Bossen

‘Wat te doen als u op IJsland verdwaald bent in het bos? Rechtop staan dan zien ze u wel’. Het is een flauw grapje waar echter wel wat in zit. Bossen op IJsland zijn schaars en de bomen die u in de wilde gebieden nog het meest ziet zijn lage exemplaren van de zachte berk (Betula pubescens). Deze boom wordt in Nederland zo’n twintig meter hoog maar op IJsland zelden meer dan 2 meter. Geschat wordt dat 80% van de IJslandse zachte berken lager is dan 2 meter terwijl maar 4% hoger is dan 4 meter! De grootste bomen zijn te vinden in het oostelijke Hallormsstadarskógur langs de beschutte Lagarfljöt en in het noordelijke Vaglaskógur. Sporadisch zijn ook de lijsterbes (Sorbus aucuparia) en de ratelpopulier (Populus tremula) te vinden. De ratelpopulier is zeer zeldzaam en komt alleen in het oosten voor. De lijsterbes is wat algemener en valt op omdat zij boven de omringende berkjes torent.

Slechts 1% van het land is begroeid met bomen. Dit is niet altijd zo geweest. Geschat wordt dat ten tijde van de aankomst van de eerste Vikingen wel 30% van het land bedekt was met berkenbomen! De Vikingen hebben aanvankelijk hun huizen gebouwd zoals ze gewend waren (met hout!) en het bos verder gekapt voor veeteelt en brandhout. Houtskool, vooral voor de ijzersmederij, was ook een grote boosdoener. Daarbij realiseerden ze zich niet dat het bos lang niet het herstellingsvermogen had als in continentaal Scandinavië.

De beweiding van geiten en schapen daarbovenop leidde tot een enorme erosie gedurende de tien eeuwen van menselijke kolonisatie. Pas vorige eeuw is dit besef doorgedrongen en is men begonnen hieraan iets te doen. Eerst een waarschuwend vingertje: de gemiddelde toerist zal door gidsen erop gewezen worden dat de overheid hier veel aandacht aan besteedt. Ondanks alle indrukwekkende verhalen over herbebossingsprojecten moet bedacht worden dat het totale gebied aan bosaanplantingen geschat wordt op 15.000 ha hetgeen niet meer is dan een gebied van 15x10 km! Er is veel geëxperimenteerd met verschillende boomsoorten, zowel naald- als loofbomen, om te zien welke het beste gedijen op IJsland. Men heeft in de praktijk vooral naaldbomen aangeplant als de Siberische lariks (Larix siberica), de fijnspar (Picea abies), de sitkaspar (Picea sitchensis) en de kustspar (Pinus contorta).

Hoewel berkenbosjes veelal niet meer zijn dan een fase verder dan heide, kan nog wel een aantal soorten genoemd worden dat u vooral in dit soort bosjes zult vinden. Dit zijn met name wintergroensoorten. Het meest algemeen is het klein wintergroen (Pyrola minor), te vinden in alle berkenbosjes maar ook op andere beschutte plekken. Het is te herkennen aan witte klokachtige bloemetjes die omlaag gericht zijn en op een kaal steeltje zitten dat vanuit een grondrozetje opgroeit. Het rond wintergroen (Pyrola grandiflora) is veel zeldzamer en komt voornamelijk in het noordoosten voor. Het onderscheidt zich van de vorige door minder klokvormige, meer open bloemen en geschubde bloeistelen. Iets algemener is het eenzijdige wintergroen (Orthillia secunda) dat makkelijk te herkennen is aan de klokvormige bloemetjes die alle in hetzelfde vlak omlaag wijzen.

Gerelateerde onderwerpen

  • Soorten van vochtige plaatsen

    Scheuchzer's wollegras
    Een van de meest opvallende planten in dit milieu is de geelbloemige dotterbloem (Caltha palustris). Deze forse plant (30 cm, bloemen 4 cm) ziet men ook veel...
  • Zandgebieden

    Grote engelwortel
    Als er iets is wat indruk maakt op de meeste Nederlandse toeristen zijn het wel de uitgestrekte zandgebieden die totaal onbegroeid lijken. In de binnenlanden...