworpen. Ter plaatse ontstond het Kaabu-keizerrijk, als thuisland voor de Mandinka. De meeste van de oorspronkelijke bewoners die in staat waren om te vluchten, trokken uit het gebied weg en vestigden zich aan de Atlantische kust, onder andere in het huidige Gambia. Onder hen bevonden zich mensen die deel uitmaakten van een ander volk dat nog steeds in het gebied woont, de Jola.

Een naam die nog steeds in Gambia voorkomt, Sanneh, was in die tijd de belangrijkste Mandinka-familie. Reeds lang voor de komst van generaal Timarang waren zij naar het westen getrokken en ze staan dan ook bekend als de oudste Mandinka-familie in het gebied. Generaal Timarang trouwde één van de dochters uit de familie. De veroverde gebieden kwamen onder militaire bescherming te staan van zijn zonen en van andere generaals die de tocht meegemaakt hadden. Timarang zélf keerde terug naar Mali. Hij heeft het land echter nooit bereikt, hij stierf in de omgeving van het huidige Basse Santa Su.

Doordat afstammelingen van koninklijken bloede de trek naar het westen meemaakten en zich er vestigden, ontstonden binnen het Kaabu-keizerrijk (eigenlijk een satelliet-rijk van Mali) tientallen koninkrijkjes met evenzovele koningen en honderden prinsen en prinsessen. De meeste van die koninkrijkjes bleven afhankelijk. Een enkele, waaronder het koninkrijk Kombo, oorspronkelijk een Jolarijk, maar aan de Mandinka’s onderworpen, leidde een zelfstandig bestaan.

De Jola en Mandinka sloten een ‘eeuwig’ verbond, wat inhield dat men elkaar zou helpen, steunen en beschermen in voor- en tegenspoed. Het Kombo gebied is heden ten dage nog terug te vinden als het Kombo-St. Marygebied aan de Atlantische kust, westelijk van Banjul.

Rond 1860 kwam er een einde aan het Kaabu-keizerrijk. Het werd vernietigd door een ander volk, de Fula, die de Mandinka tot de islam wilden bekeren. Daarvoor trokken ze met een groot leger naar Kansala, de hoofdstad van het rijk. In een bloedige strijd werd de stad met de grond gelijkgemaakt. Alleen al aan Fula-zijde sneuvelden meer dan 30.000 strijders. De verdeeldheid in het gebied bleef groot als gevolg van deze godsdienststrijd.

Ook de Soninke-Marabout-oorlogen (een godsdienststrijd gedurende de tweede helft van de negentiende eeuw die gevoerd werd om ‘heidenen’ tot de islam te bekeren) holden de samenwerkingsmogelijkheden van de vele koninkrijkjes uit. De Britten zagen uiteindelijk kans om het verzwakte gebied onder Brits bestuur te brengen.

De Mandinka leven verspreid over een groot gebied in West-Afrika, hetgeen dus geschiedkundig eenvoudig te verklaren is. Men treft ze aan, behalve in het belangrijkste vestigingsgebied Senegambia, in Guinea, Guinea-Bissau, Mali en Nigeria.

Gerelateerde onderwerpen

  • De Rastabeweging

    Rasta, ook in Gambia
    In Gambia zult u vele malen geconfronteerd worden met zg. Rasta’s, gemakkelijk herkenbaar aan hun haardracht, of aan de veelkleurige mutsen die ze vaak over hun...
  • Fula (Fullah, Fulani, Fulbe of Peul)

    Trditioneel roundhouse
    Niemand weet precies waar ze vandaan komen. De Fula zélf claimen dat hun voorouders blanken waren. Vast staat dat hun oorsprong niet in Afrika ligt. Aan hun...
  • Jola (Jolla)

    Jola, traditie en bijgeloof
    Men treft afstammelingen van de Jola langs vrijwel de gehele Atlantische kust van West-Afrika aan. In tegenstelling tot andere volkeren is van de Jola,...
  • Voertaal

    Taalboekjes
    De officiële taal in Gambia is Engels. Het wordt gesproken in het parlement, bij de rechtspraak en bij alle officiële gebeurtenissen. De taal wordt op school...
  • Volkeren

    Jola dorp
     VolkerenIn Gambia leeft een vijftiental verschillende volkeren die tezamen ongeveer dertig verschillende talen spreken. Overal wordt Engels als voertaal...
  • Wolof (Wollof)

    Wolof, handelaren van huis uit
    Van de Wolof staat vast dat ze altijd in Afrika geleefd hebben. Hun geschiedenis is zeer oud en gaat terug tot omstreeks het jaar 600. De voorouders van de Wolof...