Gran Canaria's middelen van bestaan

Gran Canaria heeft de meest gediversifieerde economie van alle Canarische eilanden. Na het toerisme is de bouwsector het grootst, gevolgd door scheepsbouw.

Het belang van de visserij neemt af. Las Palmas had lang de grootste vissershaven van de regio waarbij duizenden mensen werkten op vissersboten of in visverwerkingsfabrieken. Veel van deze fabrieken zijn de afgelopen tijd echter verplaatst naar lagelonenlanden in Afrika. Overbevissing van consumptievissen rond Gran Canaria noodzaakte de vissers hun werkterrein te verleggen naar de kust van Afrika waar de visgronden nog rijk zijn. Viskwekerijen zijn in opkomst.

Tomaten, bananen en aardappels vormen belangrijke exportproducten en worden verscheept naar Europa en de Verenigde Staten. Nu ook deze handel te lijden heeft van concurrentie uit andere landen (vooral Marokko) zijn veel boeren overgestapt op snijbloemen en potplanten en is de wijnbouw nieuw leven ingeblazen. Andere fruit- en groentesoorten, katoen, suikerriet en koffie worden voornamelijk verbouwd voor eigen gebruik.

Veeteelt (geiten en schapen) heeft op Gran Canaria een ondergeschikte rol en is altijd kleinschalig. Rundvlees, boter en koeienmelk worden geïmporteerd.