Andere trekpleisters in het oosten

De overige bezienswaardigheden aan de oostkust worden genoemd vanaf de noordkant in zuidelijke richting. Het is niet als route beschreven, de meeste plaatsen kunnen vanaf de ringweg worden bereikt of liggen aan de [92] en [96]. Bakkagerdi, Een klein plaatsje met 200 inwoners, dat ook wel eens Borgarfjördur genoemd wordt, naar de gelijknamige fjord. Visserij en landbouw vormen de belangrijkste bron van inkomsten. Het fjordengebied is vermaard om zijn prachtige landschap en om zijn verscheidenheid aan zeldzame stenen en mineralen. In het beroemde Atelier Álfasteinn (elfenrots) maakt men souvenirs van deze stenen en mineralen. Ook daarom is het al een geliefde plaats voor bezoekers. Maar ik wil er nogmaals op wijzen dat het verboden is om waar dan ook stenen en mineralen te verplaatsen, te verzamelen of mee te nemen. De plaats heeft een rijke traditie van sprookjes en elfjes. Hele volksstammen van deze buitenaardse wezens wonen in de rotsen en heuvels van de fjord onder leiding van de elfenkoningin van IJsland. Vlak voor Bakkagerdi ligt de veelkleurige berg Dyrfjöll met zijn hellingen van tufsteen en ryoliet, die wegens zijn schoonheid al vele malen op foto’s is vastgelegd. De rug is ontstaan door vulkaanuitbarstingen en gletsjers. Een andere bijzonderheid van de berg is zijn tweelingtop van basalt, met een gat er tussenin, als een deuropening. Op de berghellingen ligt stóraurd, steenslag dat is ontstaan door een aardverschuiving van grote stenen, wat de wandelroutes interessant maakt. Ontelbare andere wandelroutes lopen vanaf Bakkagerdi naar de bergen of de omringende onbewoonde fjorden en valleien, zoals NjardVíkurskridur en Lodmundarfjördur. NjardVíkurskridur, Een steile helling aan de voet van de 610 m hoge Hádegisfjall, ten noorden van Bakkagerdi, die vroeger bedwongen moest worden door reizigers tussen Bakkagerdi en het dal van NjardVík. Er gebeurden regelmatig ongelukken op dit nauwe pad en de reizigers vielen vaak te pletter of kwamen om in lawines. Als schuldige werd Naddi aangewezen, een vreemd wezen: half mens en half beest. Hij zou de hellingen als jachtgebied hebben gebruikt. Toen de onhandelbare geest uiteindelijk tot rust kwam, werd op die plek een kruis neergezet met daarop het jaar 1306 en de Latijnse tekst ‘Effigem Christi qui transis pronus honora’ (Moge de reiziger veilig reizen op de IJslandse wegen). Reizigers hielden er stil om te bidden. Het kruis is vaak vervangen, maar heeft altijd dezelfde inscriptie gehouden. Tegenwoordig is de weg langs de hellingen breed en gemakkelijk te berijden. Hvítserkur, Een unieke 774 m hoge berg, bestaande uit ryoliet langs de Lodmundarfjardarleid tussen Bakkagerdi en Lodmundarfjördur. Lodmundarfjördur, Een 7 kilometer lange verlaten fjord, waaraan het guesthouse Stakkahlíd ligt. Hierin kunnen groepen tot twintig personen ondergebracht worden. Er is een slaapzakaccommodatie. Stakkahlíd is ook per boot vanaf Seydisfjördur te bereiken. Het gebied heeft weelderig bloeiende valleien dankzij de beschutte ligging tussen hoge bergen. De fjord is te voet bereikbaar vanaf de aangrenzende fjorden Borgarfjördur en Seydisfjördur. Het is een ideaal wandelgebied: er zijn prima wandelroutes langs de kust en naar de steden Seydisfjördur en Bakkagerdi. Seydisfjördur, Voor veel bezoekers is deze stad de eerste kennismaking met IJsland, omdat de veerboot via de Faerøer-eilanden (vanuit Scandinavië en Schotland) in deze charmante havenplaats binnenloopt. Het ligt halverwege de oostkust en kreeg in 1895 stadsrechten. De stad (860 inwoners) ligt aan de gelijknamige, 16 km lange fjord, die nogal bochtig is, zodat niet alleen het zicht op de oceaan verborgen is, maar de fjord ook een uitstekende bescherming biedt aan schepen, die in slecht weer terecht dreigen te komen. De handel startte in 1834 en de belangrijkste periode van groei en welvaart deed zich voor in het laatste deel van de 19e eeuw. Bij de voorlaatste eeuwwisseling bedroeg het aantal inwoners een zesde van Reykjavík en was de stad zonder meer de allergrootste van Oost-IJsland. Seydisfjördur heeft nog altijd veel prachtige houten huizen in een uit Noorwegen afkomstige stijl. De veerboot Norröna vaart wekelijks tussen Seydisfjördur, de Faerøer-eilanden, Noorwegen, Denemarken en de Shetlandeilanden. Wanneer de boot in de haven ligt, bezorgt dit de stad een drukke en internationale atmosfeer. De ringweg ligt op slechts 27 km afstand, bij Egilsstadir. Neskaupstadur, De grootste stad van Oost-IJsland met 1650 inwoners. Ze ligt op de noordelijke oever van de Nordfjördur. (De stad wordt daarom ook wel eens naar deze fjord genoemd.) Nadat in 1882 de handel startte begon er rond de voorlaatste eeuwwisseling een dorpje te ontstaan toen het zo’n 100 inwoners had. Het dorp groeide en bloeide vooral tot het midden van de jaren zestig, tijdens de jaren met veel haring. Nog steeds is de visserij de belangrijkste bron van inkomsten, al is er ook industrie en handelsverkeer. Er zijn plaatselijk zogenaamde visboerderijen, die in bassins vissen (vooral zalm) kweken. Veelbezocht zijn de vele interessante tentoonstellingen in het natuurhistorisch museum. Er is onder meer een permanente ten-toonstelling van diverse soorten stenen. De passagiersboot Anny vaart regelmatig naar het dichtbij gelegen Mjóifjördur. Ook kan er met een kleine boot een 2 uur durende excursie gemaakt worden door de kleine oostelijke fjorden, waar veel vogels op de kleurrijke rotsen nestelen, zoals de onbewoonde fjorden Hellisfjördur en Vidfjördur. De hoofdweg naar Neskaupstadur [92] voert over de hoogste (705 m) bergpas van IJsland, Oddsskard. Op een hoogte van 632 m is een 626 m lange tunnel gegraven, waar vooral het winterverkeer flink mee geholpen is. ’s Zomers is de weg eenvoudig te berijden en toont een schitterend uitzicht op de bergen en op de nabijgelegen plaatsen en fjorden Eskifjördur en Reydarfjördur. Bij de pas liggen skihellingen voor beginners, gevorderden en alle anderen die van wintersport houden. Als een van de andere vrijetijdsbestedingen mag een rustiek gelegen 9-holes golfbaan genoemd worden. Verder is er een groot buitenzwembad met jacuzzi’s en een gratis camping met faciliteiten. Dankzij de beschutte ligging is het weer in deze omgeving zeer vriendelijk. Een grote ramp deed zich voor in december 1974, toen een lawine een grote visverwerkende installatie en een aantal huizen vernietigde, waardoor 13 mensen het leven verloren. De kuststreek ten zuiden van de stad is een populair wandelgebied door de vele verlaten fjorden. Eskifjördur, Dit vissersdorp kreeg in 1974 stadsrechten. Het heeft 1050 inwoners en ligt zoals de meeste kustplaatsen aan de gelijknamige fjord. De handel begon aan het eind van de 18e eeuw. Net zo typerend als voor alle kustgemeentes, is ook Eskifjördur grotendeels afhankelijk van de visvangst, maar de plaatselijke koelinstallatie is in meer dan één opzicht ongewoon te noemen: de muren zijn verfraaid met wandschilderingen van de van oorsprong Catalaanse schilder Baltazar. Er zijn twee bedrijven die gedroogde vis (stokvis) produceren, een traditionele delicatesse, die ook bij bezoekers zeer in de smaak valt. In het 19e-eeuwse maritieme museum (aan de Strandgata) liggen veel relikwieën tentoongesteld, die de manier van leven toont in voorbije tijden. Ten westen van de stad ligt een uitstekende 9-holes golfbaan, in een rustige omgeving aan de voet van de Hólmatindur. Verder heeft de plaats (uiteraard) een zwembad. Net buiten de stad ligt aan de [954] Helgustadanáma, wat eens een van de grootste wingebieden was van IJslands spaat, een ruitvormig mineraal. De kaap Hólmanes, die Eskifjördur scheidt van de iets zuidelijker gelegen plaats Reydarfjördur, staat bekend om zijn mooie landschap, veelzijdige vegetatie en vogelleven, vooral aan de zuidkant van de kaap. Hólmanes is tegenwoordig een beschermd gebied, waar vele vogelsoorten huizen. De piek Hólmatindur steekt 985 m boven Hólmanes uit. Weliswaar wordt de berg door de plaatselijke bevolking bewonderd om zijn schoonheid, maar toch heeft deze berg een ‘donkere’ kant, omdat zijn aanwezigheid voor een belangrijk deel oorzaak is van de verminderde hoeveelheid zonlicht in de stad. De zon komt voor april niet boven de top uit en verdwijnt weer tegen het eind van september. Reydarfjördur, Deze 690 inwoners tellende kustplaats ligt, zoals veel kustplaatsen, aan een fjord met dezelfde naam. De fjord is 30 km lang en 7 km breed en is daarmee de grootste fjord van Oost-IJsland. Toen aan het eind van de 18e eeuw de handel in deze plaats begon, heette de gemeenschap nog Búdareyri, een naam die men soms nog wel eens tegenkomt. Aan het begin van de 20e eeuw kwam de stad tot ontwikkeling en groeide erg explosief na 1909, toen de hoofdweg Fagridalsvegur werd aangelegd, die vanaf Egilsstadir tot aan de stad voert. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Reydarfjördur een van de grootste geallieerde bases met 4000 militairen. Sinds kort staat er een oorlogsmuseum, waar een beeld geschetst wordt van de onrustige oorlogsperiode. De industrie en handel zijn de belangrijkste plaatselijke activiteiten, terwijl de stad ook de belangrijkste goederenhaven is voor de centrale Oostfjorden. Onder de gebruikelijke bezienswaardigheden in de stad vallen het vissen op zalm in een ‘vijver’ bij de camping en de warme bron aan het eind van de fjord. Aan het water liggen de resten van een oud kerkhof. Weg [96] naar Fáskrúdsfjördur is een stuk korter geworden sinds er een tunnel is gebouwd. De oude weg, nu de [955], voert langs de kust met uitzicht op de eilandjes Skrúdur en Andey. Fáskrúdsfjördur, De officiële, maar nauwelijks gebruikte naam van deze 700 inwoners tellende stad is Búdir. Het was een van de belangrijkste havens van de Franse vissers, die aan het eind van de 19e en begin 20e eeuw vanuit de Oostfjorden opereerden. De Fransen bouwden er een ziekenhuis, een kapel en een begraafplaats en mede daardoor hebben de twee landen altijd nauwe banden gehouden; er staan nog steeds verblijven voor Franse zeelieden. Fáskrúdsfjördur is tegenwoordig de zogenaamde tweelingstad van het Franse Gravelines. De meeste inwoners werken in de visindustrie. De belangrijkste bezienswaardigheden van het gebied zijn: Skrúdur, een immens en altijd groen 161 m hoog rotseiland met vele duizenden vogels, zoals papegaaiduikers en zeemeeuwen; een paradijs voor vogelaars. Boottochten naar Skrúdur worden geregeld vanuit de boerderij Vattarnes. Sandfell, een van de mooiste voorbeelden van een door intrusie ontstane ryolietberg, is een prachtige berg die deel uitmaakt van de centrale Reydarfjördur-vulkaan, en was voor het laatst actief in de tertiaire periode. Stödvarfjördur, Plaatsje met 290 inwoners aan de gelijknamige fjord in Oost-IJsland. Op sommige kaarten wordt de plaats ook wel Kirkjuból genoemd. Net als veel andere plaatsen werd ook Stödvarfjördur pas rond de voorlaatste eeuwwisseling gevormd. De belangrijkste industrie is de visserij en de meeste inwoners werken bij de plaatselijke vriesinstallatie. Er is ook enige vorm van handel, landbouw en dienstverlening voor het omliggende gebied. De plaats kenmerkt zich door de manier, waarop de huizen door plaatselijke artiesten zijn beschilderd. Net buiten de plaats ligt Saxa, een fluitend stoomgat, dat bij winderig weer water spuit. U kunt er genieten van een redelijk beroemde rotsformatie. Andere bezienswaardigheden zijn een grafische tentoonstelling en een uitgebreide collectie rotsstukjes, mineralen en fossielen. Het museum is in particuliere handen en is in vele jaren als een geliefde bezigheid door de eigenaresse, Petra Sveinsdóttir, en haar inmiddels overleden echtgenoot opgebouwd.