Europese ontdekkers

De Canarische Eilanden staan voor het eerst vermeld op een kaart uit 1341, genoteerd door deelnemers van een Portugees-Italiaanse expeditie. Daarmee begint de officiële geschiedenis van het eilandenrijk.

Al vanaf het eerste contact met de Europeanen werden leden van de oorspronkelijke bevolking door ronselaars als slaaf verkocht. De lichtgekleurde, stevig gebouwde eilanders brachten op de slavenmarkten van Noord-Afrika en Zuid-Europa een goede prijs op. De belangstelling van Europa voor de strategisch gelegen eilanden was hiermee gewekt. Vooral de twee grote zeevaartnaties Spanje en Portugal hadden hun zinnen erop gezet.

Zeker is dat Lanzarote en Fuerteventura in 1402 bezet werden door een Normandische expeditie onder leiding van Jean de Bethencourt en Gadifer de la Salle. El Hierro en La Gomera volgden niet veel later. Pogingen van De Bethencourt om, gesteund door het Castilliaanse koningshuis én met zegen van de paus, de overige drie eilanden te bezetten mislukten, het verzet was daar te groot. Op Gran Canaria kreeg hij dus geen voet aan de grond.