Gavrilo Princip en de Eerste Wereldoorlog

Historicus Misha Glenny (zie leestips) vermeldt dat er in de periode 1900-1913 over de hele wereld veertig staatshoofden, politici en diplomaten de dood vonden door een aanslag. Achtentwintig van die veertig liquidaties werden in Europa uitgevoerd.

De overal om zich heen woekerende haarden van koningsmoordenaars verontrustten de leiders van het multiculturele Habsburgse rijk en het Osmaanse rijk. Bij de Oostenrijkse keizer Franz Josef (1830-1916) vlogen de kogels letterlijk om de oren, zoals in 1882 toen de Italiaan Gugliemo Oberdank in Triëst een mislukte aanslag pleegde. In Wenen bereikten Franz Josef later de berichten van dramatische moorden zoals op zijn broer Maximiliaan in Mexico en zijn vrouw Elisabeth (“Sissi”) in Italië. Nadat in 1912 een mislukte aanslag was gepleegd op de Kroatische gouverneur Cuvaj, legde de dader Luka Jukic aan de rechter uit: “Oostenrijk-Hongarije is de beste school voor liquidaties”.

De annexatie van Bosnië door de Oostenrijkers in 1908 was voor veel Serviërs een daad van agressie. De totstandkoming van één Joegoslavië of eventueel een groot-Servië werd danig geblokkeerd door deze Habsburgse move. De jonge student Gavrilo Princip (1894-1918) uit Sarajevo was één van de vele pleitbezorgers van een eenheidsstaat op de Balkan. Als zoon van eenvoudige Servische boeren op het Bosnische platteland had hij zich ontwikkeld tot een geletterde revolutionair.

In die periode waren de meeste scholen in het bezettte Bosnië broeinesten van verzet. De Habsburgse autoriteiten hadden daarom extra wetten uitgevaardigd om de jeugd in toom te houden. Zo werd de achtienjarige Gavrilo Princip vanwege deelname aan een demonstratie in 1912 van het gymnasium in Sarajevo verwijderd. Hij besloot om naar het autonome buurland Servië te gaan en zich als vrijwilliger aan te melden bij het leger om samen met Grieken en Bulgaren tegen het Osmaanse rijk te vechten. Daar eenmaal aangekomen werd hij zowel bij de militaire als paramilitaire strijdtroepen afgewezen. Hij was te klein en te zwak bevonden.

Aangezien Gavrilo Princip als Bosnische jongen in het onafhankelijke Servië weinig te doen had behalve vechten, sloot hij zich maar aan bij revolutionaire bewegingen in de hoofdstad Belgrado. Hij zag een rol voor zichzelf weggelegd in de bevrijding van Bosnië van de Habsburgers. De overwinningen van Servië in de Balkanoorlogen van 1912 en 1913 maakten de roep luider om Bosnië los te rukken van het Habsburgse rijk en in te lijven bij Servië. Fanatiek nationalistische Serviërs in Bosnië verenigden zich in organisaties, zoals Narodna odbrana (Nationale Verdediging) en Mlada Bosna (Jong Bosnië).

Ondertussen leerde Gavrilo Princip in Belgradose cafés de officieren van het leger kennen die ook verantwoordelijk waren geweest voor de moord op het koningsechtpaar in 1903. De officieren waren georganiseerd in de geheime organisatie Ujedinje ili Smrt (Eenheid of dood), ook wel Crna Ruka (Zwarte hand) genoemd.

Uitgerekend op 28 juni 1914 – een belangrijke datum voor Servische nationalisten, omdat op die dag de slag op het Merelveld in Kosovo tegen de Turken in 1389 herdacht wordt – besloot de Oostenrijkse troonopvolger Franz Ferdinand Sarajevo te bezoeken. Waarschuwingen dat dit door de Serviërs als een ongehoorde provocatie zou worden opgevat, sloeg hij in de wind. Langs de route die de limousine van de aartshertog en zijn vrouw de hertogin van Hohenberg zou volgen stonden zes leden van Mlada Bosna, inclusief Gavrilo Princip, opgesteld met bommen of pistolen. Vijf van hen durfden niet te schieten of kregen niet de gelegenheid, één – Nedeljko Wabrinovic – gooide een bom die op de achterkant van de auto van Franz Ferdinand afging en verwondde de officieren in de auto daarachter.

Gavrilo Princip, die elders stond opgesteld, had de ontploffing gehoord. Hij meende dat de moord al gepleegd was. Des te verbaasder was hij, toen hij luttele uren later uit een café kwam en daar een limousine zag stilstaan, vlakbij, met daarin de hertog en zijn vrouw. Princip twijfelde geen seconde, legde aan, en schoot het echtpaar dood.

Voor Franz Josef en zijn hof was het verlies van zijn kroonprins een groot verlies. Het was vanzelfsprekend dat hij actie moest ondernemen. Hoewel er geen sluitend bewijs was voor de samenwerking tussen Servische politici en de jonge Bosnisch-Servische student Gavrilo Princip, was het vermoeden genoeg om zijn woede op Belgrado te richten. Princips terreurdaad groeide uit tot een casus belli. Een maand na de aanslag verklaarde Oostenrijk-Hongarije de oorlog aan Servië – het begin van de Eerste Wereldoorlog.

Gerelateerde onderwerpen