Borgernes: een rondrit over Snaefellsnes naar de Snaefell

Het schiereiland Snaefellsnes is bekend van de 7 wereldwonderen van Jules Verne. Ook zijn er imposante vogelkliffen met vele vogelsoorten aan de spannende kustlijn te vinden. En natuurlijk de gletsjer Snaefells-jökull, enige dode vulkanen, oude kraters, minerale bronnen, lavagrotten en zelfs enige zandstranden. Vergeet geen bezoek te brengen aan SkardsVík (mooie inham), de krater Eldborg, de rotsformaties van Lóndrangar, de grot van Hellnar, het meer Baulárvallavatn, de waterval Svödufoss en de bergen Helgafell, Kirkjufell, Drápuhlídarfjall (opmerkelijk kleurrijk) en Fagraskógarfjall. Het wordt dan ook wel hoogdravend, maar terecht, ‘IJsland in een notendop’ genoemd.

De afstand bedraagt 352 km en de reistijd ongeveer 10 uur.

Borgarnes

Even ten noorden van Borgarnes gaat u via de [54] naar het noordwesten, richting ÓlafsVík.

Afslag [55] door Hnappadalur

In dit gebied zijn eigenaardige kraterformaties te vinden, zoals de explosiekrater Gullborg, Raudamelskúlur, Raudhálsar en de 100 m hoge explosiekraters Eldborg [567], die middenin het Eldborgarhraun ligt. In de buurt van Gullborg liggen de pas in 1957 ontdekte grotten Gullborgarhellar. Een van de grotten bevat de grootste formatie stalactieten, die ooit op IJsland gevonden zijn. Na ca. 8 km op deze weg is een afslag naar de zuidkant van Hlídarvatn, waar u buiten het hoogseizoen in volledige stilte kunt overnachten.

Raudamelsölkelda

IJslands beroemdste en grootste minerale bron. Rij langs de unieke basaltkolommen van Gerduberg naar de P en loop de laatste 10 min. Neem een kopje mee, want natuurlijk mineraalwater zou genezende krachten hebben. De bron is de laatste jaren nogal wispelturig: het ene jaar is hij vol met heerlijk water, het andere jaar is hij modderig en vies of staat hij zelfs droog.

Ölkelda

Een eenvoudig te bereiken natuurlijke minerale bron in Stadarsveit. De nauwelijks een halve meter grote bron ligt aan het eind van een grindpad en is omgeven door tegels.

Afslag [572] naar Lysuhóll

Bij deze boerderij op 1 km van de weg ligt een minerale bron.

Afslag naar Búdir

Opvallend zwarte kerk met witte ramen. Hij staat aan de rand van het Búdadahraun met in het midden de 88 m hoge rots Búdaklettur. Hier verlaat u de [54] en wordt de kustweg [574] gevolgd.

Arnarstapi

Plaatsje met een bijzondere kust door de aanwezigheid van basaltrotsen en bizarre kliffen, die u absoluut niet mag missen. Even ten westen van Arnarstapi ligt de welbekende basaltrotsformatie Gatklettur (‘klif met gat’). Er is een vogelreservaat, dat de broedplaats is geworden van veel zeevogels, waaronder drieteenmeeuwen en noordse sterns. In Gíslabaer kunt u diepzeevissen. Ook worden er gletsjertochten georganiseerd door het Snaefell Community Center. Vlak voor Arnarstapi loopt een 4x4-track [F570] langs de Snaefellsjökull naar ÓlafsVík.

Lóndrangar

Twee 75 m hoge, uit de kust omhoogpriemende grote kliffen op 15 minuten lopen van de weg.

Afslag naar Dritvík

Eeuwenlang was dit een van de grootste visserijstations op IJsland, maar tegenwoordig is het een verlaten dorp. Dichtbij liggen de vreemdsoortige rotsformaties van Djúpalónssandur, waaronder een rotsgat, dat aan Dimmuborgir doet denken.

Snaefellsjökull

Deze gletsjer met drie pieken ligt bovenop een 1446 m hoge, uitgedoofde vulkaankegel. Jules Verne schreef naar aanleiding van deze gletsjer de klassieker ‘Reis naar het centrum van de aarde’. Bij helder weer rijst deze witte berg, die zeker honderd kilometer van Reykjavík vandaan ligt, als een ‘geest uit de Edda’ uit de groenblauwe zee op. De gletsjer wordt zeer terecht het ‘kroonjuweel’ van het schiereiland genoemd, want het is echt een der mooiste gletsjers van het land. Een van zijn eigenaardigheden is de minerale bron, waardoor natuurlijk mineraalwater vrij uit de grond stroomt. De mooiste wandelroute naar de gletsjer loopt door de prachtige vallei Eysteinsdalur langs de Gufuskálamóda, via Raudhólar en Klukkufoss.

Öndverdarnes

Het meest westelijke punt van Snaefellsnes. Een symmetrische bron met 17 stenen treden is de enige plek waar fris, helder water te vinden is. In zuidelijke richting ligt Svörtuloft, een kuststrook met hoge, zwarte kliffen. Het is een magnifieke plaats om naar het geweld van de brekende golven te kijken, wanneer wind, zee en aarde vechten om de heerschappij. Bereikbaar door bij de monding van de Gufuskálamóda de kustweg naar het westen te nemen.

Hellissandur

De enige bezienswaardigheid van dit vissersdorpje is het Sjómannagardurinn museum aan de Utnesvegur. U vindt er o.a. een oude boot en een geheel herbouwd huis, waardoor het duidelijk wordt hoe vroeger de zeelieden geleefd moeten hebben. De meeste inwoners verdienen hun brood in de visserij, de visindustrie en de daaraan gerelateerde diensten. Er was ooit een visserijstation, maar het ontbrak de stad aan een goede haven. Hierdoor gebruiken de meeste schepen de goede havenfaciliteiten van het 4 km verder gelegen Rif. De bevolking van deze gemeente is in de laatste 20 jaar verdubbeld en bedraagt nu 480 zielen. De Snaefellsjökull vormt een goede beschutting tegen de zuidelijke winden en regen. Hellissandur en Rif zijn de enige woonplaatsen met uitzicht op deze beroemde gletsjer. In pension Gimli kunt u overnachten (er is slaapzakaccommodatie) en het biedt uitzicht over de Breidafjördur en de Snaefellsjökull.

Ólafsvík

Het meest productieve vissersdorpje van Snaefellsnes. De visvangst en de daaraan gerelateerde industrieën vormen de belangrijkste inkomstenbronnen. In korte tijd is het inwonertal sterk gestegen en bedraagt op dit moment ongeveer 1080 zielen. Van de 17e tot een eind in de 19e eeuw was ÓlafsVík een groot export- en handelscentrum. Een oud, houten pakhuis uit 1841 staat er nog steeds en bewijst de goede bouwconstructies uit die tijd. In het gebouw bevindt zich tegenwoordig een collectie oude relikwieën, die duidelijk maken hoe de mensen in die tijd werkten. In de stad staat ook een kerktoren, die eruitziet als een halfonttakelde wigwam…

Helgrindur

Opmerkelijke berg aan de zuidkant van de weg. De naam van deze 988 m hoge fascinerende berg betekent omheining van de hel.

Grundarfjördur

Een nog steeds groeiend vissersdorp met op het ogenblik 810 inwoners. Het gebergte, dat Grundarfjördur omringt is ongebruikelijk indrukwekkend en gracieus. Vlak ervoor ligt een van IJslands mooiste bergen, de 463 m hoge Kirkjufell, met uitzicht over het hele gebied.

Afslag [577] naar Bjarnarhöfn

Op de boerderij van Hildibrandur Bjarnason aan de Helgafellssveit kunt u nog bekijken hoe haaienvlees op de traditionele manier wordt gezouten, gedroogd en ingemaakt of gerookt.

Helgafell

De ‘Heilige berg’ ten zuiden van Stykkishólmur waarvandaan u een goed uitzicht hebt over het gebied. De 73 m hoge berg wordt vaak genoemd in de IJslandse geschiedenis en in de plaatselijke volkenkunde. In talrijke mythen en saga’s speelt deze historische berg een grote rol. Het was de plek waar in de 12e eeuw een klooster stond. Volgens het plaatselijke bijgeloof mag iedereen, die deze berg voor het eerst beklimt en geen kwade bedoelingen heeft, een wens doen. De wensdoener mag niet achterom kijken op weg naar de top, moet tijdens het uitspreken van de wens naar het oosten kijken en mag deze wens aan niemand anders doorvertellen.

Stykkishólmur

De ‘hoofdstad’ van en de grootste plaats op Snaefellsnes, waar het werken in de visserij het belangrijkste beroep is voor de 1270 inwoners. Maar ook als commercieel centrum neemt de stad een belangrijke plaats in. Er is een uitstekende haven, waarbij het opmerkelijk is, dat de ingang ervan wordt beschermd door het eiland Súgandisey, dat hoog uit de zee oprijst. Het plaatsje zelf ligt op een landtong. Het in 1828 gebouwde Norska Húsid (Noorse huis) is het oudste huis en is tegenwoordig het streekmuseum voor Snaefellsnes. Net als Rome, is ook Stykkishólmur op 7 heuvels gebouwd, waardoor het landschap rond de plaats bijzonder schilderachtig is. Vanuit het hotel worden vogelverkenningen verzorgd.

De veerboot Baldur opereert al sinds 1923 vanuit Stykkishólmur en heeft een geregelde dienst naar de verschillende havens in de baai van Breidafjördur en naar het eiland Flatey. Er kunnen 200 passagiers en 20 auto’s aan boord van het uit 1990 daterende schip. De oversteek vanaf Stykkishólmur gaat via Flatey (aankomst na 1 uur en 35 minuten varen) naar Brjánslaekur [62] in de Westfjorden (totaal 3 uur varen). In de zomer vertrekt de veerboot twee keer per dag vanuit Stykkishólmur, om 09.00 en 15.45 uur. Aansluitend kunnen bustochten worden gemaakt naar Látrabjarg en Ísafjördur. Luxueuzere tochten worden door de speedboot Brimrún gemaakt. De rondvaartboten van de firma Eyjaferdir verzorgen van de lente tot de herfst dagelijks een aantal tochten, die in lengte variëren van 1,5 tot ruim 4 uur.

Breidafjördur

Een brede baai met schier ontelbare eilandjes (Breidafjardareyjar), maar officieel ligt de baai bezaaid met maar liefst 2700 eilandjes, waarvan Flatey de bekendste is. De eilandjes zijn een aparte wereld op zich met honderden riffen, rotsen, klippen en boordevol vogels en zeehonden. De ‘zuidelijke eilanden’, dicht bij Stykkishólmur, worden Sudureyjar genoemd. Deze eilanden zijn niet alleen een paradijs voor natuurliefhebbers, maar ook interessant vanuit geologisch oogpunt.

Flatey

Het grootste, bekendste en enige permanent bewoonde eiland in de Breidafjördur. Het is het ‘eiland dat door de tijd vergeten is’. Het is eigenlijk alleen interessant voor vogelaars: niet alleen de bekende soorten, zoals de papegaaiduiker, de zeekoet en de noordse stern, maar ook aalscholvers, grote burgemeesters, eidereenden, verschillende steltlopertjes en af en toe zelfs roze franjepoten. Voor een betere kijk op het vogelleven in dit gebied, is het eigenlijk onvergefelijk als er geen tocht naar de omliggende eilandjes wordt gemaakt, want de Breidafjördur zelf is ook het broedgebied van de zeldzame zeearend en de giervalk.

Rond 1100 stond op het eiland een klooster, dat het centrum van de IJslandse literatuur zou worden. In de 18e eeuw was het eiland de belangrijkste handelspost voor het westen en zeilboten van het vasteland brachten koopwaar om te verhandelen voor lokale producten, meestal vis of zeehondenhuiden. Op het eiland staat IJslands oudste bibliotheek, evenals het dorpje zelf, dat een van de oudste en best bewaarde dorpjes van IJsland is.

Búdardalur

Het enige centrum voor handel en dienstverlening in het district Dalasysla. Het eerste gebouw, een koopmanshuis met winkel, werd in 1899 gebouwd. De bevolking is erg langzaam gegroeid en bestaat op het ogenblik uit 260 inwoners. Dalasysla heeft een rijke geschiedenis; het is de plaats waar zich meerdere saga’s hebben afgespeeld, waaronder de Laxdaela Saga. Het was ook de geboorteplaats van Leifur Eiríksson, de ontdekker van Amerika, en van de beroemde sagaschrijver Snorri Sturluson.

Van hier kan weer naar de ringweg worden gereden via de [587] en de [59] over de Laxárdalsheidi (36 km) en vervolgens 13 km zuidwaarts over de [61], waarna u weer in Brú op de ringweg uitkomt. Zie de vorige paragraaf voor de rest van de route van Brú naar Blönduós.