Bekende inwoners, uit verleden en heden

Een aantal bekende, beroemde, beruchte of geliefde IJslanders, in alfabetische volgorde: Eiríkur the Red (Erik de Rode) Deze Viking werd in 982 van IJsland verbannen en reisde niet naar het oosten, naar Noorwegen, maar hij richtte de steven van zijn ranke Vikingschip westwaarts, waar hij uiteindelijk een groene landstrook zag en zich gedurende drie jaar vestigde op het door hem Groenland genoemde land. Nadat hij op IJsland was teruggekeerd, leidde hij een groep van 450 kolonisten naar het nieuw ontdekte land. Deze kolonie bleef ongeveer 400 jaar op Groenland bestaan, totdat de kleine ijstijd (rond 1400) de temperaturen zo liet dalen, dat een verblijf op Groenland niet langer mogelijk was. Eiríkur was ook de schrijver van een saga over zijn zoon Leifur Eiríksson. Eyvindur De bekendste ‘outlaw’ uit de IJslandse historie, Fjalle-Eyvindur, verborg zich een tijdje in Ódádahraun (lavaveld van misdadigers), het half-legendarische oord waar asociale elementen graag een schuilplaats zochten. Eyvindur bracht er de winter door in een hutje, dat hij bij een stroompje aan de voet van de kale, eenzame Herdubreid had gebouwd. De nokbalk bestond uit de wervelkolom van een paard en het dak uit buntgras. Twintig jaar zou Eyvindur, samen met zijn wispelturige en onhandelbare vrouw Halla, in het hoogland hebben doorgebracht, getuige de namen Eyvindarkofi (hut), Eyvindarkofaver (basishut), Eyvindarsand en Eyvindarkelda (moeras). Halla zou in Hveravellir (tussen de Hofsjökull en de Langjökull) gestolen schapen gekookt hebben. Eyvindur had diefachtige neigingen, maar een moordenaar was hij niet. Hij was een vaardig ambachtsman, had een rustig karakter en was misschien niet al te snugger: tijdens een rechtszaak in 1765 werd van hem gezegd dat hij graag halfluid voor zich uit zat te zingen, maar ‘dat bijna alle baladeteksten foutief waren’. Er wordt gezegd dat een oude vrouw hem vervloekte, toen zij hem bij een diefstal op heterdaad had betrapt – hij zou tot aan zijn dood toe een dief blijven. Toen haar later werd gevraagd de vervloeking ongedaan te maken, zei ze dat dat onmogelijk was; wel kon ze die verzachten, door eraan toe te voegen dat Eyvindur nooit gearresteerd zou worden. Dat laatste kwam niet helemaal uit, al eindigde zijn leven dan niet aan de galg, zoals een diefjesmaat van hem, die bij Hveravellir door woedende schapenboeren werd opgehangen. Eyvindur beheerste de ‘handahlaup’, een manier van voortbewegen, waardoor hij zijn achtervolgers steeds te snel af was. In een Engelstalig boekje met IJslandse volksverhalen (in Reykjavík uitgegeven) wordt handahlaup met ‘hand-running’ vertaald, een uitdrukking die niet in Engelse woordenboeken voorkomt. Liep hij op zijn handen? En liep hij zo iedereen eruit? Hij kon vreselijk hard lopen, maar als hij op hand-running overschakelde, dan liep hij zelfs een renpaard voorbij… Halldór Kiljan Laxness IJslands bekendste schrijver, die ooit winnaar van de Nobelprijs was en woonde op Laxnes, het schiereiland der zalmen. Zijn witte huis, hoog op de rotsen is nog steeds te zien. Ingólfur Arnarson Deze Noorse Viking was de eerste permanente bewoner en arriveerde in 874 op IJsland. Volgens oud Noors gebruik heeft hij twee balken overboord gegooid op het moment dat hij land in zicht kreeg. Daar waar de goden ze aan land spoelden, heeft hij zich definitief gevestigd. Hij noemde deze plaats Reykjavík, uiteraard zonder te weten dat dit later de hoofdstad van het land zou worden. Jón Sigurdsson Vrijheidsstrijder, geboren op 17 juni 1811 in Hrafnseyri, gestorven in 1879. Zijn geboortedag is IJslands nationale feestdag en onafhankelijkheidsdag. Jón Sveinsson (Nonni) Deze auteur werd op 16 november 1857 in Mödruvellir in het Hörgárdalur geboren en groeide daar op tot zijn zevende levensjaar. Zijn ouders waren zeer gerespecteerde mensen en gaven hun kinderen een goede, christelijke opvoeding. In 1865 verhuisde het gezin naar Akureyri, waar zijn vader 4 jaar later overleed. Het waren moeilijke tijden en het werd te veel voor de weduwe om niet alleen zichzelf, maar ook de kinderen te onderhouden. Nonni ging dan ook in 1870 op twaalfjarige leeftijd het huis uit, toen een Fransman voorstelde zijn opleiding in Frankrijk te betalen. Vanwege de in Europa woedende oorlog verbleef Nonni eerst een jaar in Denemarken, alwaar hij het rooms-katholieke geloof aannam voordat hij naar Frankrijk vertrok om te gaan studeren aan de Latijnse school in Amiens. In 1873 kwam ook zijn jongere broer Armann, die ook wel Manni werd genoemd, naar Amiens en begon zijn studie op dezelfde school als Nonni. Manni stierf echter al op de jonge leeftijd van 23 jaar. Nonni maakte zijn opleiding aan de Latijnse school af en werd in 1878 lid van de orde der jezuïeten. Hij vervolgde zijn studie aan diverse universiteiten in Frankrijk, België en Nederland in literatuur, filosofie en theologie. In 1883 werd hij leraar aan de katholieke school in het Deense Ordrup, voordat hij van 1888 tot 1892 in Engeland theologie ging studeren. Nonni werd daar in 1891 anglicaans geestelijke, maar keerde terug naar Ordrup, waar hij 20 jaar lang werkte als leraar, maar tevens als een soort missionaris. Door ziekte stopte hij in 1912 met lesgeven en begon met het schrijven van kinderboeken en het geven van lezingen over IJsland over de gehele aardbol. In totaal heeft Nonni zo’n 5000 lezingen gegeven. Ondanks zijn vele werk in het buitenland, vergat hij zijn vaderland nooit. In 1894 bezocht hij IJsland en opnieuw in 1930, toen hij werd uitgenodigd door het IJslandse parlement ter gelegenheid van de viering van het 1000-jarige Althing. Tijdens dit bezoek werd hij uitgeroepen tot ereburger van Akureyri. De meeste boeken schreef Nonni in het Duits. Zijn eerste boek werd in 1906 uitgegeven en al zijn 12 boeken werden in 40 talen vertaald. Hij stierf in Keulen op 16 oktober 1944, bijna 87 jaar oud, en werd daar op het Melaten-kerkhof begraven. Jörgen Jörgensen Eind juni 1809 kwam een Brits koopvaardijschip op IJsland aan, met aan boord de Deense avonturier Jörgen Jörgensen. Op 25 juni riep hij zichzelf uit tot koning van IJsland. Zelf zei hij, dat het een tijdelijke maatregel betrof, omdat hij het volgend jaar van IJsland een republiek wilde maken. Jörgensen reisde naar het noorden om te proberen de plaatselijke ambtenaren voor zich te winnen, maar werd met gemengde gevoelens ontvangen. In augustus arriveerde een Britse oorlogsbodem, die een einde aan zijn heerschappij maakte. De zeggenschap werd weer aan de plaatselijke autoriteiten overgedragen en de voormalige koning werd oneervol afgevoerd naar Australië, waar hij in 1841 in een gevangenis overleed. Leifur Eiríksson Leifur werd in het district Dalasysla geboren. Het meest bekend is hij natuurlijk als ontdekker van Amerika. Volgens een saga kwam dat, omdat zijn vader (Eiríkur the Red) in 986 het verhaal aanhoorde van de Noorse handelaar Bjarni Herjolfsson, die in dichte mist navigatieproblemen kreeg, in zuidelijke richting afdreef en besefte dat hij Groenland voorbij gevaren moest zijn. Toen de mist was opgetrokken ontdekte hij voor zich een groen beboste kustlijn, die op geen enkele kaart stond aangegeven. Nadat hij weer in noordelijke richting voer, bereikte hij de Groenlandse kust en kon zich alsnog bij de kolonisten voegen. Dezen hadden veel belangstelling voor zijn verhaal, want hout was op het kale Groenland niet veel aanwezig. Pas in 1001 besloten de kolonisten een expeditie naar dit onbekende land te sturen. De zoon van Eiríkur werd hiermee belast en vertrok met 25 andere kolonisten naar het onbekende land. Leifur vond inderdaad dit land en noemde het Vínland (Wijnland), omdat hier druiven en koren in het wild groeiden. Ze overwinterden en kwamen in het voorjaar in Groenland terug met juichende verhalen over het milde klimaat. De plaats waar ze in Vínland aan land kwamen, is zonder twijfel Newfoundland geweest, waar in het plaatsje L’anse aux Meadows resten zijn gevonden van een aantal oude huizen, die sterk doen denken aan de fundamenten van Noorse huizen. Ook gevonden relikwieën bewijzen onomstotelijk, dat niet Columbus, maar 500 jaar eerder Leifur Eiríksson Amerika heeft ontdekt. Een beeltenis van deze stoere Viking staat voor de Hallgrímskirkja in Reykjavík. Sigurjón Ólafsson Beeldhouwer, die in 1969 de opdracht kreeg een monument te maken die de oprichting van de republiek moest uitbeelden. Het werd Íslandsmerki (Symbolen van IJsland). Dit beeld werd in 1977 geplaatst op het plein Hagatorg in Reykjavík. Het naar hem genoemde museum staat op Laugarnestangi 70. Snorri Sturluson De Shakespeare van IJsland, dichter, historicus en politicus leefde van 1179 tot 1241. Hij werd vooral bekend als schrijver van de Edda (de zogenaamde Snorra-Edda, waarin de Germaanse geloofswereld wordt uitgebeeld) en de Heimskringla (waarin de levensloop van enkele Noorse koningen wordt beschreven). Van zijn hand komt ook een uniek en zeer compleet leerboek voor dichters. Hierin geeft hij een systematische uiteenzetting van de Noord-Germaanse godenleer en een uitvoerige beschrijving van de dichtvormen kenning en heiti. Deze dichtvormen werden veel gebruikt door de hofdichters (skalden, want ‘skáld’ betekent dichter) van de Noorse koningen uit die tijd. Deze hofdichters waren veelal IJslanders. Snorri werd in Dalasysla geboren en heeft onder andere in Reykholt gewoond, waar men zijn door een warme bron gevoede bad nog steeds kan bekijken. In de tunnel, die leidde van zijn huis naar het bad werd hij door de Noorse machthebbers vermoord, omdat hij te veel macht kreeg door met meerdere dochters van boeren uit de omgeving te trouwen. De Noren beschouwen hem tegenwoordig als Noor en hebben spijt van hun misdaad, omdat de Heimskringla de enige bron is over de geschiedenis van de Noorse koningen. Helaas voor hen was Snorri een echte IJslander. Voor bezoekers uit Noorwegen geldt Reykholt als hun heiligdom en is een verplichte bezienswaardigheid geworden. Thorgeir de Wetgever Rond het jaar 1000 begon men te twisten over het opkomende christendom. Het ene deel van de bevolking zei: ‘Daar hebben we niets aan, daar moeten we niets van hebben’ en zij wilden hun heidense goden blijven aanbidden. Het andere deel zag wel wat in het christendom. Dat was een probleem, dat snel opgelost moest worden. Maar niemand wilde er een uitspraak over doen. Uiteindelijk kreeg één persoon de volgende opdracht: ‘Jij moet de oplossing gaan bedenken en wat jij besluit doen we’. Deze persoon was Thorgeir de Wetgever, de president van het Althing. Beide partijen besloten zich onvoorwaardelijk aan de uitspraak van Thorgeir te houden. Nu waren beide partijen verlost van het probleem en was Thorgeir ermee opgezadeld. Na een nacht flink doordenken had hij dé oplossing gevonden. Zijn redenatie had veel weg van een Salomonsoordeel en bestond uit 2 simpele regels: Buitenshuis doen we aan het christendom, binnenshuis houden we het gewoon heidens. Door beide partijen werd dit inderdaad geaccepteerd en zo is het op dit moment nog steeds. Thorgeir zwoer wel zelf het heidendom af, want hij gooide eigenhandig zijn afgodsbeelden in de waterval en zo kwam een van IJslands watervallen aan zijn naam: Godafoss (‘Waterval der goden’) en werd het christendom tot volksgodsdienst aangenomen. Op deze manier wist deze alom gerespecteerde Thorgeir de Wetgever een burgeroorlog tussen aanhangers van Odin en die van Christus te voorkomen.