Akureyri – Myvatn (ReykjahlÍd)

De afstand bedraagt 137 km en de reistijd ongeveer 4 uur, inclusief de fotostops. Akureyri, Net ten noorden van het vliegveld wordt de Eyjafjördur overgestoken, waarna u eerst een stukje naar het noorden rijdt. Na 18 km buigt de ringweg af naar het oosten, maar een mooiere route is rechtdoor over de [83] om een bezoek te brengen aan Laufás, 11 km van de ringweg ligt dit dorpje met een pastorie, een kerk uit 1865 en een volksmuseum. Ook is er een oude turfboerderij te bezichtigen, die onder de IJslandse ‘monumentenzorg’ valt. Dalsmynni, Een door de Fnjóská uitgesleten dal, met aan beide zijden bergen, die 800-1000 m boven de weg uittorenen. Er komen regelmatig landverschuivingen en lawines voor. De meeste boerderijen in het dal zijn dan ook verlaten. Vlak naast de weg staat een grote ‘rettir’, een verzamelplaats waar in de herfst de schapen bijeengedreven en gesorteerd worden. De laatste 6 km ligt de weg parallel aan de ringweg en samen voeren ze door Fnjóskadalur Een beboste vallei, waar zuivere geologische overblijfselen uit de ijstijd en later te zien zijn. Steile bergen en met grind bezaaide hellingen dateren uit de ijstijd, toen dit dal nog een meer was. De Fnjóská is uitstekend geschikt om in te vissen. Ringweg, Vaglaskógur, Ten zuiden van de weg ligt het op een na grootste en mooiste bos van IJsland. Er staat een houtvestersstation en in het bos ligt een aantal campings. De [833] en [836] voeren langs de rivier Fnjóská, die voor de watervoorziening van deze bossen verantwoordelijk is. De hoogste bomen zijn met 12-13 m voor IJslandse begrippen enorm groot. Vooral bij mooi weer is een wandeling aan te bevelen. Afslag [85] naar HúsaVík, Omdat de route naar Myvatn nogal kort is, zijn er wat aanvullende mogelijkheden. Zo kan een van de routes in de omgeving van Myvatn gereden worden, maar ook kan op dit moment begonnen worden met de Tjörnes-route. HúsaVík ligt hier 44 km vandaan en wanneer u via deze route naar Myvatn rijdt, dan is de totaal te rijden afstand vanaf Akureyri ongeveer 300 km. U moet dan echter wel rekenen op een lange dag van ca. 10 uur. Godafoss, Een van IJslands mooiste en befaamdste watervallen, deze ‘Waterval der Goden’. Hij is slechts 12 m hoog en ligt in de gletsjerrivier Skjálfandafljót en dankt zijn naam aan de afgodsbeelden die de president van het Althing (het IJslandse parlement) hier rond het jaar 1000 in het water zou hebben gegooid. Op deze manier wist de alom gerespecteerde Thorgeir de Wetgever een burgeroorlog tussen aanhangers van Odin en Christus te voorkomen. Afslag [846] naar Laugar, Vlak bij de ringweg, in het Reykjadalur, ligt deze 120 inwoners tellende plaats in een gebied met thermische bronnen. Het dorp heeft een school, garage, bank, postkantoor, hotel, bibliotheek en een boekhandel. Er is een overvloed aan accommodaties in zowel het zomerhotel als in de omliggende boerderijen. Het is een prima uitvalsbasis om de meeste toeristische attracties van het noorden te bezoeken: Laugar ligt 30 km van Myvatn, 12 km van de Godafoss, 40 km van de Aldeyjarfoss [F26], 14 km van de kerk en het volksmuseum van Grenjadarstadur [854], 35 km van Vaglaskógur [836], 40 km van HúsaVík [85] en 60 km van Akureyri. Er zijn veel mogelijkheden voor eendaagse excursies, zoals de tochten naar de Herdubreidarlindir, Askja en Kverkfjöll. Ook kunnen er tochten gemaakt worden naar Myvatn, Dettifoss, Ásbyrgi en het nationale park in de Jökulsárgljúfur canyon, het schiereiland Tjörnes en de vissersplaats HúsaVík. Laxá, Een van de grootste door bronnen gevoede rivieren. Om het wegstromen van water uit Myvatn te controleren zijn er dammen in gebouwd. Nadat de Kráká, Sortulaekur en Helluvadsá zich bij de Laxá hebben gevoegd stroomt deze visrijke en snelstromende rivier over 2300 jaar oude lava door het nauwe dal Laxárdalur. Dit dal is uitermate rijk aan vegetatie en door de vele larven op de rivierbodem zijn er veel vogels en meerforellen. Uiteindelijk stroomt zij via een waterkrachtstation en de vallei Adaldalur in de Noordelijke IJszee. Myvatn, De rest van de route voert langs een van IJslands grootste meren (36,5 km2) op 278 m boven zeeniveau. Letterlijk vertaald bete-kent deze plaats ‘muggenmeer’. Het dankt deze naam aan de 35 soorten muggen die hier leven. Maar het is meer een paradijs voor geologen, natuur- en vogelliefhebbers, want de muggen verlaten zelden het water en steken eigenlijk nooit. Het is aan te raden in juni/juli een vliegennetje bij de hand te hebben, omdat je in dit gebied soms last kan hebben van enorme hoeveelheden vliegjes die continue om je hoofd cirkelen. Het gemiddeld 2 m diepe meer ligt bezaaid met groene eilandjes en is 3500 jaar geleden ontstaan. Door de lavavelden is er een natuurlijke dijkvorming ontstaan, waardoor het meer ontstond. Vandaar dat het ook zo ondiep is en daarom een ideaal gebied voor allerlei soorten eenden, die overal in het meer naar de bodem kunnen duiken om daar gras en ander voedsel vandaan te halen. Het is het meest door toeristen bezochte gebied vanwege de vele vulkanische trekpleisters, zoals geothermische velden, enorm uitgestrekte lavavelden, solfatarvelden, verse lava, vulkanen, lavagrotten, pseudokraters, immense explosiekraters, warme meertjes, dampende en sissende zwavel- en modderpoelen (vroeger ‘heksenpotten’ genoemd), bizarre lavaformaties, kraterrijen en nog véél meer. Er zijn diverse vormen van actief vulkanisme en het gebied wordt dan ook door wetenschappers nauwkeurig in de gaten gehouden, aangezien men hier ‘grote’ dingen verwacht. In het district liggen o.a. Dimmuborgir, Námafjall, Grjótagjá en Jardbadshólar. Het natuurlijke warme water heeft van de streek rond Myvatn het vruchtbaarste landbouwgebied van IJsland gemaakt, ondanks de zo noordelijke ligging dicht bij de poolcirkel. Deze rijke vegetatie is gezien de bijzondere groei-omstandigheden zeer interes-sant te noemen en heeft ook een rijke fauna tot gevolg, waardoor het een ideaal gebied is voor de vogelliefhebber. Men vindt hier IJslands grootste verscheidenheid aan vogelsoorten. Het is Europa’s belangrijkste eendenbroedplaats: zo’n 14 soorten zijn hier vertegenwoordigd, waaronder de harlekijneend en de IJslandse brilduiker. Het is het broedgebied van de toppereend, wintertaling, kuifeend, zwarte zee-eend, krakeend, tafeleend en de grauwe franjepoot. Volgens de saga’s zou hier ook het hol van Kráka (vertaald: kraai), de reusachtige vrouwtjestrol liggen. Door een speciale wet werd in 1974 het gehele Myvatn-gebied, samen met een 200 m lang deel van de oevers van de Laxá tot een beschermd gebied verklaard. Dit had tot doel de natuurlijke omgeving van dit gebied te behouden en om onderzoekingen te ondersteunen. De grenzen van het gebied zijn gemarkeerd. Een lijst van geboden staat op pag. 75. Skútustadir, Pseudokraters die 2000 jaar geleden geformeerd zijn en waarvan er een aantal helaas gedeeltelijk zijn afgegraven. De grootste is echter Vindbelgur aan de [848]. Er is een uitgebreide coffeeshop, een benzinestation en een winkeltje waar muggennetjes (schaf er een aan, het kan écht nodig zijn) te koop zijn. Kálfastrandarklasar, Vreemd gevormde lava-sculpturen (Klasar) van Kálfaströnd, ontstaan door een spleeteruptie, die ongeveer 100 jaar voor Christus plaatsvond. De hier aanwezige korstmossen zijn zeer kleurrijk. Afslag [884] naar Dimmuborgir, Een landschap van ruige rotspunten en lavaformaties. Een uitgebreide beschrijving staat bij de Myvatn-route op pag. 272. Afslag naar Hverfjall, Een immense explosiekrater. Een uitgebreide beschrijving staat bij de Myvatn-route op pag. 272. Reykjahlíd, Het enige dorp rond Myvatn heeft 220 inwoners. Het is pas gedurende de afgelopen decennia ontstaan, voor een deel rond een diatomietfabriek, maar ook als toeristenservice, zowel uit het buitenland als uit eigen land. Er staan 2 hotels: hotel Reynihlíd met 41 kamers met douche, toilet, telefoon en radio. Dit hotel is van Pasen tot oktober geopend. Buiten die tijden soms op verzoek! Aan het meer staat hotel Reykjahlíd met 12 kamers. Ten noorden van hotel Reynihlíd is een uitgebreide camping met volledige sanitaire faciliteiten, een sportveld, parkeerterrein voor campers, elektriciteit, accommodaties in chalets en appartementen. Er kan gebruikgemaakt worden van bedden met linnengoed of van de slaapzakaccommodatie. Er zijn mogelijkheden om zelf het eten te bereiden, een barbecue, een conversatiezaal en faciliteiten om kleding te wassen. Ook aan het meer is een populaire camping, behorend bij pension Eldá, met slaapzakaccommodatie en ‘bed and breakfast’. Bij Eldá zijn visvergunningen te koop, kunnen lichte roeiboten worden gehuurd en worden er dagelijks paardrijtochten georganiseerd. Naast de drukste (!) kruising van het dorp staat een aantal houten gebouwtjes, de markt. Hier worden wollen kleding en souvenirs verkocht. Aan de overkant van de weg is heerlijk softijs te koop! Ten oosten van het dorp ligt een openluchtzwembad met de onvermijdelijke hotspots. 100 m ten zuiden van de stad ligt Stóragjá, een warmwatergrot met een hoog gehalte aan bacteriën, waardoor baden wordt afgeraden. De busmaatschappij Jón Árni Sigfússon heeft van eind juni tot eind augustus een aantal excursies op het programma staan, die vanaf hotel Reynihlíd vertrekken en waarbij een gids aanwezig is. Hieronder is een 11 à 12 uur durende excursie naar de bergen Askja en Herdubreid, die bijna dagelijks om 08.00 uur vertrekt. Neem vanwege de hoogte extra warme kleding mee en draag uiteraard goede bergschoenen. Een andere excursie is er een van 4 à 5 uur naar de diepe kloof Seljahjallagil, met de kraterrij Lúdentborgir en de berg Lúdent, ten zuidoosten van Myvatn. Deze tocht vertrekt dagelijks om 09.00 uur. Verder is er een 9 à 10 uur durende excursie naar de Dettifoss, Ásbyrgi en Hljódaklettar, die bijna dagelijks om 08.30 uur vertrekt.